1988/9 gegrond

MR. J. W. BYVANCK EN B. V. SCHEEPSWERF 'DE HOOP' TEGEN N. R. T. HOEK (ANP)

Bij brief van 27 november 1987 met twee bijlagen heeft Mr. J. W. Byvanck, advocaat te Nijmegen, voor zichzelf en mede namens B.V. Scheepswerf 'De Hoop' te Lobith (klagers) een klacht ingediend tegen N. R. T. Hoek, redacteur van het ANP (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een verweerschrift van 15 januari 1988 met één bijlage. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 maart 1988. Klager Byvanck was in persoon aanwezig evenals betrokkene Hoek, samen met de waarnemend hoofdredacteur van het ANP W. Burger. Met toestemming van partijen is over de klacht beslist door vier leden van de Raad.

DE FEITEN

Klager is op 30 oktober 1987 door de rechtbank te Arnhem aangesteld als bewindvoerder in de aan Scheepswerf 'De Hoop' te Lobith verleende surséance van betaling. Nadat hem op 12 november 1987 was gebleken dat er geen vooruitzicht meer bestond op toekomstige betaling van de schuldeisers besloot hij de rechtbank te Arnhem te verzoeken de werf failliet te verklaren. Hierover zond hij op 13 november 1987 een telex aan het ANP. Deze telex bevat onder meer de volgende passage.

'De continuïteit van de werf was in hoge mate afhankelijk van het verkrijgen van een omvangrijke nieuwbouwopdracht, die de werf voor tenminste twee jaren van werk zou voorzien en daarnaast in mindere mate van het al onderhanden werk. De mogelijkheid voor de reder de nieuwbouwopdracht definitief te verstrekken hing onder meer af van de vraag of een omvangrijke premie op grond van het besluit Investeringspremie Zeescheepvaart 1983 door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat aan de reder zou worden toegekend en of en in hoeverre die premie voor de financiering van de bouwsom mocht worden besteed. Deze premie zal niet op korte termijn worden toegekend, terwijl geheel onzeker is of die premie voor financiering mag worden aangewend'.

Naar aanleiding van dit bericht is op 13 november door het ANP een telexbericht uitgegeven met de volgende passage.

'Een faillissement is onvermijdelijk, vooral omdat het ministerie van Verkeer en Waterstaat weigert snel met een investeringspremie over de brug te komen aan de Nederlandse rederij de Amethyst in Rotterdam die bij De Hoop een kostbaar booreiland heeft besteld dat inmiddels is afgeleverd. Het is volstrekt onzeker wanneer de premie alsnog wordt verstrekt, zo blijkt uit mededelingen van bewindvoerder Mr J. W. Bijvanck'.

STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager meent dat zijn bericht aan het ANP een neutrale weergave geeft van de feiten en omstandigheden, die tot zijn besluit moesten leiden. Er wordt daarin geen instantie of persoon aangewezen als schuldige. In de telex van het AN P gebeurt dat laatste wel. Gesuggereerd wordt althans dat de schuld bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat ligt.
Waar in de telex van klager gesproken wordt over een nieuwbouwopdracht, die afhankelijk is van een eventueel nog toe te kennen premie, wordt in het ANP-bericht gesproken over de investeringspremie van de overheid voor een door De Hoop reeds afgeleverd booreiland aan rederij de Amethyst. Dit was oud zeer waar klager juist niet op wilde terugkomen. Doordat het ANP-bericht het tegengestelde doet kwam de goede verhouding van klager in zijn hoedanigheid van bewindvoerder met het ministerie in gevaar. Hij heeft de zaak tegenover het ministerie direct recht gezet. Hij heeft er daarom vanaf gezien ook bij het ANP zelf nog om correctie te vragen. Het ANP had kunnen weten dat klager in zijn telex niet doelde op de kwestie van rederij de Amethyst maar op het nieuwe project de Goliath. Alle insiders en ook het ANP kenden dit geschil. Dit blijkt ook uit de door het ANP overgelegde volledige telex-correspondentie.
Betrokkene erkent bij nader inzien dat hij twee projecten met elkaar heeft verwisseld. Door ervan uit te gaan dat in de telex van klager gedoeld werd op de Amethyst kan in de telex van het ANP inderdaad een beschuldiging aan het adres van het ministerie gelezen worden. Betrokkene betreurt dat klager niet terstond contact heeft opgenomen met het ANP over deze onjuistheid. Deze zou dan zeker direct zijn hersteld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Betrokkene heeft het naamloze nieuwbouwproject uit de telex van klager ten onrechte aangezien voor de reeds uitgevoerde order van de Amethyst. Door deze vergissing en zijn verwijzing daarbij naar klager als bewindvoerder heeft betrokkene een andere boodschap verspreid dan deze bedoeld had en heeft hij een foutieve mededeling op het net gezet. De Raad laat in het midden of klager er niet goed aan had gedaan hierover direct bij het ANP te reclameren, betrokkene is in ieder geval onzorgvuldig te werk gegaan bij de herschrijving van het persbericht.
Het recht daartoe staat niet ter discussie, wel in dit geval de wijze waarop.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond omdat betrokkene twee zaken met elkaar verwisseld heeft waardoor een bericht van klager verkeerd in de publiciteit werd gebracht.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting bekend te maken.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 17 maart 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, J. de Troye, Mr. F. Kuitenbrouwer en Drs. J. M. M. van der Pluijm leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 9.