1990/17 gegrond

V. ISTRATE TEGEN DE ZWOLSE COURANT

Per brief van 15 maart 1990 met acht bijlagen heeft mr drs P. van Maanen te Zwolle namens V. Istrate te Hattem (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant, I. Bartelds (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 29 maart 1 990.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990. Klager was in persoon aanwezig met zijn advocaat mr drs P. van Maanen. Betrokkene is niet verschenen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klager is van geboorte Roemeen en behoort tot de enige Roemeense familie in Hattem. Klager is betrokken bij een strafzaak die op 11 januari 1990 gediend heeft voor de rechtbank te Leeuwarden en waarin op 25 januari 1990 uitspraak is gedaan. Aan deze feiten is aandacht besteed in de Zwolse Courant. Op 13 januari 1990 verscheen onder de kop 'Roemeense asielzoekers op misdaadpad' een bericht over de behandeling van de strafzaak. Het eerste stuk van dit bericht luidt als volgt.

'Wegens medeplichtigheid aan een gewapende roofoverval te Nij Beets op het echtpaar Procee en hun twee kinderen, vrijheidsberoving, een reeks inbraken en pogingen daartoe, deelname aan een criminele organisatie alsmede handel in heroïne, heeft de Leeuwarder officier van justitie, mevrouw mr L. H. Tan, vier jaar gevangenisstraf geëist tegen de 34-jarige Roemeense asielzoeker l. l. De verdachte maakte deel uit van een internationale bende, die vertakkingen heeh in Frankrijk en West-Duitsland en zich bezighoudt met misdaden van uiteenlopende aard. Tegen twee andere bendeleden, de 25-jarige V. I. uit Hattem en de 33-jarige M. F. Z. uit Buitenpost, eiste mr Tan respectievelijk anderhalf jaar celstraf en acht maanden detentie, waarvan twee maanden voorwaardelijk'.

Voor het overige bevat het bericht achtergrondinformatie over de verdachten en details over de ten laste gelegde strafbare feiten. In de Zwolse Courant van 27 januari 1990 is onder de kop 'Vier jaar cel voor roofoverval op echtpaar' en daarboven in kleinere letters 'Voorwaardelijke celstraf voor Hattemer' verslag gedaan van de uitspraak van de rechtbank te Leeuwarden. Het begin van het bericht is gewijd aan de veroordeling van verdacht 1. I. Het bericht eindigt als volgt.

'Twee andere verdachten, de 25jarige V. I. uit Hattem en de 33jarige M. F. Z. uit Buitenpost, was onder meer het lidmaatschap van een dergelijke organisatie tenlastegelegd. De rechtbank achtte echter hun lidmaatschap van een gestructureerde misdaadorganisatie niet bewezen. De twee, beide Roemenen, werden op dit punt vrijgesproken.
Ten onrechte.
Onlangs werd ten onrechte in deze krant gemeld dat de Leeuwarder officier van justitie mr L. H. Tan tegen V. I. anderhalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf en tegen Z. acht maanden, waarvan twee voorwaardelijk, had geëist. Die laatste eis was echter van toepassing op de man uit Hattem, terwijl de eerste vordering - anderhalf jaar cel - op Z. betrekking had. Mr Tan sprak tijdens de zitting van 'bendeleden'. Overigens werd V. I., die ook op enkele andere onderdelen van de tenlastelegging werd vrijgesproken, wel veroordeeld. De Leeuwarder rechtbank legde hem voor enkele gevallen van heling vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete van duizend gulden op. Z. werd veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk'.

DE STANDPUNTEN

Klager heeh tegen de twee publikaties de volgende bezwaren geformuleerd.
Bericht 13.1.90.
1. Het bericht maakt onvoldoende onderscheid tussen de verschillende verdachten, onder meer door onzorgvuldig initialengebruik met betrekking tot de twee verdachten van wie de achternaam met een I begint.
2. Mede hierdoor wordt de indruk gewekt of al vaststond dat klager lid is van een internationale bende, terwijl voorts ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat alle asielzoekers misdadigers zijn.
3. Daar er in Hattem maar één Roemeense familie woont is klager door de combinatie van de vermelding van de nationaliteit van de verdachten enerzijds en de woonplaats van klager anderzijds herkenbaar.
Bericht 27.1.1990.
1. De in het bericht verscholen correctie is onvoldoende als zodanig herkenbaar en onvolledig omdat niet wordt duidelijk gemaakt dat bij de behandeling van de zaak het ten laste gelegde bendelidmaatschap ten aanzien van klagerniet vaststond.
2. Het bericht is onvolledig omdat niet is vermeld dat door klager hoger beroep is ingesteld zoals vermeld staat in de op 26 januari 1990 door mr Van Maanen vóór de publikatie ter redactie bezorgde brief.
3. Het bericht is feitelijk onjuist omdat vermeld wordt veroordeling wegens heling terwijl het mede ging om schuldheling en valsheid in geschrifte.

Namens klager heeft mr Van Maanen betoogd dat klager ernstige schade heeh geleden door de berichten, namelijk omdat hij is herkend. Het werd hem op zijn werk zo moeilijk gemaakt dat hij ontslag heeh genomen, terwijl mede door de publiciteit de gevolgen van de strafzaak voor zijn huwelijk dusdanig zijn geweest dat er een echtscheiding is gevolgd .
Klager verwijt betrokkene dat deze niet bereid was een interview met hem op te nemen om zijn kant van de zaak te belichten. Klager is overigens geen asielzoeker maar genaturaliseerd Nederlander.
Betrokkene heeft geantwoord dat er vóór de brief van mr Van Maanen van 26 januari telefonisch contact is geweest waarin hij aanbood een rectificatie met betrekking tot het eerste bericht te plaatsen. Ook in de brief van 26 januari is mr Van Maanen daarop niet ingegaan. Desondanks heeft betrokkene in het bericht van 27 januari een correctie opgenomen onder meer door aan te geven dat de betiteling van de verdachten als 'bendeleden' afkomstig was van de officier van justitie.
Betrokkene heeft geen aanleiding gezien in te gaan op het verzoek om een interview met klager, te meer niet daar de zaak door het ingestelde hoger beroep nog onder de rechter is. De Zwolse Courant is tot rectificatie van feitelijke onjuistheden altijd bereid, maar daarom is door mr Van Maanen niet verzocht. Betrokkene meent dat eventuele schade aan de zijde van klager het gevolg is van de strafzaak zelf en niet van de publikaties daarover. De vermelding 'asielzoekers vormde naar de mening van betrokkene een relevant feitelijk gegeven dat in de openbare zitting ook naar voren is gekomen.

BEOORDELING

Het zwaartepunt van de klacht ligt bij het feit dat klager in de twee berichten herkenbaar is neergezet door de vermelding dat de verdachten Roemenen zijn, in combinatie met vermelding van de woonplaats van klager. (Het feit dat klager inmiddels genaturaliseerd Nederlander is doet hieraan niet af.). Door betrokkene is niet weersproken dat klager behoort tot de enige Roemeense familie in de kleine gemeente Hattem. Door de berichtgeving niet zo in te kleden dat herkenbaarheid werd vermeden heeh betrokkene jegens klager onzorgvuldig gehandeld.
Hoewel de Raad niet de overtuiging heeh dat de aanduiding van de verdachten als 'Roemeense asielzoekers functioneel noodzakelijk is, houdt die vermelding niet ondubbelzinnig de suggestie in dat alle naar Nederland uitgeweken Roemenen criminelen zijn.
Anders dan klager meent de Raad dat het bericht van 27 januari voor wat betreft de door klager gewraakte punten uit het bericht van 13 januari voldoende aan de bezwaren van klager tegemoet komt. Betrokkene heeh niet onzorgvuldig gehandeld jegens klager door niet met zoveel woorden te vermelden dat op 13 januari het begaan van de strafbare feiten nog niet vaststond nu wel is vermeld dat klager deze grotendeels ontkende. Ook het feit dat als bewezen strafbaar feit slechts gesproken wordt over heling in plaats van (schuld-)heling en valsheid in geschrifte en dat niet wordt vermeld dat klager in hoger beroep is gegaan, levert onvolkomenheden op die niet zodanig zijn dat betrokkene daarmee de grenzen van zorgvuldige journalistiek heeft overschreden.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze inhoudt dat bij de berichtgeving over een tegen klager aanhangige strafzaak hij ondanks het gebruik van initialen herkenbaar is neergezet doordat tevens is vermeld dat hij woonachtig is in de kleine gemeente Hattem en dat hij van Roemeense origine is.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990. door mr P. J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, Mr L. van Vollenhoven, mr D. T. Dalmolen en T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 17.