1989/20 gegrond

H. J. A. BREUKHOVEN TEGEN JOS VAN NOORD

Bij brief van 17 april 1989 en aanvullende brief van 17 augustus 1989 heeft H. J. A. Breukhoven te Wassenaar (klager) mede namens zijn echtgenote een klacht ingediend tegen Jos van Noord, redacteur van De Telegraaf (betrokkene). Bij brief van 1 september 1989 heeft deze op de klacht gereageerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 13 november 1989. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klager is organisator en financier van twee gala-concerten door Frank Sinatra en anderen gegeven in april 1989 in Rotterdam en Amsterdam. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft betrokkene een vraaggesprek gevoerd met klager. Dit gesprek werd gepubliceerd in De Telegraaf van zaterdag 15 april 1989 met als koppen 'Hans Breukhoven, de man die de Sinatra-concerten financierde' en (tussen aanhalingstekens) 'We mogen toch nog wel plezier hebben . . .'.
De inleiding van het artikel bevat de volgende passage.

'Vorig weekeinde werd ons land opgeschrikt door een Groot Gala in Rotterdam: Frank Sinatra (73) kwam bewijzen dat hij nog kan zingen, Liza Minelli was erbij en Sammy Davis, ook niet meer zo 'junior'. The Ultimate Event, toeterden de organisatoren. Resultaat: een crimineel grote verzameling snobs aan zogenoemde champagnetafels. Een merkwaardige ontmoeting tussen kabinetsleden, Voice-fans, penose, jetset en het Koninklijk Huis'.

Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages.
Onder het kopje 'Rijkdom': 'Succes en nog eens succes dus. En persoonlijke rijkdom. Dikke Jaguar. Vroeger was het BMW, maar die vindt-ie nu te scheurderig. Een Jaguar-Sport voor Vrouwtje Vanessa. Een bonbonniereachtig sprookjespaleis, de enige onderhouden villa aan de poenerige Backershagenlaan in Wassenaar. Snobfeestjes met opa Sinatra, prins Pieter en minister De Korte. Prollerige buffetten en champagnetafels. Is het nou moeilijk om met rijkdom om te gaan?'
Onder het kopje 'Pleegkinderen': 'Breukhoven en Vanessa hebben twee pleegkinderen: Vanessa bracht Constanza van 13 mee, een wegwerpbaby uit Colombia. Het meisje zit nu in Den Haag op de Amerikaanse school; Hans had al een geadopteerde zoon van 23, die tegenwoordig in een Bruna-winkel werkt'.

DE STANDPUNTEN

Klager acht het artikel beledigend en onnodiggrievend jegens hem en zijn echtgenote. Het gaat daarbij om passages als 'een crimineel grote verzameling snobs' en 'penose' als omschrijving van de bezoekers van de concerten, 'poenerige Backershagenlaan' als aanduiding van zijn woonadres en in het bijzonder de term 'wegwerpbaby' met betrekking tot de door zijn echtgenote geadopteerde dochter van 13 jaar oud.
Klagers tweede bezwaar is dat betrokkene zich volgens hem niet gehouden heeft aan de gemaakte afspraak dat klager de tekst van het artikel voor publikatie per fax toegezonden zou krijgen of in ieder geval voorgelezen door de telefoon. Zou betrokkene zich wel aan de afspraak gehouden hebben dan zou klager nimmer akkoord gegaan zijn met publikatie in deze vorm. Bedoelde afspraak werd gemaakt aan het einde van het vraaggesprek toen betrokkene al bij de deur stond om weg te gaan. Klager vroeg de tekst te faxen. Volgens klager heeft betrokkene daarop geantwoord dat hij dit zou proberen en dat hij anders de tekst zou voorlezen via de telefoon. Klager legt een verklaring over van A. D. M. Vermeulen, die bij het vertrek van betrokkene in de hal aanwezig was en die de lezing van klager bevestigt.
Betrokkene erkent dat klager hem bij zijn vertrek vroeg om inzage vooraf in het artikel. 'Ik heb hem daarop meegedeeld dat dit niet onze gewoonte is, maar dat ik eventueel genegen was hem het artikel vooraf telefonisch voor te lezen. De heer B. verzocht mij daarop in de gang om het artikel vooraf toe te faxen. Ik heb hem evenwel dit niet toegezegd, ben op zijn verzoek geheel niet ingegaan. Ik heb de volgende dag vergeefs geprobeerd de heer B. telefonisch te bereiken'.
Betrokkene heeft benadrukt dat hij niet is overeengekomen het artikel vooraf ter goedkeuring voor te leggen. 'Het is niet aan de heer B. om mij 'autorisatie' te geven voor publikatie van een artikel'.
Volgens betrokkene bevat het artikel geen onjuistheden. In een brief van 16 oktober 1989 wordt door de fotograaf W. Hofland meegedeeld dat door betrokkene geen enkele toezegging is gedaan met betrekking tot het vooraf voorleggen van de tekst van het artikel. Volgens betrokkene heeft hij de dag na het interview, donderdag 13 april 1989, tevergeefs getracht klager telefonisch te bereiken.

BEOORDELING

Als onbetwist staat tussen partijen vast dat klager aan betrokkene verzocht heeft hem de tekst voor publikatie voor te leggen door toezending per telefax. De Raad heeft niet kunnen vaststellen wat hierop door betrokkene is geantwoord. De Raad acht het aannemelijk dat betrokkene in ieder geval heeft toegezegd de tekst per telefoon voor te lezen en wel gezien de verklaring van betrokkene zelf, dat hij getracht heeft klager op donderdag 13 april 1989 telefonisch te bereiken, welke mededeling aansluit op hetgeen daaromtrent door klager en in de brief van A. D. M. Vermeulen is gesteld.
De Raad is van oordeel dat betrokkene meer moeite had moeten doen klager te bereiken. Als het al juist is dat klager op donderdag 13 april niet bereikbaar was zou contact nog hebben kunnen plaatsvinden op vrijdag 14 april. De Raad laat daarbij in het midden in hoeverre dit contact geleid zou hebben tot wijzigingen in de tekst van het artikel. Wat betreft de bezwaren van klager tegen het artikel zelf overweegt De Raad het volgende. Het stond betrokkene vrij in badinerende of ook denigrerende wijze over klager en zijn activiteiten te schrijven. De term 'wegwerpbaby' acht de Raad echter in de context van het artikel grievend voor klager en zijn gezinsleden.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene, gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid, de grenzen heeft overschreden van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is door in strijd met een gedane toezegging onvoldoende moeite te doen de tekst van het voorgenomen artikel voor publikatie per telefoon voor te lezen aan klager en door in de context van een denigrerend gesteld artikel over klager en zijn activiteiten de term 'wegwerpbaby' te gebruiken voor een geadopteerd meisje.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 11 november 1989 door Mr. P. J. Boukema, voorzitter, W. F. de Pagter, Mr. G. Dullens, Mr. A. J. Heerma van Voss en J. M P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten. secretaris.

RvdJ 1989, 20.