1989/10 gegrond

MR. J. F. E. BREMAN TEGEN HOOFDREDACTEUR ELSEVIER EN H. KOPS

Bij brief van 1 februari 1989 met 10 bijlagen heeft mr. A. H. Vermeulen te Den Haag namens mr. J. F. E. Breman, Nederlands ambassadeur in Canada (klager), een klacht ingediend tegen J. L. van den Bossche, hoofdredacteur Elsevier en de journalist H Kops (betrokkenen). Bij brief van 23 maart 1989 heeft J. L. van den Bossche op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 31 maart 1989. Namens klager is verschenen mr. A. H. Vermeulen. Betrokkenen waren in persoon aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Naar aanleidingvan het kabinetsbesluit om de diplomatieke dienst per 1 april 1989 volgens een nieuw vergoedingensysteem te honoreren is in Elsevier van 17 december 1988 onder de kop 'Het Corps Diplomatique klaagt steen en been' met daaronder in kleiner lettertype 'Ingrijpende gevolgen door nieuw salarissysteem' een artikel verschenen van Hans Kops waarin een aantal achtergronden worden belicht.

Het artikel is voorzien van de volgende inleiding.
'Het gist in het diplomatieke korps. Onze ambassadeur in Canada stuurde recent zelfs een protestmemo rond, waarin hij zijn collega's opriep tot vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid. Zelfs werd door hem geschermd met de mogelijkheid van smokkel via de diplomatieke post. Reden voor al die onrust is een nieuw betalingssysteem voor diplomaten dat per 1 april volgend jaar ingaat'.

Het artikel bevat onder meer de volgende passage.
'In een naschrift schermt de diplomaat Breman vervolgens met een tot dusverre in de Buitenlandse Dienst ondenkbare, en daarom volgens sommigen ook als ironisch bedoelde, vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid.(...) Bespreking van algemene, niet uitsluitend op deze Post betrekking hebbende minder gewenste lange termijn-aspecten laat ik achterwege. Enkele moet ik toch wel concluderen: incentives vis-à-vis demotivering - verminderde carrière-perspectieven, moeilijkheden bij aantrekken van goede 'Nachwuchs' (...) toename van declaratiemisdrijfjes - toename van misbruik diplomatieke privileges waar verleiding en mogelijkheden het grootst ( . . .) om niet te vergeten, verhoogde kwetsbaarheid inzake security'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager tegen het artikel zijn de volgende.
1. Hem wordt zonder grond aangewreven dat hij heeft opgeroepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Het door hem geschreven memo bevat een dergelijke oproep niet, zoals door hem ook niet 'geschermd (is) met de mogelijkheid van smokkel'.
2 Het beginsel van wederhoor is geschonden, althans de feiten zijn onvoldoende geverifieerd.
3. Het memorandum van klager is ten onrechte beschouwd als een open brief. Volgens klager is het memorandum in kleine kring verspreid en is het uitsluitend verzonden aan een aantal zijns inziens daarvoor in aanmerking komende collega's. Ook als het vervolgens in grotere kring bekend is geraakt, maakt dit het memorandum nog niet tot een open brief. Betrokkenen hadden zich daarom van publikatie van de inhoud van het memorandum moeten onthouden.
4. Uit het memorandum is op onderdelen onjuist geciteerd.

Het verweer van betrokkenen op de klacht wordt door de Raad samengevat als volgt.
1. De zinsnede 'oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid' is te beschouwen als een licht ironische samenvatting van dat deel van het memorandum waarin de mogelijkheid van de toename van declaratie-misdrijfjes en de toename van misbruik van diplomatieke privileges wordt genoemd. Daar aldus in het artikel zelf wordt uitgelegd wat met de door klager gewraakte aanduiding wordt bedoeld, is het gebruik daarvan naar de mening van betrokkenen toelaatbaar.
2. De journaliste Connie de Jonge van Elsevier heeft in een kort gesprek met klager kenbaar gemaakt dat de inhoud van zijn memorandum bekend was. Klager heeft dus de gelegenheid gehad tot een reactie.
3. De naspeuringen van betrokkenen hebben duidelijk gemaakt dat het memorandum binnen de diplomatieke wereld in grote kring bekend was geraakt. Er was daarom naar de mening van betrokkenen geen enkele reden van het memorandum geen gebruik te maken.
4. De citaten zijn niet wezenlijk on juist.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad kunnen de in het artikel opgenomen citaten uit het door klager verzonden memorandum niet gelezen worden als een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De aangevallen zinsnede houdt derhalve een onterechte beschuldiging in.
Voor het overige acht de Raad de bezwaren van klager ongegrond.

Daar de tekst van het memorandum bij betrokkenen bekend was; mochten zij van die tekst uitgaan en behoefden zij daarover geen navraag te doen bij klager. De citaten zijn slechts op enkele ondergeschikte onderdelen onjuist, zodat het hier alleen gaat om schoonheidsfoutjes. De bestempeling van het memorandum tot 'open brief' is weliswaar niet correct, maar hierdoor hebben betrokkenen niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid~ maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

Betrokkenen hebben onzorgvuldig gehandeld jegens klager door in de inleiding op een artikel, waarin geciteerd wordt uit een memorandum van klager, dat memorandum te bestempelen tot een oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid, zonder dat de tekst van (de citaten uit) het memorandum daaraan steun geeft.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in Elsevier te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 31 maart 1989 door mr. P. J. Boukema, voorzitter, mr. T. Faber-de Heer, D. F. Houwaart, mr. F. Kuitenbrouwer en mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 10.