1988/4 ongegrond

W.D. JAGTENBERG TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN DAGBLAD DE VALLEI

Bij brief van 23 juni 1987 met vier bijlagen en aanvullende brief van 15 juli 1987 heeft W. D. Jagtenberg te Wageningen (klager) een klacht ingediend tegen Drs. E. G. G. Wijnacker van het dagblad De Vallei (betrokkene). Naar aanleiding hiervan is tussen partijen een overeenkomst gesloten. De uitvoering daarvan heeft geleid tot een nieuwe klacht van klager geformuleerd in zijn brief van 2 oktober 1987 met drie bijlagen. Bij brief van 9 oktober 1987 met één bijlage heeft drs. E. G. G. Wijnacker te Rhenen op die klacht gereageerd. Na verdere correspondentie van partijen, waaronder een brief van klager van 21 oktober 1987 aan de Raad, heeft de Raad op 1 februari 1988 met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
In het streekblad de Veluwepost van 29 april 1987 is onder de kop 'Herinnering aan de slag om de voorposten van de 'Grebbelinie" een artikel opgenomen van klager over het in die kop aangeduide onderwerp. Tussen klager en de redactie van de Veluwepost was afgesproken dat wijzigingen in het artikel alleen zouden plaatsvinden na voorkennis en instemming van klager. In weerwil van deze afspraak is het artikel van klager zonder zijn voorkennis in op onderdelen gewijzigde vorm verschenen in De Vallei van 9 mei 1987. Naar aanleiding van de door klager hierover ingediende klacht bij de Raad werd tussen klager en de redactie van De Vallei een overeenkomst gesloten tot rectificatie. In De Vallei van 30 september 1987 is vervolgens onder de kop 'Rectificatie' een bericht tot rechtzetting opgenomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Volgens klager wijkt de gepubliceerde tekst van de rectificatie zodanig af van de met hem overeengekomen schriftelijk vastgestelde tekst dat de teneur daarvan is veranderd. Volgens klager is na de toezending van de overeengekomen tekst tussen partijen geen contact meer geweest.

Betrokkene heeft erkend dat de gepubliceerde tekst enigszins afwijkt van de eerder aan klager toegezonden versie. Volgens betrokkene was die eerste versie niet meer dan een concept en is de definitieve tekst vooraf om commentaar naar klager toegezonden. Omdat die uitbleef is de tweede versie ongewijzigd gepubliceerd in De Vallei van 30 september 1987.
Betrokkene meent overigens dat de beide teksten slechts op zeer ondergeschikte punten van elkaar verschillen, zodat de rectificatie als geheel volledig recht doet aan alle bezwaren van klager.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Partijen verschillen van mening over de betekenis van de eerste tekst van de rectificatie. Volgens klager was dit de definitieve tekst. Volgens betrokkene was het niet meer dan een concept waarop nog een definitieve versie zou volgen. De Raad heeft niet kunnen vaststellen wat over deze tekst tussen partijen is afgesproken. Evenmin heeft de Raad kunnen vaststellen of betrokkene de in zijn visie nog door klager te verwachten definitieve tekst vooraf aan klager heeft toegezonden.
De Raad meent echter dat ook zonder duidelijkheid hierover een oordeel over de klacht mogelijk is. De bezwaren van klager tegen de wijze waarop zijn artikel in de Veluwepost is gepubliceerd betroffen voornamelijk het plaatsen van andere kopjes, het weglaten van de foto en de kaart van de oorspronkelijke publikatie en het plaatsen van een naar zijn mening niet passende andere foto. Al deze bezwaren worden in de gepubliceerde tekst van de rectificatie genoemd, alsmede het feit dat over het overnemen van het artikel door de Veluwepost geen overleg met klager was gepleegd .
De Raad meent daarom dat ondanks de wijzigingen in de gepubliceerde rectificatie ten opzichte van de eerder daartoe overeengekomen tekst de teneur niet veranderd is en dat in de rectificatie recht gedaan wordt aan de bezwaren van klager.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Veluwepost te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 februari 1988 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, Mr. L. Van Vollenhoven, Mr. D. T. Dalmolen en T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten. secretaris.

RvdJ 1988, 4.