1989/1 ongegrond

CENTER PARCS NV TEGEN NRC HANDELSBLAD

Bij brief van 5 oktober 1988 met 1 bijlage heeft R. J. H. Jansen namens Center Parcs NV te Rotterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen W. Woltz, hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij brief van 4 november 1988 met 1 bijlage heeft deze op de klacht gereageerd.
De Raad heeft over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 9 januari 1989.

DE FEITEN

In NRC Handelsblad van 1 oktober 1988 is een achtergrondartikel verschenen over de aanhouding van een aantal verdachten van het vervaardigen van kinderporno. Het artikel heeft als kop 'Centerparcs decor voor filmopnamen kinderporno'.
In NRC Handelsblad van 8 oktober is onder het kopje 'Center Parcs' het volgende bericht verschenen.

'De hoofdredacteur van NRC Handelsblad betreurt het dat door de kopregel 'Center Parcs, decorvooropname kinderporno' boven een artikel in de editie van NRC Handelsblad van zaterdag jl. ten onrechte de suggestie is gewekt dat er sprake is van enige betrokkenheid van Center Parcs bij opnamen van kinderporno'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klaagster richten zich tegen de kop van het artikel in NRC Handelsblad van 1 oktober 1988. Klaagster meent dat de naam Center Parcs op ontoelaatbare wijze in verband is gebracht met opnamen voor kinderporno. De woorden 'decor voor' suggereren actieve of passieve medewerking daaraan. Center Parcs heeft niet als decor gediend. Er zijn opnamen gemaakt in een of meer bungalows van Center Parcs. Slechts na een zeer minutieus onderzoek heeft de politie kunnen vaststellen dat het om bungalows van Center Parcs gaat. De in NRC Handelsblad geplaatste rectificerende mededeling van 8 oktober 1988 is voor klaagster geen reden geweest geen klacht in dienen bij de Raad voor de journalistiek.

Betrokkene is van oordeel dat hij aan de bezwaren van klaagster op journalistiek juiste wijze is tegemoet gekomen door het plaatsen van een rectificatie in NRC Handelsblad van 8 oktober 1988, nadat klaagster op 7 oktober had laten weten daarop prijs te stellen. Betrokkene bestrijdt ten overvloede dat de woorden 'decor voor' actieve of passieve medewerking van Center Parcs suggereren. Naar de mening van betrokkene heeft dit woordgebruik geen negatieve implicaties ten aanzien van Center Parcs. Het artikel vermeldt slechts de feiten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De aangevallen kop boven het artikel over het justitiƫle onderzoek naar kinderporno is feitelijk juist. Voorzover daarin de suggestie te lezen valt dat Center Parcs actief betrokken is geweest bij de vervaardiging van kinderporno wordt dat hersteld door de geplaatste rectificerende mededeling.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in NRC Handelsblad .

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 9 januari 1989 door mr. P. J. Boukema, voorzitter, mr. T. Faber-de Heer, D. F. Houwaart, drs. H. W. M. Van Run en K. Wiese, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1989, 1.