1989/6 ongegrond

 

W. LINDWER TEGEN HET NIEUW ISRAËLIETISCH WEEKBLAD

Bij brief van 8 september 1988 met 2 bijlagen en aanvullende brief van 29 september 1988 heeft W. Lindwer te Amstelveen (klager) een klacht ingediend tegen M. Kopuit, hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (betrokkene). Bij brief van 31 oktober 1988 met 1 bijlage heeft deze op de klacht gereageerd. Klager en betrokkene hebben hun standpunt nader uiteengezet in brieven van resp. 9 januari en van 3 februari 1989 met 1 bijlage.
De Raad heeft met toestemming van partijen over de klacht beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 10 februari 1989.

 

 

 

 

 

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten .
Klager is de maker van de film 'De Laatste Zeven Maanden, vrouwen in het spoor van Anne Frank' Tussen klager en de Amerikaan David Barchas is een geschil ontstaan over de geestelijk eigendom van deze op 3 mei 1988 door de Tros en BRT-televisie uitgezonden film. Dit geschil leidde tot een op 15 september 1988 vastgesteld kort geding.
Aan deze kwestie is in het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 2 september 1988 een artikel gewijd onder de kop 'Geschil over skript van TV-film over Anne Frank'. Bij dit artikel zijn twee foto's afgedrukt van twee in de film optredende vrouwen. Het bijschrift bij deze foto's eindigt met de volgende tekst. 'Foto's van de TVfilm De Laatste Zeven Maanden'.

 

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft zijn bezwaar geformuleerd als volgt. 'Het zonder toestemming vervaardigen van foto's vanaf een videoband van mijn TV-programma 'De Laatste Zeven Maanden, vrouwen in het spoor van Anne Frank', en vervolgens zonder de toestemming van de afgebeelde personen en de maker van het TV-programma overgaan tot publikatie van deze foto's

 

 

Klager meent dat betrokkene zich tot zijn maatschappij AVA Productions of hemzelf had moeten wenden toen bleek dat de Tros geen foto's kon verschaffen. Naar de mening van klager is het de producent die bepaalt welk fotomateriaal voor publikatie beschikbaar gesteld kan worden en dat geldt temeer daar het in de onderhavige zaak om de uiterst gevoelige materie van oorlogsslachtoffers ging. 'Door zomaar foto's te maken uit de videoband is de beschermende selectie en keuze die door de rechthebbende producent wordt gemaakt ten onrechte tenietgedaan'

 

 

 

 

Betrokkene heeft erop gewezen dat bij de eind april 1988 gehouden perspresentatie van de film foto's van en over de film ter beschikking werden gesteld. Toen het NIW voor het artikel van 2 september 1988 bij de Tros geen foto's meer kon krijgen (en de Tros verwees niet naar AVA Productions of klager), heeft betrokkene foto's van een videoband van de film gemaakt. Deze foto's verschillen niet wezenlijk van de bij de perspresentatie ter beschikking gestelde foto's. Het beschermingsargument van klager gaat naar de mening van betrokkene niet op, omdat door de uitzending van de film over de televisie beelden van de deelnemende vrouwen openbaar werden. Bij de perspresentatie op 27 oktober 1988 van het over de film gemaakte boek, waarbij ook de deelnemende vrouwen aanwezig waren, kon de pers vrij fotograferen. Dit staat met zoveel woorden vermeld op het programma van die middag.

 

 

 

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het is niet de taak van de Raad een oordeel te geven over de vraag of er sprake is van schending van auteursrecht. De vraag of betrokkene gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid de grenzen heeft overschreden van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is door foto's te maken van op een videoband opgenomen beelden van de door klager gemaakte film en die foto's vervolgens te publiceren, wordt door de Raad ontkennend beantwoord. Door het uitzenden van de film is deze openbaar geworden, zodat het betrokkene vrijstond foto's van de openbaar gemaakte beelden te maken en die te gebruiken voor een artikel dat met het maken van die film in verband staat.

 

 

 

 

 

BESLISSING

De Raad wijst het bezwaar van klager af.

 

 

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nieuw Israëlietisch Weekblad te publiceren.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 10 februari 1989 door mr P. J. Boukema, voorzitter, mr. L. van Vollenhoven, J. de `vries, mr. A. J. Heerma van Voss en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van A. C. M Karsten, secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

RvdJ 1989, 6.