1990/24 gegrond

L.F. Hagemann en R. Hagemann Blaauwboer tegen W. Middelburg

Middels een klaagschrift van mr G. J. Kemper te Amsterdam van 28 mei 1990 met één bijlage hebben L. F. Hagemann en R. Hagemann Blaauwboer (klagers) een klacht in gediend tegen Bart Middelburg (betrokkene) Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 23 juli 1990 met zeven bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 december 1990. Van de zijde van klagers is verschenen mevrouw R. Hagemann-Blaauwboer met haar advocaat mr G.J. Kemper. Betrokkene had laten weten wegens ziekte niet te kunnen verschijnen.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klagers drijven sinds vele jaren onder de naam 't Hekeltje een pension aan het Hekelveld te Amsterdam. Het pension heeft in de jaren zeventig onder meer gediend voor de opvang van Surinaamse en andere buitenlandse gezinnen. Het wordt thans vooral bewoond door daklozen en andere minder bedeelden uit de samenleving.

Op 15 maart 1990 heeft de verantwoordelijke wethouder van de Gemeente Amsterdam persoonlijk aan klager een nieuwe pensionvergunning uitgereikt als bewijs dat de inrichting van het pension overeenkomt met de herziene gemeentelijke normen. Wegens het verscherpte toezicht van de gemeente sinds het begin van de jaren tachtig hebben klagers daartoe het pension ingrijpend moeten verbouwen .
Betrokkene heeft in Het Parool van 16 maart 1990 onder de kop "t Hekeltje krijgt vergunning na grondige verbouwing' een artikel gewijd aan de feestelijke uitreiking van de vergunning. Betrokkene grijpt daarin terug op de geschiedenis van het pension tegen de achtergrond van misstanden op dit gebied wegens falend gemeentetoezicht sinds medio 1970 vele Surinaamse gezinnen naar Nederland kwamen. Dit artikel bevat onder het kopje 'Vervuild' de volgende passage .

'Huize 't Hekeltje (Hekelveld 8, 9 en 10) werd vrij algemeen gezien als het slechtste pension in Amsterdam. In de etalage van nummer 10 had Hagemann een batterij bedden geïnstalleerd die slechts door schotten van elkaar werden gescheiden, het pension was sterk vervuild en als er ooit brand was uitgebroken, hadden de bewoners van het achterhuis als ratten in de val gezeten.
Het pension werd vooral bewoond door daklozen, junks, exgevangenen zonder vaste woon- of verblijfplaats en tal van andersoortige kanslozen die- eerlijk is eerlijk - vrijwel nergens anders terecht konden. Hagemann en zijn vrouw hebben zichzelf dan ook altijd gepresenteerd als 'een soort sociaal werkers' .
'Als ik er nou mooie kleren van kon kopen of een mooi huis of een Cadillac, maar je ziet hoe wij erbij lopen', zei Hagemann in 1981. Overigens leverde 't Hekeltje hem per jaar een kleine drie ton op en bezit hij een riant landgoed in Aalsmeer.
In 1987, nadat het pensionbeleid bij Algemene Zaken was weggehaald, maakte het nieuwe Bureau Verblijfsinrichtingen van de gemeente Amsterdam er een eind aan. Het pension werd gesloten omdat de brandweer het niet verantwoord achtte 't Hekeltje nog een dag langer open te houden.'
Een eerdere passage luidt als volgt.
'Zo ontstond een pensionmafia die per jaar miljoenen aan gemeenschapsgeld opstreek. Binnen die pensionmafia werd de toon gezet door vrije jongens als de huizenspeculant Frans Verlinden, de voormalige handelaar in wapens en afluisterapparatuur Arthur Nikkessen, de broertjes Zaffora en het echtpaar Louis en Rita Hagemann.'

De standpunten

De bezwaren van klagers zijn de volgende.
1. Het artikel geeft een onjuiste en voor klager uiterst negatieve en tendentieuze weergave van het verleden.
a. De beschrijving 'etalage met een batterij bedden' suggereert dat de bewoners openlijk voor het raam sliepen. In werkelijkheid ging het om een voormalige winkelruimte in gebruik als slaapzaal en waar zodanige voorzieningen getroffen waren dat de gebruikers niet voor passanten te kijk lagen.
b. De mededeling dat het pension sterk vervuild was en dat de bewoners bij brand 'als ratten in de val' zouden zitten is onjuist omdat het pension ook in het verleden regelmatig gecontroleerd werd door de Hygiënische Dienst van de Gemeente Amsterdam terwijl ook het brandgevaar onder controle stond van de gemeentelijke instanties. Deze controles hebben nimmer tot sluiting geleid waaruit geconcludeerd moet worden dat het pension niet sterk vervuild was en er niet een tot sluiting nopend brandgevaar was. Iets anders is dat er wel nadere voorzieningen nodig waren.
c Gesuggereerd wordt dat klagers wachtten met het nemen van maatregelen om het pension brandveilig te maken totdat de Brandweer dit in 1987 sloot. In werkelijkheid vond de sluiting in overleg van klagers met de Brandweer plaats toen tijdens de laatste verbouwingen de trap in het achterhuis werd gesloopt en daardoor als vluchtweg kwam te vervallen.
d. Het pension levert klagers geen 'drie ton per jaar' op. De gemiddelde netto winst bedroeg over de jaren 1986 tot en met 1988 f 70.000, waarvan inkomstenbelasting moet worden betaald, sociale premies en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering. Onjuist is ook dat klagers 'een riant landgoed in Aalsmeer' bezitten. Zij bewonen in die gemeente een woonark
2. De beschuldiging dat klagers behoren tot de 'pensionmafia' en dat zij daarin 'de toon zetten' is onterecht, wordt niet waargemaakt en is beledigend voor klagers.

Het verweer van betrokkene luidt samengevat als volgt.
1. a Het argument van klagers dat hun pension nooit van overheidswege gesloten is geweest en dat er dus ook nooit sprake is geweest van brandgevaar respectievelijk sterke vervuiling gaat niet op omdat het toezicht op de naleving van de destijds geldende Verordening op de Verblijfsinrichtingen nagenoeg ontbrak. Daar de Sociale Dienst pensionhouders vergoedingen betaalde voor de huisvesting van buitenlandse gezinnen leidde een en ander tot het ontstaan van honderden pensions waar de situatie levensgevaarlijk was. Het Parool heeft daaraan destijds in een serie artikelen veel aandacht besteed.
b. Het pension van klagers is bovendien wel degelijk van overheidswege gesloten. Dat was in 1987 toen de Brandweer constateerde dat tijdens de verbouwing een trappenhuis was weggebroken zonder dat daarvoor vervangende vluchtwegen waren aangelegd.
c. In het artikel wordt de berekening van het bedrag van drie ton uiteengezet namelijk tachtig bedden à elf gulden per nacht. 'Dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen bruto en netto bedrijfsresultaten is uiteraard niet anders dan het intrappen van een open deur'.
2. Het woord 'pensionmafia' acht betrokkene een juiste aanduiding van de bekritiseerde pensionhouders als bedoeld in de artikelen in Het Parool. Bedoeld wordt dat 'een grote groep pensionexploitanten er geen enkel probleem mee had per jaar miljoenen aan gemeen schapsgeld op te strijken door buitenlandse gezinnen onder mensonterende omstandigheden te huisvesten, en dan ook nog eens de indruk te willen wekken dat het hier eigenlijk 'sociaal werk' betrof. Binnen die pensionmafia had het echtpaar Hagemann geen leidinggevende positie maar zij behoorden wel tot een groep exploitanten die zich keer op keer in negatieve zin wist te onderscheiden, en daarmee binnen de branche de toonzette.'

Beoordeling

Naar aanleiding van de feestelijke uitreiking van een pensionvergunning aan klagers heeft betrokkene een terugblik gegeven op de wantoestanden in de Amsterdamse pensionwereld waaraan in het verleden door hem een serie artikelen werd gewijd. De Raad onderkent dat betrokkene een jarenlange campagne heeft gevoerd tegen die wantoestand De rol van klagers laat de Raad in het midden. Daardoor wordt op zichzelf niet gerechtvaardigd de uitlating dat klagers (mede) de toon zetten in de Amsterdamse pensionmafia. Dit woordgebruik suggereert het bestaan van een band tussen klagers en andere malafide pensionhouders zonder dat dit wordt geconcretiseerd. Ook wordt noch in het onderhavige artikel noch in de vroegere artikelen waarnaar betrokkene in zijn verweer heeft verwezen onderbouwd dat klagers tot de toonzetters behoorden.
Wat betreft de gewraakte feitelijke onjuistheden, de mededeling dat het pension van klagers sterk vervuild was wordt in het artikel niet waargemaakt. Het artikel suggereert voorts ten onrechte dat de sluiting van het pension in 1987 los stond van de verbouwing en de mededeling dat klagers van het pension een riant landgoed in Aalsmeer en drie ton per jaar overhouden vormt een onjuistheid, die betrokkene gemakkelijk had kunnen vermijden. Het feit dat betrokkene in het artikel nog wel aangeeft hoe hij het genoemde bedrag van drie ton berekent doet niet af aan de eerder gewekte suggestie dat genoemd bedrag het door klagers behaalde netto inkomen vormt.

Gelet op het bovenstaande is de Raad van oordeel dat betrokkene de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 december 1990 door mr W. D. H.. Asser, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, W.F. de Pagter, mr F. Kuitenbrouwer en mr D.T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 24.