1990/23 gegrond

NS tegen M. Koolhoven

In een brief van 6 juli 1990 met één bijlage van mr A. Dronkert heeft de N.V. Nederlandse Spoorwegen (klaagster) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven, redacteur van De Telegraaf (betrokkene). In een brief van de hoofdredactie van De Telegraaf van 20 juli 1990 met één bijlage is op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 december 1990. Namens klaagster is verschenen mr A. Dronkert, jurist in dienst van de NS, samen met een voorlichter van de NS, D. T. Dragstra. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

De feiten

In mei 1990 hebben twee groepen rolstoelgebruikers uit de gezinsvervangende woonvorm 'De Koppels' te Nunspeet een week vakantie doorgebracht in respectievelijk Putten en Westerbork. Beide groepen hebben (gedeeltelijk) per trein gereisd vanaf station Zwolle. In beide gevallen hadden de deelnemers klachten over het gebrek aan voorzieningen bij de Spoorwegen. De reizigers moesten gebruik maken van de zogenaamde 'pakwagen', die bestemd is voor fietsen en dergelijke, in plaats van het gewone passagiersdeel van de trein.
In De Telegraaf van 25 mei 1990 is onder de kop 'NS schokt rolstoelers' en de groot gezette inleidende zin 'Vervoer naar Westerbork in "goederenwagons"' een artikel verschenen over de klachten van de rolstoelgebruikers bij het vervoer naar de vakantiebestemmingen Putten en Westerbork. Onder de kop 'Schrikbeeld' komt in dat artikel de volgende zin voor. 'Met name het idee om Westerbork per "goederenwagon" binnen te komen, deed een aantal gehandicapten terug denken aan het schrikbeeld uit de Tweede Wereldoorlog.

De standpunten

De bezwaren van klaagster zijn dat het artikel feitelijke onjuistheden bevat en dat de ter illustratie afgedrukte foto geënsceneerd is. Klaagster beperkt haar klacht tot het boven aangehaalde deel van de tekst van het artikel en de aangehaalde kopjes. Daarin wordt het vervoer door de NS met zoveel woorden vergeleken met dat van joden in de jaren 1940-1945. Klaagster acht dat in hoge mate grievend en bovendien feitelijk onjuist Aangezien Westerbork niet over een station beschikt kon de trein waarmee de rolstoelgebruikers reisden daar ook niet binnenkomen. Zij zijn ook niet vervoerd per 'goederenwagon'. Die moet onderscheiden worden van de pakwagen van een passagierstrein.
Volgens klaagster is de gemaakte vergelijking met de transporten in de Tweede Wereldoorlog ook niet afkomstig van rolstoelgebruikers maar van de journalist. De groep waarmee deze sprak reisde naar Putten. Eén van de begeleidsters deelde mee dat ook bij de groep die naar Westerbork ging, klachten bestonden over de treinreis. Dat inspireerde de journalist tot de vergelijking. Klaagster verwijst naar een brief van het waarnemend hoofd van 'De Koppels' van 11 juni 1990 waarin dit laatste wordt vermeld .
Betrokkene heeft ten aanzien van de kern van de klacht het volgende geantwoord .
'Dat het incident zich voordeed eind mei is onderdeel van de werkelijkheid. De aandacht die de eindbestemming van de groep - inderdaad voor de NS onbereikbaar - in een entreekopje heeft gekregen, is bij nader inzien wellicht overtrokken te noemen. Dat doet niet af aan de kern van de publikatie, die enig licht wilde doen schijnen op de problemen die met het spoor reizende rolstoelers kunnen ondervinden.'

Beoordeling

De Raad acht het aannemelijk dat de gewraakte vergelijking niet afkomstig is van de bezwaarde rolstoelgebruikers maar van betrokkene Koolhoven. De Raad overweegt daarbij dat de eindbestemming Westerbork niet per trein bereikbaar is, dat in de door klaagster overgelegde brief van 11 juni 1990 van 'De Koppels' de vergelijking met transporten in de oorlog wordt toegeschreven aan betrokkene, alsmede dat volgens het antwoord van de hoofdredactie de aandacht voor 'de eindbestemming' overtrokken te noemen is.
De Raad is van oordeel dat betrokkene door het maken van de vergelijking van een wellicht niet vlekkeloos vervoer van een groep rolstoelgebruikers met het transport van gedeporteerden in de Tweede Wereldoorlog, aangehaakt aan de bestemming Westerbork, de grenzen heeft overschreden van hetgeen gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

Beslissing

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 17 december 1990 door mr P. J. Boukema, voorzitter, mr. G. Dullens, D.F. Houwaart, J.M. P.J. Verstegen en A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 23.