1990/4 ongegrond

B. ROSSEN TEGEN MARGALITH KLEIJWEGT

Bij brief van 12 juli 1989 (aangevuld en gecorrigeerd bij brief van 20 juli 1989) met twee bijlagen heeft mr. J. C. van Zundert te Rotterdam namens Benjamin Rossen, destijds wonende te Krommenie (klager), een klacht ingediend tegen Margalith Kleijwegt (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd bij brief van 24 augustus 1989 met twee bijlagen. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 5 februari 1990. Partijen waren in persoon aanwezig. Klager werd bijgestaan door mr. F. H. Koers, advocaat te Amsterdam, en betrokkene door mr. G. H. Kemper, advocaat te Amsterdam.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klager is één van de deskundigen die via de media hun opinie gaven over het onderzoek naar mogelijke ontucht met jonge kinderen op grote schaal in Oude Pekela. In NRC-Handelsblad van 4 februari 1988 wordt hij in een artikel over deze zaak aangeduid met de titel klinisch-psycholoog. In het op 30 oktober 1988 uitgezonden televisie programma 'Kwesties' van de VPRO wordt hij geïntroduceerd als biochemicus en psycholoog. In de in januari 1989 verschenen aflevering van het blad Psychologie wordt hij bij een artikel van zijn hand over de zaak Oude Pekela aangeduid als endocrinoloog en psycholoog.
In Vrij Nederland van 28 januari 1989 is een artikel verschenen van betrokkene met de volgende inleiding.

'De vele deskundigheden van Benjamin Rossen, bachelor. Opeens bemoeide alles wat psycholoog was zich met Oude-Pekela. En het volk hing ademloos aan de lippen der deskundigen. Sommigen waren zelfs universeel begaafd, en trokken dus de meeste aandacht. Benjamin Rossen bijvoorbeeld, een Australier die en klinisch psycholoog en biochemicus en endocrinoloog bleek. Een zeldzaam wetenschappelijk wonder, maar nu heeft hij zojuist zijn eerste doctoraalscriptie geschreven, 'Zedenangst'. Over die bange Hollanders die terugdeinzen voor een beetje seks met kinderen' .
Het artikel maakt melding van de verschillende titulatuur waaronder klager in de publiciteit is verschenen, met name in de drie bovengenoemde gevallen. Het artikel bevat daarnaast de volgende passages.

'Maar is hij psycholoog? Rossen: 'Ik heb mijn 'bachelor's degree' in de psychologie, van de Universiteit van West-Australie in Perth'. Is hij biochemicus? Rossen: 'Ik heb ook een 'bachelor's of science degree'.' Is hij dan misschien endocrinoloog?
Rossen is in Nederland gewoon student en het boek 'Zedenangst' is de scriptie waarop hij zal afstuderen. De achtendertig-jarige man uit Australie kwam in 1987 naar Nederland met op zak twee diploma's die gelijk staan aan onze propaedeuse. Na een omweg via professor Gooren kwam Rossen bij de seksuoloog A. X. Naerssen aan de Universiteit van Utrecht. Naerssen: 'Uit de papieren van Rossen bleek dat hij zo weinig in zijn pakket had, dat hij op propaedeuseniveau moest beginnen'. Rossen probeerde het in Amsterdam, bij de hoogleraar massacommunicatie, Martin Brouwer. Die was bereid Rossen te laten afstuderen, mits deze een zeer uitgebreide scriptie zou schrijven'.

'Rossen zegt dat hij zich nooit beter heeft voorgedaan dan hij is. Waarom noemde VPRO-presentator Runderkamp hem dan psycholoog en biochemicus? Rossen: 'Daar was ik ook niet blij mee'. Corinne Hegeman, de VPRO-medewerker die hem bezocht tijdens de research: 'Hij zei dat hij niet alleen psycholoog was, maar ook bioloog. Ja, biochemicus. En hoe kwam in het maandblad 'Psychologie' te staan: drs. B. Rossen, endocrinoloog en psycholoog? Rossen: 'Ik heb ze precies verteld wat ik heb gedaan'. Ronald van Gelder, redacteur van 'Psychologie' reageert geprikkeld. Ik moet me maar tot Rossen wenden.
'Ik wil alleen weten op basis waarvan u in uw blad schrijft dat Rossen endocrinoloog en psycholoog is'. 'Zo heeft hij zich gepresenteerd' .'

In Vrij Nederland van 11 februari 1989 is een ingezonden brief van klager opgenomen met een toelichting op zijn wetenschappelijke status.

'Nu de feiten. Ik heb een 'bachelor's degree in psychology' en een 'graduate diploma in education'. Bovendien een 'bachelor's degree in science', waarvoor ik mij specialiseerde (maar niet als praktizerend arts) in 'human biology' en een groot project uitvoerde in de endocrinologie. Vervolgens was ik als onderzoeker en technicus werkzaam bij het Sir Charles Gairdner Hospital en daarna in het Queens Victoria Hospital. Ik heb voorts een zogenaamde 'master's preliminary qualifying examination' voltooid, waardoor ik mij kwalificeerde voor het schrijven van een 'PhDthesis' (proefschrift). De Universiteit van Amsterdam (onder supervisie van prof. M. Brouwer) verlangde een doctoraalscriptie van mij om mij ook hier deze status te verstrekken. Deze scriptie is inmiddels door Brouwer geaccepteerd, zodat het formeel verkrijgen van de titel doctorandus slechts een kwestie is van formaliteiten. Dat ik klinisch psycholoog zou zijn is een fout van NRC Handelsblad, waartegen ik tegenover de journalist bezwaar heb gemaakt. Ik heb een half uur besteed om Margalith Kleijwegt dit uit te leggen. Kennelijk tevergeefs' .

Onder de brief is een naschrift van betrokkene afgedrukt beginnend met de volgende passage.

'Benjamin Rossen heeft zijn boek onder embargo meegegeven. Mijn stuk ging daarom niet over het boek, maar over Rossen zelf. Rossen heeft zich in het Oude Pekela-debat gemengd onder diverse vermommingen wat betreft zijn deskundigheid. Uit mijn artikel, en uit zijn ingezonden brief blijkt dat hij dat best weet, maar zich daar nooit openlijk tegen verzet heeft'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De Raad verstaat de bezwaren van klager aldus dat klager naar zijn mening ten onrechte is aangevallen op de titels waarmee hij in de publiciteit is gekomen en dat ten onrechte een verband is gelegd tussen de waarde van zijn boek 'Zedenangst' en onjuistheden in die titulatuur.
Klager wijst er op dat in de drie door betrokkene gegeven voorbeelden hij zich niet zelf met de aangevallen titels heeft getooid. Het waren telkens derden die op grond van door klager verstrekte informatie over zijn in Australië behaalde diploma's die volgens die derden gelijkwaardige Nederlandse titels of hoedanigheden vermeldden. Volgens klager was hijzelf onvoldoende op de hoogte van Nederlandse graden om te kunnen beoordelen of de vertaling van zijn buitenlandse kwalificaties naar Nederlandse titels correct was. Klager verwijst naar brieven van de media waaraan de drie voorbeelden werden ontleend, waarin deze gang van zaken wordt bevestigd.
Volgens Klager heeft hij in het gesprek met betrokkene dit alles uitvoerig uiteengezet. Desondanks wordt in het artikel de suggestie gewekt als zou klager zich bewust onjuist presenteren en deze suggestie van bedriegerij vindt zijn weerslag in de bespreking van klagers boek over de zaak Oude Pekela. De indruk wordt aldus gewekt als zou dat boek wetenschappelijk niet deugen.
Betrokkene heeft geantwoord dat haar weergave van de verschillende titels waaronder klager in een aantal media als deskundige is opgevoerd feitelijk juist is. Het artikel vermeldt eveneens het commentaar hierop van betrokkene. Bovendien is er nog een ingezonden brief geplaatst van klager met een toelichting van zijn kant op dit punt. Betrokkene meent daarom dat haar in geen enkel opzicht een verwijt van onzorgvuldig handelen jegens klager kan worden gemaakt. Zij heeft er nog op gewezen dat het in het artikel niet zozeer ging om de informatie, die klager haar in hun gesprek verstrekte maar om 'de eerder door hem althans zonder merkbare tegenstand van zijn-kant, aan zijn naam gekoppelde titulatuur'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het aangevallen artikel wordt de met betrekking tot klager gebruikte titulatuur aan een kritische beschouwing onderworpen. Aan de Raad is niet gebleken dat daarbij onjuistheden zijn vermeld. Voorzover uit het artikel gelezen zou kunnen worden dat getwijfeld zou moeten worden aan de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van klager wordt die suggestie recht gezet door de publikatie van de ingezonden brief van klager. Het Naschrift onder de brief doet daaraan niet af, zij het dat betrokkene het woord 'vermommingen' daarin beter niet had kunnen gebruiken nu dit woord duidt op opzet.

De Raad acht de klacht ongegrond.

BESLISSING

Betrokkene heeft niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op haar journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door een kritische beschouwing te wijden aan het feit dat klager in verschillende media met verschillende titels of wetenschappelijke hoedanigheden als deskundige op het gebied van de seksualiteit van jonge kinderen is gepresenteerd, daar de vermelde feiten juist zijn en klagers commentaar daarop in het artikel zelf en een ingezonden brief is weergegeven.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Vrij Nederland te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 5 februari 1990 door mr. P. J. Boukema, voorzitter, mr. E. C. M. Jurgens, W. F. de Pagter, J. M. P. J. Verstegen en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 4.