1989/17 ongegrond

 

E. T. M. HÖLSCHER TEGEN DAGBLAD VOOR NOORD-LIMBURG

Per brief van 27 juni 1989 met negen bijlagen heeft E. T. M. Hölscher te Maasbree (klager) een klacht ingediend tegen Will Gerritsen, redacteur van het Dagblad voor Noord-Limburg (betrokkene). Per brief van 25 augustus 1989 met één bijlage heeft deze op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 1989. Partijen zijn in persoon verschenen, betrokkene samen met A.A.A. Brattinga, hoofdredacteur van het Dagblad voor Noord-Limburg.

 

 

 

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klager is chef van de plantsoenendienst van de gemeente Venlo. Het bezuinigingsbeleid van deze gemeente met betrekking tot een aantal groenvoorzieningen is in 1987 onderwerp van kritiek geweest van de burgerij. In verband daarmee is klager in het nieuws geweest alsmede onderwerp van de onder het pseudoniem Pardoes in het Dagblad voor Noord-Limburg verschijnende vaste satirische column met als titel 'Trimhout'. Klager heeft tegen de inhoud van dat stukje destijds bezwaar gemaakt bij de redactie. Ook heeft daarover een klacht ingediend het Openbaar Ministerie. De klacht werd geseponeerd.
In de krant van 13 juni 1989 in de rubriek 'Alle mensen' onder de kop 'Ernst' een stukje gepubliceerd van betrokkene, onder het pseudoniem W. G. den Daas eindredacteur van genoemde rubriek. Dit stukje bevat de volgende de passages.

 

'Heeft Ernst Hölscher, de veel verguisde baas van de Venlose plantsoenendienst, niets meer om handen? Is de aanvoerder van de Venlose tuinmannen eindelijk klaar met de openbare ontgroening van de gemeente? Het Venlose plantsoenenhoofd, dat zich door bezuinigingen ontpopte als bomenhakker, prunusomzager, Rosariumomploeger en trimbaanverwaarlozer, koestert vergevorderde plannen een kampeerterrein op poten te zetten. Het is mij niet duidelijk of Ernst full-time kampbeheerder wil worden, of dat hij buiten de kantooruren zijn nieuwe tent wenst te runnen. De krant wil hij niet meer te woord staan wegens een weinig jubelende Pardoescolumn over zijn daden. Wat wel duidelijk mag heten, is de toestemming die Hölscher van de gemeente Maasbree heeft gekregen om bij zijn huis kampeerders toe te laten. U begrijpt vast wel, Hölscher woont niet in het boom-, prunus-, en trimbaanarme Venlo, maar ergens in het groen: in de lommerrijke buurtschap Dubbroek in Maasbree, vlakbij een prachtig natuurgebied'.
'Datzelfde Maasbree heeft bezwaren van enkele Dubbroekers tegen de plannen van de Venlose plantsoenenbaas weggewuifd. Die vrezen namelijk dat met de komst van de tentbewoners het met de rust gedaan is. En dat het nabije fraaie natuurgebied danig te lijden heeft van rondstruinende kampeerders'.
'De campinggasten hoeven zich niet te vervelen, want Ernst kan nog altijd in de Dubbroekse bossen een cursus houthakken geven. Voor het kampvuur'.

 

 

In het Dagblad voor Noord-Limburg van 15 juni 1989 is onder de kop 'Ernst' een ingezonden brief geplaatst van klager waarin hij bezwaren tegen het bericht van 13 juni kenbaar maakt.
Deze brief is voorzien van het volgende naschrift. 'De hoofdredactie van het Dagblad betreurt dat het artikel 'Ernst' in de door de heer Hölscher gewraakte vorm is verschenen. Wij zijn het met de heer Hölscher eens dat in dit geval persoonlijke schade is toegebracht, waarvoor wij onze verontschuldigingen hebben aangeboden'.

 

 

 

 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft zijn bezwaren in zijn brief van 27 juni verwoord als volgt.
'Dit stukje ervaar ik als onwaar en uitermate grievend. Mijn functioneren bij de gemeente Venlo wordt op een smadelijke en onfatsoenlijke manier in relatie gebracht met mijn privé aangelegenheden waardoor ik mij beledigd en in mijn goede naam aangetast acht'.
'Mijn vrouw en ik zijn actief lid van natuurbeschermingsorganisaties en zijn verwikkeld in bezwaarschrift procedures ter zake van ontgronding en hinderwetzaken. Onze geloofwaardigheid wordt door een artikel als het onderhavige geschaad en in een kleine buurtschap als onze woonplek ontstaan daardoor privé problemen waarvan een buitenstaander geen weet heeft'.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft klager nog benadrukt dat hij en zijn echtgenote zich actief inzetten voor een goed milieu en het behoud van natuurschoon. Zij hebben onder andere de vestiging van een varkensmesterij tegengehouden. Klager meent daarom dat het bericht een verkeerde indruk wekt over zijn privé-activiteiten. Het feit dat hij als ambtenaar van de gemeente Venlo een publieke functie heeft rechtvaardigt bovendien naar de mening van klager niet zijn privé-zaken tot onderwerp van publiciteit te maken.

 

Betrokkene heeft zijn verweer samengevat als volgt.
'1. Ik heb de correcte journalistieke procedures gevolgd om de feiten te vergaren voor het stukje 'Ernst'. Klager heeft gelegenheid gehad commentaar te geven op deze feitelijkheden, maar heeft dat geweigerd. Klager heeft geen feitelijke onwaarheden aangetoond.
2. De scherpte van de woordkeuze alsmede het gesuggereerde verband tussen enerzijds Hölschers kampeerboerderij en anderzijds het groengebied in Venlo dient verstaan te worden in de context van de beroering die ditzelfde groenbeleid bij de Venlose bevolking heeft losgemaakt. Bovendien wil ik wijzen op het bijzondere karakter van de rubriek, waarin het stukje 'Ernst' is verschenen .
3. Mochten er al journalistieke onzorgvuldigheden in het stukje zijn geslopen, dan heeft de heer Holscher royaal de gelegenheid gekregen zijn gramschap hierover in de krant te ventileren. De verontschuldigingen die de hoofdredactie publiekelijk heeft aangeboden getuigen van de welwillende houding van het Dagblad voor Noord-Limburg dienaangaande'.

 

 

Ter zitting is nog naar voren gekomen dat de rubriek 'Alle mensen' duidelijk verschilt van de overige berichtgeving in de krant. De rubriek is bedoeld als een chronique scandaleuse met betrekking tot onder meer de autoriteiten uit de regio. Hoofdredacteur Brattinga heeft ter zitting gewezen op de bijzondere aandacht, die de ingezonden brief van klager heeft gekregen doordat deze is gepubliceerd buiten de slechts eenmaal per week verschijnende vaste rubriek 'Ingezonden Brieven'. In weerwil van het naschrift bij deze brief sluit de hoofdredacteur zich geheel aan bij het verweer van betrokkene.

 

 

 

 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager wordt in het bericht 'Ernst' aangevallen wegens het oprichten van een kampeerboerderij. Mede gezien de daarvoor vereiste vergunningen heeft dat publieke aspecten, die het milieubeleid van de overheid aangaan. Dit levert een raakvlak op met de publieke functie van klager als chef van de plantsoenendienst van de gemeente Venlo.
Betrokkene heeft naar het oordeel van de Raad niet de grenzen overschreden van hetgeen gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is door bedoelde activiteiten van klager publiekelijk onder de loep te nemen en in de gebezigde bewoordingen te bespreken. Naar het oordeel van de Raad bevat het bericht geen onwaarheden en is het evenmin in grievende vorm opgesteld. De aanleiding tot de publikatie, het opzetten van de kampeer-boerderij, ligt bovendien niet zozeer in de persoonlijke sfeer van klager dat hij zich op die grond daartegen kan verzetten. De Raad acht de klacht daarom ongegrond waarbij de Raad ten overvloede overweegt dat aan klager genoegdoening is gegeven door het publiceren van een ingezonden brief met een excuserend naschrift van de redactie.

 

 

 

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond. De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in het Dagblad voor Noord-Limburg.

 

Aldus vastgesteld ter zitting va de Raad van 30 oktober 198' door Mr. W. D. H. Asser, voorzit ter, D. F. Houwaart, J. L. d Troye, Mr. F. Kuitenbrouwer e Mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M Karsten. secretaris.

 

 

 

 

RvdJ 1989, 17.