1988/5 ongegrond

STICHTING HAARLEM TEGEN FASCISME EN DISCRIMINATIE EN DE LANDELIJKE INITIATIEFGROEP- GEEN FASCISTEN OP DE STRAAT- TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN HET HAARLEMS DAGBLAD

Bij brief van 23 december 1987 met 11 bijlagen heeft Mr. J. K. Gaasbeek te Haarlem namens de Stichting Tegen Fascisme en Discriminatie en de Landelijke Initiatiefgroep-Geen Fascisten op de Straat - (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad (betrokkene). Bij brief van 1 februari 1988 met 5 bijlagen heeft deze zich tegen de klacht verweerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 februari 1988. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen. De Stichting Haarlem Tegen Fascisme en Discriminatie werd vertegenwoordigd door W. P. Woortman, J. van Dijk en J. Verstraten. Namens de Landelijke Initiatiefgroep waren aanwezig H. van I etterode, D. J. Stal, T. Beelen en N. Buiten. Klagers werden bijgestaan door Mr. I. K. Gaasbeek.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
De Landelijke Initiatiefgroep Geen Fascisten op de Straat heeft een op 19 september 1987 te Haarlem gehouden demonstratie georganiseerd. Deze demonstratie was bedoeld als tegendemonstratie tegen een eerder door de Centrumdemocraten aangekondigde maar door B en W van Haarlem verboden demonstratie. De Landelijke Initiatiefgroep hield op grond van uitlatingen van de Centrumdemocraten rekening met de mogelijkheid dat dezen hun demonstratie ondanks het verbod toch zouden doorzetten. De Stichting Haarlem Tegen Fascisme en Discriminatie (HTFD) heeft een eveneens op 19 september 1987 gehouden culturele manifestatie georganiseerd in het actiecentrum Zero rond het thema 'Geen ruimte voor Centrumdemocraten'.
Aan deze gebeurtenissen is aandacht besteed in artikelen in het Haarlems Dagblad van 23 juli, 13 augustus, 1 september, 2 september, 8 september en 21 september 1987.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers zijn van oordeel dat de berichtgeving in het Haarlems Dagblad te eenzijdig is geweest omdat de motieven van hun twee organisaties onderbelicht zijn gebleven en omdat een verkeerd beeld is opgeroepen van de deelnemers aan de demonstratie en manifestatie, namelijk als zou het om agressieve groeperingen gaan terwijl integendeel de opzet van de demonstratie vreedzaam was en deze ook zonder incidenten en vreedzaam is verlopen.
De kritiek van klagers richt zich met name tegen 4 artikelen uit het Haarlems Dagblad van 21 september 1987. In een artikel met de tussen aanhalingstekens gestelde kop 'Alles doen om niet te provoceren' wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de politie van Haarlem zich op de dag heeft voorbereid. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage.
'Straver over wat de politiemensen van een aantal anti-fascistische demonstranten kunnen verwachten: 'Ze zullen U zuigen, ze zullen van alles proberen om U uit Uw tent te lokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de komst van de leden van de Centrumdemocraten en hun sympathisanten'.'
In een artikel onder de kop 'Vreedzame betoging tegen fascisme' wordt verslag gedaan van het verloop van de demonstratie. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage.
'Veel betogers hadden zich bewapend met honkbalknuppels, loden pijpen en stoelpoten. Tijdens de rustige wandeling naar Zero, de sociaal culturele instelling waar een manifestatie tegen fascisme en racisme werd gehouden, konden deze meegenomen attributen dit keer als wandelstok worden gebruikt'.
In een artikel van de hand van Michiel Blijboom onder de kop 'Vreedzame actievoerders gaan aanhangers van Haarlem te lijf' komen de volgende passages voor.
'Enkele tientallen vertegenwoordigers van etnische minderheden, wat kleurig beschilderde homo's, een aantal verontruste burgers uit heel het land en vooral veel (hoofdstedelijke) punks en krakers, zwart leer, glimmende kettingen, fel gekleurde kapsels. Maar ook honkbalknuppels, loden pijpen en tafelpoten'.
'. . .dit zwartgallige militante gezelschap'.
'Via het Kenaupark en het nauwelijks door de groep opgemerkte Hanny Schaft-monument trekt de colonne door de Nassaulaan'.
''Hé, broodje' roept een etnische minderheid verrast . . .'

Het oordeel van klagers over de berichtgeving van betrokkene is gebaseerd op bovengenoemde passages en andere soortgelijke beschrijvingen in de diverse artikelen. Volgens klagers wordt de indruk gewekt dat het bij de tegendemonstratie niet tot moeilijkheden is gekomen dankzij de begeleiding van de politie. In werkelijkheid was de politie in het geheel niet nodig om de demonstranten in toom te houden. De opmerking over het voorbijgaan aan het Hanny Schaft-monument is een voorbeeld van de onwelwillende toonzetting. De demonstratie werd met opzet juist langs dit monument geleid.
Het woordgebruik 'een etnische minderheid' is een voorbeeld van de neerbuigende houding jegens vreemdelingen, waartegen de organisaties van klagers zich juist verzetten.

Betrokkene heeft bij zijn antwoord op de kritiek tegen de artikelen van met name 21 september 1987 gewezen op de eerdere berichten in het Haarlems Dagblad over hetzelfde onderwerp in de periode van 23 juli tot en met 18 september. In die artikelen is de feitelijke voorgeschiedenis belicht. Over de vier artikelen van 21 september heeft betrokkene geantwoord:
'Gestreefd is naar het zo volledig mogelijk informeren van het lezerspubliek. Dat hield in dat in de verslaggeving aandacht is besteed aan de voorbereiding, de feitelijke gang van zaken, de beleving van de demonstratie door een waarnemer, en de inhoudelijke kant van de demonstratie. Nadrukkelijk wil ik hier stellen dat een persoonlijk getint ooggetuigeverslag, wat tot uitdrukking kwam in de ondertekening van het artikel, een wezenlijke aanvulling vormde op de rest van de verslaglegging'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De ter beoordeling voorgelegde artikelen uit het Haarlems Dagblad van 21 september 1987 bevatten geen feitelijke onjuistheden. In de verslaggeving worden diverse aspecten van de gebeurtenissen van 19 september 1987 belicht. Daar hoort ook bij de wijze waarop de politie zich heeft voorbereid. De Raad meent dat daarnaast in de verslaggeving ook voldoende evenwichtig aandacht is besteed aan de rol van de organiserende instellingen.
Het artikel van Michiel Blijboom beschouwt de Raad als een persoonlijke sfeertekening. Het is een subjectieve weergave van gebeurtenissen. Het legt of suggereert verbanden tussen bepaalde feiten en waarnemingen waardoor een sfeer van voortdurende geweldsdreiging wordt opgeroepen, welke niet in overeenstemming is met het vreedzame verloop van de demonstratie. Omdat het artikel een persoonlijke impressie is en daarnaast in de berichtgeving van het Haarlems Dagblad voldoende tegenwicht is geboden door de gegeven zakelijke informatie is de Raad van oordeel dat de aangevallen berichtgeving als geheel niet als onzorgvuldig kan worden beschouwd. De Raad zal dus de klacht ongegrond moeten verklaren.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Haarlems Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 februari 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. T. Faber-de Heer, D. F. Houwaart, J. M. P. J. Verstegen en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 5.