1990/13 ongegrond

J.K. LEUTSCHER TEGEN ROB HAMMINK EN WILMA NANNINGA (DE TELEGRAAF)

Bij brief van 17 mei 1990 met één bijlage heeft J.K. Leutscher (klager) te Alicante (Spanje) een klacht ingediend tegen de journalisten Rob Hammink en Wilma Nanninga (betrokkenen). Bij brief van 6 juni 1990 hebben dezen op de klacht gereageerd. Hierna is nog een brief gevolgd van klager van 2 juli 1990 met één bijlage.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In 1972 heeft de Vara in vier televisieuitzendingen aandacht besteed aan het exploderen van limonadeflessen van o.a. het merk Exota. De limonade van dit merk werd vervaardigd door de limonadefabriek van de familie Van Tuijn uit Dongen. Wegens de na deze publiciteit zeer sterk dalende omzet heeft de familie Van Tuijn het bedrijf verkocht aan klager, die het later doorverkocht .
Begin 1990 is in een rechterlijke uitspraak vastgesteld dat een van de vier televisieuitzendingen onrechtmatig is geweest jegens de fabrikant. Naar aanleiding hiervan is in opdracht van klager beslag gelegd op de Vara-gebouwen ter verzekering van de nog in zijn handen rustende schadeclaim .
Naar aanleiding van dit nieuwsfeit is in De Telegraafvan 17 mei 1990 onder de tussen aanhalingstekens gestelde kop 'Hij houdt van kopen en verkopen, maar niet van betalen' en daarboven in kleinere letters 'Exota-familie eist miljoenen overnamegeld van zakenman' een artikel gewijd aan het feit dat volgens de familie Van Tuijn door klager tot op heden nog steeds niet de verschuldigde koopsom voor de overdracht van het bedrijf werd voldaan. Boven de kop staat de volgende tekst afgedrukt:

'Twintig jaar na de rel over de exploderende Exotaflesjes staat nu ook de juridische strijd op springen. De familie Van Tuijn, destijds eigenaar van de limonadefabriek, wil nu eindelijk geld zien van de man die hun onderneming kocht, maar die de rekening van de familie nooit volledig voldeed. Deze zakenman, de Amsterdammer J.K. Leutscher, diende vorige week een claim in bij de Vara. Hij eist 20 miljoen. "Ook dat geld komt ons toe", aldus de familie Van Tuijn. Over de overname van de limonadefabriek bestaat het recordaantal van 157 vonnissen van rechtbanken en gerechtshoven en 13 arresten van de Hoge Raad. Strekking: Leutscher moet betalen. Niemand weet hoe. Een verhaal over een man waar zelfs juridische molens knarsend op vastlopen".'

In het artikel komt de advocaat van de familie Van Tuijn, mr Rijppaert, uitvoerig aan het woord. Ook klager zelf wordt in het artikel herhaaldelijk en uitvoerig geciteerd.

DE STANDPUNTEN

Klager is van oordeel dat enkele citaten en passages misleidend zijn en dat ten aanzien daarvan geen weerwoord heeft plaatsgevonden .
Betrokkene heeft dit bestreden en heeft er op gewezen dat er tenminste zes keer uitvoerig contact is geweest met klager waarvan bandopnames zijn gemaakt. Bij het schrijven van het artikel zijn bovendien aan klager nog complete citaten voorgelegd. Klager heeft daarop uitvoerig gereageerd en dat is in het artikel opgenomen.

BEOORDELING

Klager heeft de Raad er niet van kunnen overtuigen dat hij niet ruimschoots en uitvoerig door betrokkenen in de gelegenheid is gesteld weerwoord te geven. Dit blijkt ook uit het artikel zelf. De Raad acht de bezwaren van klager daarom niet terecht.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf wordt gepubliceerd.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 31 augustus 1990 door mr P.J. Boukema, voorzitter, mr T. Faber-de Heer, mr L. van Vollenhoven, mr D.T. Dalmolen en T.M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1990, 13.