1990/16 ongegrond

A. DE WEERT-GROENEVELT TEGEN DE ZWOLSE COURANT

Per brief van 27 februari 1990 met zes bijlagen heeft mevrouw A. de Weert-Groenevelt te Zwolle (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Zwolse Courant, J. Bartelds (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 4 april 1990.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990. Klaagster is in persoon verschenen. Betrokkene was niet aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klaagster is inwoonster van Zwolle en heeft kritiek op het beleid van de PvdA-wethouder van Woningbouw en Ruimtelijke Ordening van Zwolle, mevrouw Meindertsma. In twee ingezonden brieven aan de Zwolse Courant heeft zij haar kritiek kenbaar gemaakt. De eerste werd na inkorting geplaatst in de Zwolse Courant van 30 november 1989. De tweede brief van 22 december 1989 werd door de redactie aanvankelijk geweigerd. Na briefwisseling hierover heeft de redactie voorgesteld de brief alsnog in ingekorte vorm te plaatsen. De voorgestelde bekorting betreft het gedeelte van de brief dat naar de mening van de redactie een aanval op de persoon van de wethouder inhoudt. Klaagster is op dit aanbod niet ingegaan.

DE STANDPUNTEN

Volgens klaagster is de weigering van de redactie haar brief van 22 december 1989 integraal te plaatsen het gevolg van het beleid om de Partij van de Arbeid te beschermen. Klaagster meent dat wanneer een wethouder misstappen begaat de burger, die in een ingezonden brief met gedocumenteerde kritiek daarop komt, recht heeft op plaatsing van die brief.

Betrokkene heeft geantwoord dat de redactie zich in de regel terughoudend opstelt wanneer in ingezonden brieven personen worden aangevallen. Dat was naar de mening van betrokkene het geval in de door klaagster aangeboden brief. Daarom is haar aangeboden die brief in bekorte vorm te plaatsen. Daar klaagster op dat aanbod niet heeft gereageerd was daarmee voor betrokkene de zaak afgehandeld.

BEOORDELING

Het al dan niet plaatsen van ingezonden brieven behoort tot het vrije beleid van de redactie. In het algemeen kan de Raad daarin niet treden. In het onderhavige geval was naar het oordeel van de Raad de weigering van betrokkene in ieder geval niet onoirbaar nu de tweede aangeboden brief voortborduurde op een eerdere al geplaatste brief en deze ook geen reactie inhield op een publikatie uit de Zwolse Courant.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Zwolse Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990 door mr P. J. Boukema, voorzitter, de leden mr T. Faber-de Heer, mr L. van Vollenhoven, mr D. T. Dalmolen en T. M. L├╝cker, in tegenwoordigheid van mr A. C. M. Karsten als secretaris.

RvdJ 1990, 16.