1988/3 ongegrond

X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 21 december 1987 met één bijlage heeft Mr. H. J. Overes te Groningen namens X te […] (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Leeuwarder Courant (betrokkene). Bij brief van 7 januari 1988 heeft deze op de klacht gereageerd.

De Raad heeft met toestemming van partijen op 1 februari 1988 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.
 
DE FEITEN
 
De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten. Klager is als gynaecoloog verbonden aan het Ziekenhuis […] te […]. Aan dit ziekenhuis zijn nog twee andere gynaecologen verbonden. Tegen klager zijn twee klachten ingediend bij het Medisch Tuchtcollege. De behandeling daarvan vond plaats op woensdag 2 december 1987.
In de Leeuwarder Courant van 4 december 1987 is onder kop “[...plaats…]er arts voor tuchtcollege wegens nalatigheid”, met daarboven in kleinere letters “Kind gestikt in baarmoeder”, aandacht besteed aan deze zaak. De tekst van het bericht luidt voor zover voor de onderhavige zaak van belang als volgt.
“[…plaatsnaam...]. De familie [Y] uit […] en de familie [Z] uit […] hebben een klacht tegen X ingediend bij het medisch tuchtcollege in eerste aanleg te Groningen. X is als gynaecoloog verbonden aan het ziekenhuis […] te […]. Beide zaken dienden afgelopen woensdag achter gesloten deuren voor het tuchtcollege.
De familie [Y] beschuldigt X van 'nalatigheid' als gevolg waarvan het kind van mevrouw [Y] in de baarmoeder stikte. Het kind van mevrouw [Z] liep volgens haar door 'onzorgvuldig handelen' van X tijdens de bevalling hersenletsel op, waardoor het spastisch is.
De aangeklaagde vrouwenarts zei gisteravond, gevraagd om een reactie, zich te willen onthouden van commentaar: 'Het lijkt me niet opportuun hierop te reageren, zeker niet zolang het medisch tuchtcollege nog geen uitspraak heeft gedaan'. Die uitspraak zal naar alle waarschijnlijkheid over één tot twee maanden aan de betrokkenen bekend worden gemaakt.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager acht het onzorgvuldig dat onder vermelding van zijn volle naam de tegen hem geuite beschuldigingen in de openbaarheid zijn gebracht zonder het oordeel van de tuchtrechter af te wachten. Gelet op de ernst van de beschuldigingen had dit laatste moeten gebeuren. Klager meent dat zijn naam als specialist in discrediet is gebracht.
Het feit dat klager in de gelegenheid is gesteld commentaar te leveren op de beschuldigingen doet hieraan naar zijn mening niet af: 'een dagblad als de Leeuwarder Courant' is immers niet 'het geëigende forum' voor een discussie tussen klager als arts en de klagende ouders.


Betrokkene heeft geantwoord dat na een zorgvuldig onderzoek naar de feiten tot publikatie is besloten omdat de zaak in kringen rondom het betreffende ziekenhuis en de betrokken families veel reacties had losgemaakt. Het relevante nieuwsfeit uit het bericht is dat er een klacht bij het medisch tuchtcollege was ingediend tegen een gynaecoloog uit […]. Betrokkene meent dat de feiten zakelijk zijn weergegeven en dat uit het bericht duidelijk blijkt dat het medisch tuchtcollege nog geen uitspraak heeft gedaan zodat van een veroordeling van klager geen sprake is.
Klager is met zijn volle naam genoemd omdat aan het betreffende ziekenhuis slechts drie gynaecologen verbonden zijn. 'Weglating van de naam van de heer X zou nadelig zijn geweest voor zijn beide collega's die met de klacht verder niets te maken hebben'.
Betrokkene acht het 'schromelijk overdreven' dat het aangevallen bericht 'een onuitwisbaar stempel' op klager zou hebben gedrukt. 'Het bericht zelf is immers geen veroordeling, het meldt alleen dat het oordeel van een onafhankelijk college is gevraagd over een bepaald handelen van de heer X. Een verder te goeder naam en faam bekend staand arts verliest zijn reputatie niet door één zakelijk bericht in een regionale krant'.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Voorop staat de vrijheid van betrokkene te publiceren over maatschappelijk relevante nieuwsfeiten, zoals het indienen van klachten tegen een gynaecoloog bij het medisch tuchtcollege. Evenals bij gewone strafzaken het geval is, behoefde betrokkene niet het oordeel van de (tucht)rechter af te wachten alvorens tot publikatie over te gaan, ook al vond in dit geval de behandeling van de klachten achter gesloten deuren plaats.
De klacht stelt daarnaast de vraag aan de orde of betrokkene ter bescherming van de positie van klager had moeten volstaan met het gebruik van initialen, evenals dat gewoonlijk bij verdachten in gewone strafzaken gebeurt.
Deze regel lijdt echter uitzondering wanneer als gevolg daarvan verwarring met anderen te duchten is. Dat was in de onderhavige zaak het geval, omdat aan het betreffende ziekenhuis in totaal slechts drie gynaecologen verbonden zijn.
Betrokkene heeft daarom terecht ter bescherming van de positie van de collega's van klager besloten tot het gebruik van de volledige naam van klager.
 
BESLISSING
 
De Raad acht de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 1 februari 1988 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, Mr. L. van Vollenhoven, Mr. D. T. Dalmolen en T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.