1989/16 ongegrond

SWAMI DEVA OJAS EN MA DEVA ANURATI TEGEN RINZE BRANDSMA

Per brief van 28 maart 1989 met vijf bijlagen hebben Swami Deva Ojas en Ma Deva Anurati te Amsterdam (klagers) een klacht ingediend tegen Rinze Brandsma (betrokkene). Per brief van 5 juni 1989 met twee bijlagen heeft deze op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 oktober 1989. Klager Swami Deva Ojas was in persoon aanwezig. Namens klaagster Ma Deva Anurati is verschenen Mr. E. Bosma. Betrokkene was in persoon aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In het Dagblad voor Noord-Limburg van 18 maart 1989 is onder de kop 'Bhagwan is 'uit' ' een artikel verschenen van betrokkene over de ontwikkelingen in de Bhagwanbeweging in Nederland sinds de leider van deze beweging in 1985 dat leiderschap afschafte. Zoals in de inleiding van het artikel staat vermeld heeft betrokkene ter voorbereiding daarvan een gesprek van drie uur gevoerd met klagers.

Het artikel bevat onder meer de volgende passages.

'Rajneesh deed waarderende uitlatingen over Hitler, die in rectificaties alleen nog maar erger werden. Over Hitlers vegetarisme, gezond leven, als vrijgezel zonder drank en roken. 'Een puritein in elk opzicht, een leven leidend van discipline, net als een heilige die in een klooster woont'
De Bhagwan liet doorschemeren een zekere liefde voor Adolf Hitler te koesteren, 'omdat hij tenminste eerlijk was, recht door zee'.
'Dat Rajneesh positief tegenover Hitler zou staan, hem verkoos boven Mahatma Gandhi dat is volgens Ojas '
een wereldwijd misverstand'. 'Het enige dat hij zei was, dat als Gandhi's heiligheid afhing van zijn vegetariër zijn en van zijn ascetische levenswijze, dat men dan ook Hitler wel een heilige zou kunnen noemen. Die at immers ook geen vlees en meed het huwelijk'. De Bhagwan zou juist faliekant tégen Hitler gekant zijn.
Neo-nazisme, een fascistische mentaliteit, eugenetica in de zin van Hitlers nazi's allemaal fabeltjes? Ojas: 'Ik ben absoluut geen fascist. Dat je bijna 50 jaar na de oorlog nog niet over genetica kunt praten. Het gaat ons om een betere mensheid, gekoppeld aan meditatie en deprogrammering'

In het Dagblad voor Noord-Limburg van 3 april 1989 is een ingezonden brief opgenomen van klagers. Deze brief bevat de volgende passage.

'De interviewer schrijft ook: 'Rajneesh deed waarderende uitlatingen over Hitler, die in rectificaties alleen nog erger werden'. Daar helpt de verslaggever dan flink aan mee. Hij schrijft: 'Een puritein in elk opzicht, een leven leidend van discipline, net als een heilige, die in een klooster woont'. Dit citaat komt uit een boek van Rajneesh waarin hij op een vraag van een journalist ('Hoe oordeelt u, moreel gezien, over Hitler'?) antwoordt: 'Je kan zeggen dat hij net zo moreel was als Gandhi, want beiden beschouw ik als absoluut immoreel. Hitler was in feite meer Hindoe dan Gandhi en Gandhi was in feite ook geen pacifist'.

Dan volgt bovenstaand citaat over de leefwijze van Hitler, waarna Rajneesh vervolgt door over
Gandhi te zeggen: 'Gandhi was geen pacifist, hij gebruikte pacifisme als strategie. Hij had beloofd dat de legers na het verkrijgen van onafhankelijkheid voor India naar huis gestuurd zouden worden, maar dat maakte hij niet waar'. Ook dit klinkt dus heel anders dan het simpele citaat'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers menen dat betrokkene 'willens en wetens een artikel heeft gepubliceerd dat bij het grote publiek ten onrechte de indruk wekt dat Rajneesh en zijn sannyasins een fascistische mentaliteit bezitten, die associaties oproept met het naziregime, Hitler en diens standpunten ten aanzien van de gehandicapte medemens' .
Als volgelingen van Rajneesh en vertegenwoordigers van zijn beweging in Nederland achten zij zich geraakt in hun persoonlijk belang.
Klagers hebben erop gewezen dat zij op de voor publikatie toegezonden tekst van het artikel op 13 maart 1989 per telefax correcties hebben toegezonden onder meer met betrekking tot de eerste boven aangehaalde passage. Deze correcties zijn in strijd met de daarover met betrokkene gemaakte afspraken niet overgenomen.

Betrokkene heeft geantwoord dat volgens de gemaakte afspraak alleen feitelijke onjuistheden zouden worden gecorrigeerd. Daar heeft hij zich aan gehouden. Verder heeft hij naar aanleiding van de correcties duidelijker aangegeven waar hij zijn eigen mening geeft en waar hij citeert uit bronnen of anderen aan het woord laat. Hij heeft dit op 14 maart 1989 telefonisch met Ma Deva Anurati besproken. Volgens betrokkene legde zij zich in dat gesprek neer bij hetgeen betrokkene haar toen over de correcties meedeelde.
Betrokkene ontkent dat hij willens en wetens de onjuiste indruk heeft willen wekken dat Rajneesh en zijn volgelingen een fascistische mentaliteit bezitten. Wel komt hij op grond van citaten tot een verband tussen de Bhagwanbeweging enerzijds en fascisme, nazi-ideeën en Hitler anderzijds. Hij heeft dit punt voorgelegd aan klagers. Hun reactie heeft hij in het artikel vermeld.

De hoofdredacteur van het Dagblad voor Noord-Limburg heeft bovendien na de publikatie nog een ingezonden brief van klagers opgenomen waarin hun mening wordt weergegeven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht betreft de aan Bhagwan toegeschreven sympathie voor Adolf Hitler en diens ideeën. De citaten, waarop betrokkene zich beroept, leveren naar het oordeel van de Raad daarvoor onvoldoende feitelijke grondslag. De Raad ziet echter de aangevallen passage niet als een feitelijke mededeling, maar als de mening van betrokkene, welke mening blijkens het artikel gebaseerd is op citaten, de gesprekken met klagers en andere bronnen. De Raad overweegt daarbij dat aan betrokkene speelruimte toekomt voor het kiezen van de vorm waarin hij zijn mening weergeeft.
Daar betrokkene deze mening blijkens het artikel ook heeft voorgelegd aan klagers en hun reactie daarop heeft vermeld, heeft betrokkene gelet op zijn journalistieke verantwoordelijkheid niet de grenzen overschreden van hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is door het opnemen van de aangevallen passage.
De Raad overweegt daarbij dat de mening van klagers bovendien nog aandacht heeft gekregen door het opnemen van hun ingezonden brief.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in het Dagblad voor Noord-Limburg.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 oktober 1989 door Mr. W.D.H. Asser, voorzitter, D. F. Houwaart, J.L. de Troye, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mr. D.T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 16.