1989/5 ongegrond

J. B. VAN BORSSUM WAALKES TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE TIJD

Bij brief van 1 september 1988 met 1 bijlage heeft de geneeskundig hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid J. B. van Borssum Waalkes (klager) een klacht ingediend tegen drs. A. M. van der Meulen, hoofdredacteur van het weekblad De Tijd (betrokkene). Bij brief van 10 november 1988 met 1 bijlage heeft deze zich tegen de klacht verweerd .
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 10 februari 1989. Partijen waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

In De Tijd van 19 augustus 1988 is naar aanleiding van de bezuinigingen in de psychiatrie een artikel verschenen van Roel Visser over de gesloten afdeling Lokhorst van het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang. Bij het artikel zijn 10 foto's afgedrukt waarop in Lokhorst verblijvende patiënten staan afgebeeld. In twee gevallen wordt de afgebeelde patiënt ontkleed getoond, wel telkens zodanig dat de geslachtsdelen niet te onderscheiden zijn. Bij de meeste foto's zijn de afgebeelde patiënten duidelijk herkenbaar.

DE KLACHT

Volgens het besluit Erkenningseisen voor ziekenhuizen dienen deze zorg te dragen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van opgenomen patiënten. Het toezicht op de naleving hiervan behoort tot de taak van klager als geneeskundig hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid. In die hoedanigheid maakt klager bezwaar tegen de afgedrukte foto's. Naar zijn mening is door het publiceren van die foto's de persoonlijke levenssfeer van de daarop afgebeelde patiënten op ontoelaatbare wijze geschonden omdat zij herkenbaar zijn en omdat zij afgebeeld zijn in een situatie en op een wijze 'waarvan het zeer onaangenaam is voor henzelf en/of hun (familie-) betrekkingen, dat deze in brede kring bekendheid verkrijgen'. Dit geldt niet uitsluitend voor de herkenbare naaktfoto's.
Klager is van oordeel dat dit geldt ongeacht of de patiënten en de behandelaars in kwestie toestemming hebben verleend voor het maken en publiceren van de foto's. Naar het oordeel van klager had betrokkene ondanks eventuele toestemmingen niet tot publikatie behoren over te gaan ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënten.

Betrokkene heeft gewezen op de bijzondere zorgvuldigheid waarmee het artikel is voorbereid, waaronder overleg over de publikatie. De journalist Roel Visser heeft na een gesprek met de algemeen directeur van het ziekenhuis en met de hoofdcoordinator van paviljoen Lokhorst gedurende de periode van 11 juli tot 31 juli 1988 bezoeken gebracht aan Lokhorst en met toestemming van directie, personeel en patiënten foto's gemaakt. De patiënten hebben ieder voor zich schriftelijk bevestigd toestemming te geven 'tot publikatie van foto's met zijn persoon daarop afgebeeld in het weekblad De Tijd, en alleen daarin, ten behoeve van een reportage van de afdeling Lokhorst van het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang', zoals de tekst van een van de overgelegde toestemmingsverklaringen luidt. Wanneer een patiënt weigerde werd van fotograferen afgezien. De directie en het behandelend personeel achtten overleg met familie van de patiënten niet nodig. De directie had aan de toestemming de voorwaarde verbonden dat de tekst van het artikel en de foto's vooraf ter inzage gegeven zouden worden met een vetorecht van de directie zowel ten aanzien van de tekst als ten aanzien van de foto's. Overeenkomstig deze procedure heeft Roel Visser de zaak afgehandeld met de voorlichter van het ziekenhuis, nadat ook de afdelingspsychiater en het plaatsvervangend hoofd van het paviljoen de tekst en de foto's hadden gezien. In overleg werd één voorgestelde foto vervangen door een andere.

Betrokkene is van oordeel dat de foto's een gepaste illustratie vormen van het onderwerp waarom het gaat, namelijk de gevolgen van de bezuinigingen in de psychiatrie.
Betrokkene meent alles te hebben gedaan wat van een journalist bij de voorbereiding van een artikel over een delicaat onderwerp als psychiatrische patiënten mag worden verwacht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gaat in deze zaak om de vraag of betrokkene gebruik mocht maken van de verkregen toestemmingen tot het maken en publiceren van foto's van psychiatrische patiënten, dan wel dat hij ondanks die toestemmingen van publikatie had behoren af te zien ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënten.
De Raad stelt voorop dat betrokkene de verkregen toestemmingen voor valide mocht houden. Wanneer de persoon om de bescherming van wiens persoonlijke levenssfeer het gaat, zelf toestemming geeft tot publikatie van die levenssfeer betreffende foto's mag een journalist van die toestemming gebruik maken. Wat betreft de mogelijkheid dat de patiënten zelf niet in alle gevallen in staat zouden zijn hun wil te bepalen, mocht betrokkene afgaan op het oordeel van het personeel en de behandelend artsen.
Aan de Raad komt daarover geen oordeel toe, evenmin als over de vraag of de directie van het ziekenhuis juist heeft gehandeld door toestemming te verlenen tot het maken en publiceren van de betrokken foto's.

BESLISSING

Gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid heeft betrokkene niet de grenzen overschreden van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is, door foto's van psychiatrische patiënten, waaronder foto's van patienten in ontklede staat, te publiceren nu betrokkene daarvoor in het algemeen van de patienten zelf en voor de gepubliceerde foto's ook van het bevoegde gezag van het ziekenhuis toestemming had verkregen.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Tijd te publiceren

Aldus vastgesteld ter zitting var de Raad van 10 februari 1989 door Mr. P. J. Boukema, voorzitter, mr. L. van Vollenhoven, J. de Vries, mr. A. J. Heerma van Voss en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 5.