1990/22 ongegrond

J.K. Leutscher tegen M. v. Amerongen, R. Zwaap en S. Gradissen

Bij brief van 26 maart 1990 met twee bijlagen heeft J. K. Leutscher (klager) te Alicante (Spanje) een klacht ingediend tegen de journalisten Martin van Amerongen, René Zwaap en Stefan Gradissen (betrokkenen).
Namens betrokkenen heeft Martin van Amerongen op de klacht gereageerd bij brief van 16 mei 1990. Hierop zijn nog brieven gevolgd van klager van 1 juni en 4 oktober 1990 en van betrokkenen van 10 augustus 1990.
De zaak is behandeld ter zitting van 17 december 1990. Klager was in persoon aanwezig evenals betrokkenen Van Amerongen en Zwaap.

De feiten

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In 1972 heeft de Vara in vier televisieuitzendingen aandacht besteed aan het exploderen van limonadeflessen van o. a. het merk Exota. De limonade van dit merk werd vervaardigd door de limonadefabriek van de familie Van Tuijn uit Dongen. Wegens de na deze publiciteit zeer sterk dalende omzet heeft de familie Van Tuijn het bedrijf verkocht aan klager, die het later doorverkocht.
Begin 1990 is in een rechterlijke uitspraak vastgesteld dat een van de vier televisieuitzendingen on rechtmatig is geweest jegens de fabrikant. Op grond hiervan is in opdracht van klager beslag gelegd op de Vara-gebouwen ter verzekering van de nog in handen rustende schadeclaim .

Naar aanleiding van dit nieuwsfeit heeft betrokkene Van Amerongen in De Groene Amsterdammer van 7 maart 1990 onder de kop 'Knalt de Vara straks als een Exotaflesje?' een artikel gepubliceerd over de rol van Marcel van Dam in de zaak van de Vara tegen de familie Van Tuijn. In dit artikel komt de volgende zin voor over klager.
'Ook rond de huidige rechthebbende van de schadeclaim op de Vara, het Nederlandse Trustkantoor voor Belegging en Financiering B.V., lees de omstreden zakenman J.K Leutscher, hangt een onaangename sfeer.'
Eveneens naar aanleiding van bovengenoemd nieuwsfeit is in dezelfde aflevering van De Groene in de rubriek 'Groeneprofiel' een geschreven portret van klager gepubliceerd onder de kop 'Een anar cho-ondernemer en zijn guerrilla tegen Vara en krakers'. In dit profiel wordt de levensloop van klager geschetst voor wat betreft zijn zakelijke activiteiten. Het artikel vermeldt onder meer de actie van klager tot ontruiming van hem toebehorende gekraakt panden in Amsterdam, andere activiteiten op de onroerendgoedmarkt, geschillen met de belastingdienst en zijn faillissement.

De standpunten

Het belangrijkste bezwaar van klager is dat hij door betrokkenen niet is gehoord en dat hij als gevolg van onjuiste mededelingen in de publikaties schade heeft geleden. Voor wat betreft het artikel van Martin van Amerongen richten klagers bezwaren zich met name op de boven aangehaalde passage. In het profiel van René Zwaau en Stefan Gradissen komen volgens klager 34 feitelijke onjuistheden voor.
Betrokkene Van Amerongen heeft geantwoord dat de klacht betrekking heeft op de door hem vertolkte mening over de persoon van betrokkene. De inhoud daarvan noopte niet tot het horen van klager.
Voor wat betreft het profiel hebben betrokkenen geantwoord dat de aard van een dergelijk journalistiek produkt nu juist is dat de geprofileerde persoon niet zelf wordt gehoord maar dat een beeld wordt gegeven aan de hand van beschikbaar materiaal en verzamelde inlichtingen van derden. Volgens betrokkenen is het bronnenonderzoek ter voorbereiding van het profiel zorgvuldig geweest.

Beoordeling

De door klager gewraakte passage uit het artikel van betrokkene Van Amerongen is een meningsuiting, die valt binnen de journalistieke vrijheid van betrokkene.
Voor wat betreft het profiel is de Raad met betrokkenen van oordeel dat het horen van de geportretteerde niet nodig is hoewel deze werkwijze wel noopt tot grote zorgvuldigheid bij het verzamelen van het materiaal omdat zij het risico van feitelijke onjuistheden meebrengt .
De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat het profiel aparte onjuistheden bevat. Daar de Raad niet aannemelijk acht dat klager als gevolg van het profiel schade heeft ondervonden en nu klager niet is ingegaan op het voor deze klacht door betrokkene Van Amerongen gedane aanbod eventuele onjuistheden te corrigeren moet de klacht worden afgewezen.

Beslissing

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in De Groene Amsterdammer.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 17 december 1990 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr G. Dullens, D. F. Houwaart, J.M.P.J. Verstegen en A.G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid va n m r A . C . M . Karsten, secretaris .

RvdJ 1990, 22.