1989/7 ongegrond

STICHTING HAAGS MELD- EN REGISTRATIEPUNT DISCRIMINATIEZAKEN TEGEN TROS-AKTUA

Bij brief van 29 april 1988 met 2 bijlagen en aanvullende brief van 21 oktober 1988 met 3 bijlagen heeft het Haags Meld- en Registratiepunt Discriminatiezaken te Den Haag (klaagster), mede namens de Adviesraad Buitenlanders (een door B & W van Den Haag opgericht adviescollege ten behoeve van het gemeente-beleid t.a.v. migranten), een klacht ingediend tegen de eind-redacteuren D. Malta en G. Baars van Tros-Aktua, alsmede de journaliste Y. Habets (betrokkenen). Bij brief van 9 februari 1989 hebben betrokkenen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 maart 1989. Namens klaagster zijn verschenen mevrouw J. M. Silversmith, coördinator bij de Stichting Haags Meld- en Registratiepunt Discriminatiezaken en de heer A. Lyra, secretaris van de Adviesraad Buitenlanders.
Betrokkenen hadden laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

In de uitzending van Tros-Aktua van 19 april 1988 is in het onderdeel 'Goedkoop bellen naar het buitenland' aandacht besteed aan het bestaan van zogenaamde belhuizen. Het gaat hierbij om het doen gebruiken van een telefoon-aansluiting door gegadigden in de gelegenheid te stellen tegen een laag tarief te telefoneren waarna de aansluitingsgerechtigde de kosten met de telefoondienst niet afrekent. De exploitant zorgt ervoor dat hijzelf of degene op wiens naam de aansluiting staat voor de telefoondienst onvindbaar is, zodra de rekeningen gaan oplopen.
In de uitzending wordt verslag gedaan van het bezoek van de journaliste Yvonne Habets aan enkele van deze belhuizen. Van een adres in Den Haag worden straatnaam en huisnummer getoond, voordat de journaliste aanbelt en na het opendoen, onmiddellijk gevolgd door de camera, naar binnen gaat en door de woning loopt. Twee aanwezige mannen, die gezien hun uiterlijk en spraak niet afkomstig zijn uit Nederland, worden in beeld gebracht, waarbij een van de twee zich tegen de camera tracht te beschermen door zijn hand voor zijn gezicht te houden. De reportage wordt begeleid door uitheemse achtergrondmuziek.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De klagende stichting is van oordeel dat de reportage racistische vooroordelen versterkt door bij het aan de kaak stellen van de misstand van 'belhuizen' er de nadruk op te leggen dat zowel de gebruikers als de exploitanten voornamelijk buitenlanders zijn.

Ook het feit dat de journaliste Yvonne Habets zonder voorafgaande toestemming een woning betreedt en daar opnamen maakt, is kennelijk een gevolg van de gedachte dat buitenlanders zich een dergelijke bejegening eerder zullen laten welgevallen dan Nederlanders.
De heer Lyra sluit zich hierbij aan en wijst op het feit dat door het ten gehore brengen van uitheemse muziek, de huidkleur van de in beeld gebrachte personen en bijvoorbeeld de vermelding dat het volgens de politie in één geval gaat om een man die onder meer nationaliteiten bekend is, de suggestie wordt gewekt dat met name buitenlanders bij deze negatieve praktijken betrokken zijn. Hem bereikten veel klachten van mensen die zich aan de uitzending hadden geergerd.

Betrokkenen hebben geantwoord dat zij zich naar hun mening niet discriminerend hebben opgesteld. Zij wijzen op het feit dat de actie 'Zet 's een andere bril op' in Tros-Aktua is geïntroduceerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Voorzover de klacht zich richt tegen de schending van de persoonlijke levenssfeer van de in beeld gebrachte personen moet de Raad klaagster niet ontvankelijk verklaren, omdat de doelstelling van klaagster zich beperkt tot de behartiging van belangen in discriminatiezaken. Ten aanzien van de vraag van klaagster of de reportage vooroordelen tegen buitenlanders versterkt, overweegt de Raad het volgende.
Het feit dat in de reportage het accent ligt op buitenlanders vloeit voort uit het onderwerp: goedkoop telefoneren is met name interessant voor internationale gesprekken. Het zal dus feitelijk juist zijn dat vooral buitenlanders te maken hebben met de in de reportage gesignaleerde belhuizen. Hoewel dit feit vooroordelen in de hand kan werken of bestaande vooroordelen kan bevestigen of versterken, betekent dit nog niet dat betrokkenen zich daarom van de reportage hadden moeten onthouden. Een mogelijk vooroordeel bevorderend effect mag niet tot gevolg hebben dat een journalist niet zou kunnen berichten over nieuwsfeiten waar minderheden bij betrokken zijn. Na kennisneming van de reportage is de Raad evenmin tot het oordeel gekomen dat de vorm waarin deze gegoten was genoemd effect onnodig versterkte.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkenen niet de grenzen hebben overschreden van hetgeen gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door het uitzenden van een reportage over een nieuwsfeit met negatieve implicaties ten aanzien
minderheden.

De Raad bezoekt betrokkene aan deze beslissing bekendheid te geven in een van de uitzendingen van Tros-Aktua.

Aldus vastgesteld ter zitting de Raad van 31 maart 1989 door mr. P. J. Boukema, voorzitter, Mr T. Faber-de Heer, D. F. Houwaart, mr. F. Kuitenbrouwer en mr. D. T. Dalmolen, leden, in aanwezigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 7.