1990/8 ongegrond

WEESPER ONDERNEMERS ORGANISATIE TEGEN C. VAN MULLIGEN

Per brief van 12 december 1989 en 3 januari 1990 met in totaal vier bijlagen heeft de Weesper Ondernemers Organisatie (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist C. van Mulligen. Namens deze heeft J. H. van Zenderen hoofdredacteur van de Gooi- én Eemlander per brief van 25 januari 1990 met 10 bijlagen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 april 1990. Namens de Weesper Ondernemers Organisatie was aanwezig de secretaris van het bestuur W. J. Pieters. Namens betrokkene was aanwezig J. H. van Zenderen .

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In opdracht van de Weesper Ondernemers Organisatie, de Kamer van Koophandel en de gemeente Weesp heeft het Instituut Midden en Kleinbedrijf (IMK) een rapport uitgebracht over de toekomstperspectieven van de Weesper middenstand. In de Gooi- en Eemlander van 8 december 1989 is onder de tussen aanhalingstekens geplaatste kop 'Middenstand van Weesp is op sterven na dood' en daarboven in kleinere letters 'Conclusie 'vertrouwelijk rapport' in een bericht van betrokkene Cor van Mulligen aandacht besteed aan de inhoud van dit rapport. Het bericht opent met de volgende alinea.

'De Weesper middenstand is op sterven na dood. Te veel winkelvestigingen worden op een hobby-achtige wijze gerund. Dat is de conclusie die getrokken kan worden uit een nog 'vertrouwelijk' rapport van het Instituut Midden- en Kleinbedrijf (IMK), over de toekomstperspectieven van de Weesper middenstanders. Het rapport wordt volgende week gepresenteerd'.

Volgens het bericht is het rapport van het IMK tot op dat moment 'angstvallig binnen de muren van de ondernemersorganisatie gehouden'. Het bericht citeert uit het rapport een aantal negatieve uitlatingen over de Weesper middenstand.

DE STANDPUNTEN

De bezwaren van klaagster zijn de volgende.
1. Doordat de kop boven het bericht tussen aanhalingstekens is geplaatst wordt de indruk gewekt dat het gaat om een conclusie uit het rapport van het IMK. De betreffende zinsnede komt in het rapport niet voor. Ook de strekking is in strijd met het rapport dat als doel heeft aanbevelingen te doen aan de middenstand in verband met het veranderende koopgedrag van het publiek en verwachtingen over de toekomst van Weesp als winkelstad .
2. Onjuist is dat het rapport angstvallig binnen de ondernemersorganisatie is gehouden. Het rapport is op 16 november 1989 aan de leden gepresenteerd. De persconferentie tot openbaarmaking van het rapport is verschoven van 28 november naar 13 december omdat het rapport niet op tijd gedrukt kon worden. Hiervan is op 25 november 1989 mededeling gedaan aan de redactie van de Gooien Eemlander.

Klaagster acht de berichtgeving onzorgvuldig. Klaagster wijst erop dat het bericht van 8 december daarvan niet het enige voorbeeld is. In een bericht van 12 december over vermeend uitlekken van het rapport wordt gesteld dat een aantal leden van de WOO het lidmaatschap zou hebben opgezegd. Het gaat hier echter niet om het lidmaatschap van de WOO, maar om het opzeggen van het abonnement op de Gooi- en Eemlander.

Betrokkene erkent dat de kop boven het artikel ten onrechte van aanhalingstekens is voorzien. Betrokkene meent dat deze onjuistheid niet beschouwd kan worden als ernstige onzorgvuldigheid omdat uit de derde zin van de openingsalinea boven het artikel blijkt dat het gaat om de conclusie van de schrijver van het artikel en niet om een conclusie uit het rapport. Volgens betrokkene geeft het rapport overigens alle aanleiding voor de negatieve strekking van het artikel van Van Mulligen. Hoofdredacteur Van Zenderen verwijst naar de notulen van een vergadering van de WOO van 16 november 1989, waaruit eveneens blijkt dat de middenstand in Weesp er niet goed voor staat.

Van Zenderen meent dat de WOO de indruk heeft gewekt het rapport uit de publiciteit te willen houden. Over het concept-rapport zijn in september 1989 moeilijkheden ontstaan tussen het IMK en de gemeente, zodat de WOO met de betrokken wethouders afsprak het concept geheim te houden. Het definitieve rapport werd al op 16 november 1989 in de besloten ledenvergadering van de WOO besproken. Toen de persconferentie, die op 28 november gehouden zou worden werd verschoven naar 13 december, was dat voor betrokkene Van Mulligen aanleiding te schrijven dat het rapport angstvallig binnen de WOO werd gehouden.

Wat betreft de kwestie van het opzeggen van hun lidmaatschap in het bericht van 12 december 1989, deze mededeling stoelt op telefonisch door WOO-voorzitter Van Kessel verstrekte informatie.

BEOORDELING

De Raad is van oordeel dat klaagster terecht bezwaar heeft gemaakt tegen de kop boven het bericht van 8 december 1989. Deze kop is ten onrechte tussen aanhalingstekens gesteld omdat de daarin vervatte conclusie niet als zodanig in het rapport voorkomt.
De Raad acht de klacht voor het overige ongegrond. De negatieve strekking wordt door betrokkene voldoende onderbouwd. Waar betrokkene spreekt over 'angstvallig binnen de muren houden' geeft betrokkene zijn mening over de gang van zaken rond de openbaarmaking van het rapport hetgeen tot zijn journalistieke vrijheid behoort.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene de kop boven het artikel ten onrechte voorzien heeft van aanhalingstekens omdat deze noch woordelijk noch inhoudelijk in het rapport voorkomt en dat hij daarmee de grenzen heeft overschreden van hetgeen gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is.
Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in de Gooi- en Eemlander.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 25 april 1990 door mr. W. D. H. Asser, voorzitter, mr. T. Faber-de Heer, mr. G. Dullens, mr. D. T. Dalmolen en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 8.