1990/19 ongegrond

Stichting NZAW tegen A. Mandemaker

Per brief van 4 november 1989 met twee bijlagen van mr. P. van Schaik, secretaris van de stichting Stichting Nederlands Zuidafrikaanse Werkgemeenschap (NZAW) heeft deze stichting (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist A. Mandemaker (betrokkene) wegens een artikel in het Helmonds Dagblad .
Bij brief van 29 januari 1990 heeft betrokkene op de klacht gereageerd. Met toestemming van partijen is over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 1 oktober 1990.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Op uitnodiging van de NZAW hebben vijf zwarte politici uit Zuid-Afrika in september 1989 een bezoek gebracht aan Nederland. Op verzoek van deze gasten heeft de NZAW een ontmoeting met Nederlandse journalisten georganiseerd. Betrokkene heeft in het bijzijn van een vertegenwoordiger van de NZAW een vraaggesprek gehad met de politici.
In het Helmonds Dagblad van 23 september 1989 is dit vraaggesprek gepubliceerd onder de kop "Vijf zwarten voor het karretje van de apartheid". Onder het kopje "Een-tweetje" staat in dit artikel de volgende passage afgedrukt.

"De delegatie van drie mannen en twee vrouwen is Nederland binnengekomen dankzij een een-tweetje tussen de Nederlands Zuidafrikaanse Werkgemeenschap (NZAW) en de Zuidafrikaanse Nederlandse Werkgemeenschap. Voor alle duidelijkheid: dat zijn zusterorganisaties die zeer nauwe banden onderhouden met het bewind in Pretoria. Zij dragen de boodschap uit dat de wereld Zuid-Afrika de tijd moet gunnen om langzaam, stapje voor stapje, naar een vorm van democratie te groeien. En dat betekent dus: géén economische en culturele boycot, géén desinvesteringen. En in de tussentijd moet men vooral begrip hebben voor het feit dat de Kaffers nog niet toe zijn aan democratie.
De Nederlandse NZAW wortelt vooral in rechtsgereformeerde kring: het circuit waarin organisaties ronddolen als het Oud-Strijders Legioen. Ook leden van Janmaats Centrum Democraten zijn regelmatig op bijeenkomsten van de NZAW gesignaleerd. De organisatie kwam twee jaar geleden nog in het nieuws toen bleek dat secretaris dr. W. Veenhoven tijdens de Tweede Wereldoorlog leider is geweest van het Nationaal Front, een fascistische organisatie. Alles bijeen genoeg reden voor Fulco van Aurich, woordvoeder van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (MWB) om de NZAW te omschrijven als uiterst luguber".

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klaagster zijn de volgende.
1. Volgens het artikel heeft de NZAW "zeer nauwe banden met het bewind in Pretoria". Volgens klaagster is dit feitelijk onjuist omdat de NZAW onafhankelijk is en geen banden onderhoudt met welke regering dan ook.
2. De NZAW heeft nimmer gezegd of uitgedragen dat men "begrip moet hebben voor het feit dat de Kaffers nog niet toe zijn aan democratie".
Afgezien van het feit dat de NZAW nooit het woord "kaffers" bezigt tracht de stichting de ontwikkeling van de democratie in Zuid-Afrika te ondersteunen onder meer door gekozen vertegenwoordigers van de zwarte bevolking naar Nederland uit te nodigen.
3. De zin "Ook leden van Janmaats Centrum Democraten zijn regelmatig op bijeenkomsten van de NZAW gesignaleerd", is in een zodanige context geplaatst dat de indruk wordt gewekt dat de NZAW een politieke organisatie is, die vergelijkbaar is met of verwant aan de Centrum Democraten. Deze suggestie is onjuist en plaatst de stichting bij het grote publiek ten onrechte in een negatief daglicht Aangezien de NZAW niet nagaal welke politieke voorkeur haar contribuanten hebben kan de feitelijk~ juistheid van de stelling niet worden nagegaan .
4. Wat betreft de passage over dr. W. Veenhoven, deze is wel lid maar nimmer leider van Nationaal Front geweest. Het artikel vermeldt overigens ten onrechte niet dat hij geen secretaris van de stichting meer is. Ook de context waarin deze passage is geplaatst (Fulco van Aurich: "uiterst luguber") zet de NZAW bij het grote publiek ten onrechte in een negatief daglicht.
Een algemeen bezwaar van klaagster tegen het artikel is dat de tekst niet voor publikatie aan haar voor commentaar is voorgelegd.

Betrokkene heeft op de bezwaren gereageerd als volgt.
1. Dat de NZAW wel nauwe banden onderhoudt met het bewind in Pretoria blijkt uit haar intensieve contacten met de Zuidafrikaanse ambassade in Den Haag en de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de regering van Zuid-Afrika op "braai-" en "saamtrek-" bijeenkomsten van de NZAW.
2. De zin over de noodzaak van begrip voor het feit "dat de Kaffers nog niet toe zijn aan democratie" is inderdaad geen citaat afkomstig van de NZAW. De zin is echter ook niet als zodanig in het artikel opgenomen. Het is de interpretatie van het standpunt van de NZAW dat er een zeer geleidelijk einde moet komen aan het systeem van apartheid .
3. Dat er van de zijde van uiterst rechtse groeperingen belangstelling bestaat voor de NZAW-bijeenkomsten heeft betrokkene gebaseerd op waarnemingen van journalisten en een uitlating van de toenmalige jongeren-voorzitter Christo Abrams in het Vrije Volk van 3 september 1 985.
4. Voor het oorlogsverleden van oud-secretaris dr. W. Veenhoven verwijst betrokkene naar een artikel in de Volkskrant van 7 april 1987. Volgens dat artikel blijkt uit het Rijksarchief in Noord-Brabant dat de heer Veenhoven leider is geweest van een afdeling van de fascistische organisatie Nationaal Front.
De tekst van het artikel is voor publikatie niet ter inzage gegeven aan de geïnterviewden omdat deze nadrukkelijk verklaarden van die mogelijkheid af te zien. Ook NZAW-vertegenwoordiger Abrahamse, die bij het gesprek aanwezig was, heeft niet te kennen gegeven prijs te stellen op inzage van de tekst voor publikatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het bezwaar van klaagster tegen de negatieve strekking van het artikel over de NZAW is toegespitst op vier passages uit het artikel. De Raad zal deze afzonderlijk bespreken .
1. De Raad heeft niet kunnen vaststellen of de NZAW wel of niet nauwe banden met het bewind in Pretoria heeft. Ook als dat wel het geval zou zijn dan behoeft dat niet te betekenen dat de NZAW geen onafhankelijke organisatie is.
2. De passage over de mogelijkheid van de invoering van democratie voor "Kaffers" geeft weer hoe betrokkene de visie van de NZAW op het apartheidsprobleem interpreteert. Deze interpretatie valt binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Het woord "Kaffer" is daarbij overigens niet als citaat gepresenteerd .
3. Klaagster ontkent niet dat er onder haar contribuanten leden van de Centrum Pantij zijn.
4. Betrokkene heeft niet kunnen waarmaken dat dr. W. Veenhoven leider is geweest van het Nationaal Front. Deze mededeling acht de Raad daarom feitelijk onjuist.

De Raad is van oordeel dat betrokkene met het artikel als geheel, ondanks bovengenoemde onjuistheid, niet de grenzen heeft overschreven van hetgeen, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Helmonds Dagblad.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 1 oktober 1990 door mr. P.J. Boukema, voorzitter, J.L. de Troye, mr. G. Dullens, drs. H.W.M. van Run en mr. A.J. Heerma van Voss, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 19.