1989/22 ongegrond

ING. J. A. VAN OVEREEM TEGEN DE MEPPELER COURANT

Bij brief van 25 september 1989 met 2 bijlagen en aanvullende brief van 3 oktober 1989 heeft Mr. M. J. de Witte, advocaat te Hoogeveen, namens Ing. J. A. van Overeem te Havelte (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Meppeler Courant (betrokkene). Bij brief van 5 oktober 1989 met 9 bijlagen en aanvullende brief van 6 oktober 1989 met 3 bijlagen heeft deze op de klacht geantwoord. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 1989. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klager is secretaris van de winkeliersvereniging van het Zuideinde te Meppel. Klager is zelf geen winkelier maar heeft een functie in het bedrijfsleven. De echtgenote van klager heeft wel een zaak aan het Zuideinde.
In de Meppeler Courant van 21 juni 1989 is in de vaste rubriek 'Doorgezaagd' onder de kopjes 'Feuilleton (1)' en 'Feuilleton (2)' verslag gedaan van onenigheden binnen de middenstand van de Hoofdstraat-Zuid en het Zuideinde te Meppel. Het eerste berichtje bevat de volgende passage.

'En wat te denken van een andere middenstander die de resultaten van een enquête in de straat misbruikt en met de handtekeningen van zijn 'collega's' naar de politie stapt en deze gebruikt om de eigen mening door te drukken dat het gedeelte van het Zuideinde vanaf de Weerdstraat na een proefperiode van anderhalf jaar afgesloten blijft. (...) De heer Van O. toog met achttien handtekeningen die ooit voor een ander referendum waren opgehaald naar de politie met de mededeling dat de winkeliers het experiment wilden voortzetten'.

Het tweede bericht bevat de volgende passage.

'Sigarenwinkelier Klaas van der Meulen ontdekte zaterdagavond dat zijn buurman tot zijn stomme verbazing enige papiertjes en de verpakking van een baaltje shag voor zijn winkel veegde. Een sigarenmagazijn, moet buurman hebben gedacht, is per definitie schuldig aan het feit dat er tabaksafval op straat ligt. Er ontstond een heftige woordenwisseling, waarbij het er even op leek dat de bezemsteel van de buurman het zou begeven. Maar dezelfde buurman laat dagelijks in de buurt zijn hond uit. En ook dat wordt gesignaleerd. Op de ene foto buurman met hond op weg voor een sanitaire stop en op de tweede foto het resultaat van het verpozen. Een alerte buurtbewoner legde dit uitstapje vast'.

Bij dit berichtje zijn twee foto's afgedrukt. De ene toont klager op de rug gezien met een hond aan de lijn. De andere toont een straatbeeld met honde-uitwerpselen. De rubriek bevat voorts een spotprent waarbij klager is afgebeeld als de 'Ajatollah van het Zuideinde'.

In de Meppeler Courant van 28 juni 1989 zijn bovenbedoelde foto's opnieuw afgedrukt met onder het kopje 'Feuilleton' de volgende tekst.

'Vorige week publiceerden we twee foto's naar aanleiding van een aantal verwikkelingen aan het winkelgedeelte van het Zuideinde. We kregen van een omwonende twee foto's met als centrale figuur de heer Van Overeem, één van de winkeliers, die zoals de foto laat zien zijn hond uitlaat. Op de tweede foto is daarvan het resultaat te zien. De heer Van Overeem verklaart nadrukkelijk dat de uitwerpselen op de foto niet van zijn hond afkomstig zijn. Hij benadrukt zeer milieubewust te zijn en hij heeft zijn hond zelfs geleerd boven putjes te plassen. Hij stelt er prijs op dat deze verklaring in Doorgezaagd wordt afgedrukt. Bij deze'.
In de Meppeler Courant van 6 september 1989 is een ingezonden brief van klager afgedrukt waarin hij bezwaar maakt tegen de aantijgingen uit de berichtjes 'Feuilleton (1)' en 'Feuilleton (2)'. Hij deelt mee zijn hond steeds

daar uit te laten waar niemand er last van heeft. Voor wat betreft de kwestie van de afsluiting van het Zuideinde deelt klager mee in een op uitnodiging van de politie gevoerd gesprek met een aantal bestuursleden van de winkeliersvereniging slechts te hebben gezegd dat 18 deelnemers voor afsluiting waren en 4 tegen. Hij ontkent in de brief misbruik van gegevens .
De brief draagt als onderschrift 'M.H.M. van Overeem'. In een latere editie van de Meppeler Courant is meegedeeld dat dit niet de voorletters van klager zijn maar die van zijn echtgenote en dat de brief afkomstig was van klager zelf.

DE STANDPUNTEN

De bezwaren van klager richten zich in hoofdzaak tegen de berichten 'Feuilleton (1)' en 'Feuilleton (2)' en de daarbij geplaatste foto's. De bezwaren tegen de spotprent kunnen buiten beschouwing blijven. Bedoelde berichten bevatten onjuiste beschuldigingen. In de door betrokkene geplaatste rectificatie over het uitlaten van de hond is ten onrechte niet vermeld dat de bijgeplaatste foto's produkten van trucage zijn. Wat betreft de aangeboden handtekeningen, dit geschiedde door een medebestuurslid. Klager zelf heeft slechts vermeld hoeveel winkeliers voor en hoeveel tegen afsluiting waren.
Klager meent dat de geplaatste rectificatie, de ingezonden brief en de daarop gevolgde rectificatie met betrekking tot de voorletters onvoldoende zijn om de onjuiste berichtgeving teniet te doen. De oorspronkelijke berichten verschenen zowel in de regio-editie als in de plaatselijke editie van klagers woonplaats.

De rectificaties en de ingezonden brief verschenen alleen in de plaatselijke editie. De negatieve publiciteit over klager heeft zijn weerslag gehad op de zaak van zijn echtgenote in Meppel. Er was een vermindering van klanten merkbaar. De correcties en de ingezonden brieven hadden daarom tenminste ook in de regio-editie geplaatst moeten worden.

Betrokkene heeft in zijn schriftelijke reactie op de klacht volstaan met te verwijzen naar de geplaatste rectificaties en het opnemen van de volledige tekst van de ingezonden brief.

BEOORDELING

De Raad laat in het midden in hoeverre de bezwaren van klager tegen de berichtjes 'Feuilleton (1)' en 'Feuilleton (2)' terecht zijn. De Raad is van oordeel dat eventuele onzorgvuldigheid jegens klager is hersteld door het opnemen van een rectificatie en een ingezonden brief. Het bij het plaatsen van die ingezonden brief gemaakte foutje in de initialen is hersteld door de op dat punt gepubliceerde rectificatie.
Het bezwaar van klager dat in de rectificatie met betrekking tot het uitlaten van de hond niet vermeld staat dat de daarbij geplaatste foto's naar de mening van klager het produkt van trucage zijn, wordt ondervangen door hetgeen klager daarover in zijn ingezonden brief schrijft.

Het feit dat de aangevallen publikaties enerzijds en de rectificaties en ingezonden brief anderzijds niet alle zowel in de regio-editie als in dezelfde plaatselijke editie zijn opgenomen is door klager eerst op de zitting ter sprake gebracht. De Raad heeft als gevolg daarvan niet kunnen vaststellen of dit juist is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Meppeler Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 11 november 1989 door Mr. P. J. Boukema, voorzitter, W. F. de Pagter, Mr. G. Dullens, Mr. A. J. Heerma van Voss en J. M. P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 22.