1989/12 ongegrond

A. ROUWKEMA TEGEN DE LEEUWARDER COURANT EN G. J. VERHOOG

Per brief van 1 mei 1989 met één bijlage heeft A. Rouwkema te Oosterwolde (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, R. Mulder, en de journalist G. J. Verhoog (betrokkenen). Bij brief van 17 mei 1989 met vijf bijlagen heeft R. Mulder op de klacht gereageerd.
De Raad heeft met toestemming van partijen over de klacht beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 5 juni 1989.

DE FEITEN

Klager is op 24 april 1989 door de politierechter te Leeuwarden veroordeeld tot f 1000,- boete wegens belediging. In de Leeuwarder Courant van 25 april 1989 is hierover onder de kop 'Rouwkema krijgt boete voor beledigingen' het volgende bericht verschenen.

'Arie Rouwkema uit Oosterwolde is gisteren door de politierechter mr. Karel Verdenius veroordeeld tot f 1000,- boete wegens belediging van een ambtenaar en een inwoner van de gemeente Ooststellingwerf.

De Oosterwoldiger kwam enige jaren geleden met de regelmaat van de klok in het nieuws met scheldpartijen en forse aantijgingen aan het adres van de gemeente Ooststellingwerf. Daarom werd hem een spreekverbod opgelegd tijdens raadsvergaderingen. De kwalificaties die hij tegenover beide beledigden bezigde, lopen uiteen van 'hoerenlopers' en 'zakkenwassers' tot 'corrupt zootje' en 'dikke rooie rotkop'.'

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager acht zich aangetast in zijn eer en goede naam omdat hij in het bericht met zijn volledige naam en voornaam is genoemd. Hij beschouwt dit als opzettelijke belediging danwel laster en meent dat het algemeen belang niet met het noemen van zijn naam gediend is.

Betrokkene heeft geantwoord dat klager in zijn gemeente grote bekendheid heeft vanwege zijn 'publieke scheldpartijen'. Blijkens de door betrokkene toegezonden knipsels is daarover regelmatig bericht in de Leeuwarder Courant. Volgens betrokkene heeft klager nooit geprobeerd anoniem te blijven. Betrokkene meent daarom dat door het eigen optreden van klager 'de regel dat de privacy van verdachten en veroordeelden in principe wordt beschermd, in dit geval zinledig was geworden'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft zelf vele malen de aandacht op zich gevestigd door in openbare vergaderingen het woord te voeren en daarbij in ruime mate gebruik te maken van scheldwoorden. Onder die omstandigheden hebben betrokkenen niet onzorgvuldig gehandeld jegens klager door hem in het bericht over zijn veroordeling wegens belediging met naam en toenaam te noemen.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 5 juni 1989 door Mr. P. J. Boukema, voorzitter, J. L. de Troye, Mr. G. Dullens, Drs. H. W. M. van Run en Mw. T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 12.