1989/24

 

PROF. DR. P. A. VOUTE EN DE SKK TEGEN ELSEVIER

Bij brief van 9 oktober 1989 met 11 bijlagen van A. van Marken en P. A. Voûte hebben deze namens het bestuur van de Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek (SKK) en ondertekenaar Voûte privé (klagers) een klacht ingediend tegen de journalist Joost de Haas en de hoofdredacteur van Elsevier, J. L. van den Bossche (betrokkenen). Namens betrokkenen is op 29 november 1989 schriftelijk op de klacht gereageerd door mr. G. J. Kemper in een verweerschrift met 4 bijlagen.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 december 1989. Prof. dr. P. A. Voûte was in persoon aanwezig, evenals A. van Marken namens SKK. Hoofdredacteur Van den Bossche verscheen mede namens Joost de Haas. Hij werd bijgestaan door mr. G. J. Kemper.

 

 

 

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In de aflevering van het weekblad Elsevier gedateerd 5 augustus 1989 is onder de kop 'Leven voor geven' met daaronder in kleinere letters 'De ondoorzichtige geldpraktijken van kankerspecialist Voûte' een artikel verschenen over de besteding van voor kankeronderzoek ingezamelde gelden en de rol daarbij van prof. dr. P. A. Voûte. Op de omslag van het weekblad wordt het artikel aangekondigd onder de kop 'De handel en wandel van professor Voûte'.
Het artikel is voorzien van de volgende inleiding. 'In de wereld van de liefdadigheid gaat het er soms hard aan toe. Vooral wanneer inzamelingsacties voor het goede doel ontaarden in ordinaire ruzies over de verdeling van het geld. Het middelpunt van zo'n rel is nu de Amsterdamse kinderarts en kankerspecialist prof. dr. P. A. Voûte. In het conflict, dat zich tot nu toe achter gesloten deuren afspeelde, vliegen de aantijgingen over en weer. Voûte zou onzorgvuldig en onverantwoord omspringen met giften voor kankeronderzoek. Onzin en kinnesinne, zegt Voûte, die in deze affaire de ene tegenspeler beticht van financiële manipulaties en de ander bestempelt als 'Korsakov-patiënt'.'

 

Het artikel zelf vermeldt het bestaan van de in 1965 opgerichte Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek met als voorzitter van het bestuur klager Voûte. Volgens het artikel worden de door de stichting gefinancierde onderzoeksprojecten veelal ingediend door Voûte, die tevens voorzitter is van het bestuur. Dat bestuur zou daarbij blind vertrouwen op de wetenschappelijke toetsing van die projecten door Voûte. Uitzondering daarop vormde het bestuurslid Jouke Witteveen, van 1977 tot begin 1985 algemeen directeur van het Emma Kinderziekenhuis.
'Zijn lidmaatschap van het bestuur was van korte duur. Hij stapte er naar zijn zeggen uit na onenigheid met Voûte en omdat deze had geweigerd inzage in de geldstroom te geven. (...) Na het vertrek van Witteveen en de komst van Van Marken en Boellaard zouden de zaken wat professioneler worden aangepakt. Er werden jaarrekeningen opgemaakt, gecontroleerd door accountants van Moret & Limperg. En de SKK kwam met jaarverslagen, waarin Voûte een enkele pagina's tellende opsomming gaf van de lopende onderzoeksprojecten. Maar de stukken liggen voor het publiek niet ter inzage bij het stichtingsregister'.

 

 

Het artikel doet vervolgens verslag van de inzameling van gelden door de deelname van Voûte en Fred Oster aan de Marathon van New York. Hiertoe werd een aparte stichting opgericht: de Stichting Fondsenwerving Kindergeneeskundig Kankeronderzoek (SFKK). Volgens het artikel is het bestuurslid Henny ten Brink van SFKK opgestapt na onenigheid tussen de besturen van de beide stichtingen over aanspraken van SKK op de geworven fondsen.
'Ten Brink houdt het voorgezien. Hij wil niets meer te maken hebben met fondsenwerving voor professor Voûte. 'Ik ben als de dood dat ik betrokken raak bij een schandaal', zegt hij. 'De gang van zaken is buitengewoon griezelig, omdat er naar mijn mening geen afdoende controle plaatsvindt. We zullen nooit zeker weten of het overgemaakte geld inderdaad besteed wordt aan het door Voûte opgevoerde project'.'
Na de verschijning van het artikel heeft klager Voûte in een brief van 3 augustus 1989 aan de redactie bezwaar gemaakt tegen de inhoud. Hij vermeldt in deze brief een aantal punten die volgens hem onjuist of onwaar zijn. Op 10 augustus 1989 is door de adjunct hoofdredacteur van Elsevier, A. A. van Brussel, aan klager Voute geantwoord dat Elsevier bereid is tot publikatie van een ingezonden brief. Dit antwoord eindigt met de volgende zin: 'Het komt mij echter voor dat uw brief van 3 augustus niet als zodanig is bedoeld'.

 

 

In de aflevering van Elsevier gedateerd 23 september 1989 is onder de kop 'Schuiven met fondsen' en in kleinere letters 'De financiële kunstgrepen van prof. Voûte' een vervolgartikel verschenen voorzien van de volgende inleiding. 'De Amsterdamse kankerspecialist prof. dr. P. A. Voûte werd vorige maand in Elsevier beschuldigd van onverantwoord en onzorgvuldig omspringen met giften voor kankeronderzoek. Inmiddels groeit de twijfel over de bestedingen van de ontvangen schenkingen. Nieuwe onthullingen'.
Het artikel gaat in op de banden tussen Voute en de Société Internationale d'Oncologie Pédiatrique (SIOP). Het artikel maakt melding van een onderzoeksproject van de SIOP waarbij het Emma Kinderziekenhuis is betrokken en waarvan de financiering van 1976 tot 1987 verzorgd werd door het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF). Omdat de SKK de financiering van het project zou overnemen werd door het KWF op 31 december 1985 f 150.000,- ten behoeve van het SlOP-project overgemaakt aan de SKK.

 

 

Na het kopje 'In eigen zak gestoken' volgt in het artikel over de besteding van dat geld de volgende passage. 'Met enkele kleinere giften kwam het vermogen van dit fonds binnen de SKK op 167.000 gulden. In 1986 ging daar van af: 63.079,95 gulden voor 'personeelskosten Emma Kinderziekenhuis' en 41.412 gulden voor 'kosten Maatschap Kinderartsen'. Ex-economisch directeur Franken: 'Het Emma heeft nooit iets ontvangen van de SKK. Het is heel duidelijk, dit hebben ze in eigen zak gestoken'.
Hierna komt het artikel terug op de in het eerste artikel vermelde onenigheid tussen de besturen van de SKK en de SFKK, waarbij geschreven wordt over 'doorsluizen van gelden naar de SKK', 'het belanden van gelden', 'het project waarvoor Voute beweerde het geld zo hard nodig te hebben' en 'het ontbreken van jaarstukken tot 1985'.
Onder het kopje 'Twee ton' volgt een passage over de zogenaamde Cruyff-car. 'Er is tenminste nog één schenking waarvan niet valt te traceren wat ermee is gebeurd. Op 7 november 1978 speelde Johan Cruyff één van zijn vele afscheidswedstrijden voor een goed doel. In dit geval zou de recettewinst van Ajax-Bayern München weggeschonken worden aan de SKK van Voute. Cruyff schreef een cheque uit van twee ton.Het overleg met hem zou het bedrag besteed worden aan de aanschaf van een mobiel intensive car unit, een zogenaamde 'crash car'. Enkele maanden later werd Cruyff uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de ingebruikstelling van het apparaat, toen omgedoopt in 'CruyffcarS Oud-economisch directeur Franken: 'Dat apparaat is destijds voor 25 mille aangeschaft door het Emma Kinderziekenhuis. De SKK heeft er geen cent aan besteed. Cruyff kreeg het apparaat te zien dat helemaal niet met zijn gift betaald was'.'
Het artikel vermeldt tenslotte dat er nog andere stichtingen zijn waarbij Voute betrokken is. Na het kopje 'Ondoorzichtig' wordt in dit verband gesproken over 'Een web van stichtingen dat de werving en besteding van fondsen voor kankeronderzoek ondoorzichtig maakt'.

 

 

In de aflevering van Elsevier gedateerd 7 oktober 1989 is onder de kop 'Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek' en in kleinere letters 'De echte feiten' een stuk gepubliceerd van de hand van klager Voûte waarin hij bezwaar maakt tegen onjuistheden uit bovengenoemde artikelen en waarin hij 'de feiten (geeft) zoals zij werkelijk zijn'. Dit stuk bevat onder meer de volgende punten.
1. Het is onjuist dat er met betrekking tot SKK pas in 1985 jaarstukken zijn. Er zijn jaarstukken vanaf de oprichtingsdatum in 1975. Vanaf 1979 zijn deze gecontroleerd en akkoord bevonden door de register-accountants Moret & Limperg. De journalist De Haas had dit kunnen weten omdat hij voor de publikatie van het eerste artikel de jaarstukken over 1985 1986 en 1987 ter vertrouwelijke inzage kreeg. In die jaarstukken van 1985 staat met zoveel woorden vermeld dat ook de jaarstukken 1981 en 1982 werden goedgekeurd.
2. Bij de oprichting van de SFKK was het van meet af aan de bedoeling dat de ingezamelde gelden ter beschikking gesteld zouden worden van de SKK. Het artikel vermeldt wel dat bestuurslid Ten Brink na onenigheid vertrok, maar ten onrechte niet dat deze zich in een brief van 19 juli 1989 geheel akkoord verklaarde met het besluit het grootste deel van de gelden van de SFKK over te maken naar de SKK. De journalist had deze brief in zijn bezit.
3. Uit het financieel rapport van Moret & Limperg over het jaar 1986 blijkt dat de SKK wel degelijk de door het Emma Kinderziekenhuis gemaakte kosten voor de uitvoering van het SlOP-project heeft betaald. Betrokkene De Haas wist ook dat de over deze kwestie aan het woord gelaten voormalig economisch-directeur Franken van het Emma Kinderziekenhuis in 1985 was afgetreden zodat deze geen wetenschap kon hebben over betalingen in het jaar 1986. De woorden die deze in de mond gelegd worden zouden dus nooit juist kunnen zijn en dat had voor betrokkene De Haas duidelijk moeten zijn. In een brief van 22 september 1989 aan Joost de Haas ontkent Franken dan ook de opgetekende uitlatingen te hebben gedaan.
4. Bij de Cruyff-car ging het erom dat de heer Johan Cruyff een gift deed om de aanschaf van hulpmiddelen mogelijk te maken, die niet uit de opbrengst van de verpleegtarieven konden worden bekostigd. In plaats van het geschonken bedrag rechtstreeks te gebruiken voor de aanschaf van die hulpmiddelen, werd de vorm van een lening gekozen aan het Emma Kinderziekenhuis onder garantie van de SKK. Aldus werd bereikt dat het Emma Kinderziekenhuis niet slechts eenmalig hulpmiddelen kon aanschaffen maar telkens opnieuw geld kon lenen, terwijl jaarlijks slechts een bedrag gelijk aan de afschrijving van de gekochte hulpmiddelen behoefte te worden terugbetaald. Weliswaar komt dit laatste ten laste van het budget en dus van de verpleegtarieven, waar het om gaat is echter dat zonder de schenking geen lening mogelijk zou zijn geweest omdat de bank wegens de slechte solvabiliteit van het ziekenhuis daartoe niet bereid was.

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN

Klager is van oordeel dat de hem door Elsevier geboden gelegenheid zijn visie op de feiten te geven onvoldoende is om de grote schade die aan hem persoonlijk en SKK is toegebracht te niet te doen. De artikelen zijn niet alleen feitelijk onjuist, maar ademen ook een sfeer alsof de SKK en Voûte zich schuldig maken aan frauduleuze praktijken.
Klagers menen daarom dat betrokkenen openlijk excuses hadden moeten maken en bovendien hadden moeten erkennen dat de feiten, zoals die in het stuk van Voûte vermeld staan de juiste zijn. Over dit laatste is tot vlak voor het verschijnen van het stuk contact geweest. Door klagers was verzocht de publikatie ervan te laten voorafgaan door een mededeling van de redactie in een apart kader van de volgende inhoud: 'De in dit artikel vermelde feiten betreffende de SKK zijn door ons onderzocht en volledig juist bevonden', met als ondertekening 'Hoofdredactie Elsevier'. Klager Voûte verwijst ten deze naar zijn brief van 30 september 1989 aan de redactie alsmede naar zijn aan het einde van de middag van 2 oktober 1989 per fax verzonden brief waarin hij naar die van 30 september verwijst.
Betrokkenen hebben naar voren gebracht dat de artikelen zijn voorbereid door een gesprek met klager Voûte zelf en met anderen, die nauw betrokken waren of zijn bij de SKK en de SFKK, te weten de (oud-)bestuursleden Witteveen, Ten Brink en Van Marken, oud-directeur van het Emma Kinderziekenhuis Franken en voor algemene informatie en de directeur van het Koningin Wilhelmina Fonds Van de Poll. Bovendien hadden betrokkenen de beschikking over door Voûte en andere informanten ter beschikking bestelde documenten. De kern van de artikelen is dat er onduidelijkheid bestaat over de besteding van gelden door de SKK. De artikelen geven naar de mening van betrokkenen op alle punten nauwkeurig aan waarop de conclusie, dat die onduidelijkheid er is, gebaseerd is. Waar het verder om gaat is of betrokkene De Haas de feiten voor waar mocht houden toen hij deze verzamelde. Van een journalist kan niet gevergd worden dat hij de waarheid vaststelt. Dat is ook de reden waarom de redactie van Elsevier het door Voûte geeiste kadertje geweigerd heeft. Zakelijk samengevat is het standpunt van betrokkenen over de belangrijkste punten van bezwaar als volgt.
1. Het gegeven dat voor 1985 geen jaarverslagen van de SKK werden gemaakt is ontleend aan ex-bestuurder Witteveen. De vervolgens door bestuurslid Van Marken ter beschikking gestelde stukken over 1985 bevestigen die mededeling, daar immers volgens die stukken de jaarverslagen over 1981 en 1982 pas in dat jaar zijn goedgekeurd.
2. Het feit dat het voormalige SFKK-bestuurslid Ten Brink zich tenslotte heeft neergelegd bij het besluit een groot deel van de ingezamelde gelden over te maken naar de SKK neemt niet weg dat dit besluit vooraf gegaan kan zijn door grote onenigheid.
3. Uit de toelichting van Voûte op de kwestie van de Cruyff-car blijkt dat door de wijze waarop de gift werd gebruikt de verpleegtarieven wel bemvloed werden.
4. Ook hier blijkt uit de toelichting van Voûte zelf dat het Emma Kinderziekenhuis als zodanig niet heeft geprofiteerd van de in het geding zijnde gelden, maar dat door de SKK alleen de kosten zi jn vergoed die gemaakt werden ten behoeve van het SlOP-project. De weergegeven mededeling van Franken is in essentie dus juist.

 

Betrokkenen menen dat zij klagers zeer ver tegemoet zijn gekomen door hen de gelegenheid te bieden in een uitvoerige publikatie hun visie te geven. Volgens betrokkenen bestond over de tekst van dat stuk tussen partijen volledige overeenstemming en hadden klagers hun eis tot het opnemen van een inleidende mededeling laten vallen. Na de laatste brief van Voûte van 2 oktober was er op 3 oktober nog telefonisch contact tussen hem en Van den Bossche. Betrokkenen menen dan ook dat er eigenlijk geen plaats meer is voor een klacht bij de Raad voor de Journalistiek. Zij handhaven dat de artikelen behoorlijk zijn voorbereid en geen verwijtbare onjuistheden bevatten. Wel erkennen betrokkenen dat zij klager Voûte op een ongelukkig moment hebben benaderd voor commentaar op het artikel dat op 23 september 1989 geplaatst is.

 

 

 

 

BEOORDELING

De in het geding zijnde artikelen hebben tot onderwerp onduidelijkheid over de besteding van voor kankeronderzoek geworven gelden door met name de Stichting Kindergeneeskundig Kankeronderzoek maar ook door andere stichtingen, alle organen bij welke klager Voûte nauw betrokken is. Betrokkenen hebben hiernaar onderzoek gedaan door het horen van een aantal insiders. Op grond van die gesprekken kwamen zij tot negatieve conclusies. Deze worden in de artikelen zoveel mogelijk toegelicht met uitspraken over de gehoorde informanten. De artikelen gaan echter verder, doordat zij door eigen of aangehaald suggestief woordgebruik ('handel en wandel van professor Voûte', 'onzorgvuldig omgaan met giften', 'aantijgingen vliegen over en weer', 'financiele kunstgrepen', 'nieuwe onthullingen', 'in eigen zak gestoken', 'doorsluizen', 'het geld belandde', 'web van stichtingen') de indruk wekken van malversaties en persoonlijk winstbejag.
Deze implicaties worden naar het oordeel van de Raad in de artikelen niet voldoende waargemaakt. De Raad meent voorts dat betrokkenen niet konden verwachten dat klager Voûte behoorlijk zou kunnen reageren toen hij telefonisch om een reactie gevraagd werd met betrekking tot een aantal punten uit het in voorbereiding zijnde artikel van 23 september 1989 nu klager daarvoor uit een te Praag gehouden congres moest worden geroepen dat door hem werd voorgezeten.
De Raad meent echter dat betrokkenen klagers voldoende tegemoet zijn gekomen door hem uitvoerig gelegenheid tot een weerwoord te geven. Hierin ligt de erkenning zijdens de redactie van gemaakte fouten besloten, zodat klagers daarnaast niet afzonderlijk excuses konden eisen. Met betrokkenen is de Raad van oordeel dat evenmin van hen de erkenning kon worden verlangd dat de presentatie van de feiten in de publikatie van klager Voûte de enige juiste is.

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond voorzover deze inhoudt dat de artikelen van 5 augustus en 23 september de suggestie wekken dat klagers zich bij de besteding van giften voor kankeronderzoek schuldig hebben gemaakt aan financieel wanbeheer c.q. frauduleus gedrag zonder dat een en ander in de artikelen voldoende is waargemaakt, alsmede voorzover de klacht inhoudt dat de artikelen een aantal onjuistheden bevatten, die de journalist had kunnen vermijden.
De Raad acht de klacht eveneens gegrond voorzover zij inhoudt dat betrokkenen te weinig moeite hebben gedaan om met betrekking tot het artikel van 23 september een behoorlijke reactie te verkrijgen van klager Voûte. De Raad acht de klacht echter ongegrond voorzover zij inhoudt dat betrokkenen niet alles in het werk hebben gesteld hun eerdere onzorgvuldigheid te herstellen. Zij hebben klager immers de gelegenheid gegeven tot een zeer uitvoerig weerwoord. Aangezien hierin de erkenning besloten ligt van eerder gemaakte fouten, hoefden betrokkenen niet te voldoen aan het verlangen van klagers daarnaast met zoveel woorden excuses te maken en hoefden zij evenmin in te gaan op de eisen van klagers zich met zoveel woorden achter de zijdens klagers gepresenteerde feiten als enig juiste te stellen, want het was niet de taak van betrokkenen, noch lag het in hun vermogen, de juistheid daarvan vast te stellen.

 

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in Elsevier te publiceren.

 

 

Aldus vastgesteld ter zitting vande Raad van 11 december 1989 door Mr. P. J. Boukema, voorzitter, Mr. E. C. M. Jurgens, J. de Vries, Drs. H. W. M. van Run en T. M. Lucker, leden, integenwoordigheid van Mr. A. C. M Karsten, secretaris.

 

 

 

 

RvdJ 1989, 24.