1988/28 ongegrond

Burgdorffer contra AD, Volkskrant, Nieuwsblad v. h. Noorden, Veronica en EO

Toon Burgdorffer contra de hoofdredacteuren van het Algemeen Dagblad, het Nieuwsblad van het Noorden en de Volkskrant alsmede de eindredacteuren van de televisieprogramma's Veronica's Nieuwslijn en EO Tijdsein.

Bij klaagschrift van 22 juli 1988 met 4 bijlagen heeft mr. A.S. Penders, juridisch medewerker van de Vereniging Landelijke Organisatie Slachtofferhulp te Utrecht namens Toon Burgdorffer (klager), wonende te Amsterdam en optredend voor zichzelf zowel als namens andere nabestaanden van een slachtoffer van moord en verkrachting een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van het Algemeen Dagblad, van het Nieuwsblad van het Noorden en van de Volkskrant alsmede tegen de eindredacteuren van de televisieprogramma's Veronica's Nieuwslijn en EO Tijdsein (betrokkenen).

Op de klacht werd schriftelijk gereageerd door A.I. Abram, hoofdredacteur van het A.D., bij brief van 3 augustus 1988 met 3 bijlagen, door drs. H.J. van Rhee, eindredacteur van het programma Tijdsein bij brief van 9 augustus 1988 en aanvullende brief van 5 september 1988, door George Mustert, eindredacteur van het televisieprogramma Nieuwslijn, bij brief van 11 augustus 1988, door mr. D.T. Dalmolen, hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, bij brief van I september 1988 met 4 bijlagen en door drs. H. Lockefeer, hoofdredacteur van de Volkskrant, bij brief van 1 september 1988.

De klacht werd behandeld ter zitting van de Raad van 8 november 1988. Klager en enige andere nabestaanden van het slachtoffer waren in persoon aanwezig met hun vertegenwoordiger mr. A.S. Penders. Van de zijde van betrokkenen waren aanwezig Fred van Dongen en W. Ammerlaan (AD), mr. D.T. Dalmolen (Nieuwsblad van het Noorden), Bert Vuysje (Volkskrant) en drs. H.J. van Rhee (EO Tijdsein). Tevens was aanwezig drs. C. Steinmetz, directeur voor het Instituut voor Psychotraumatologie en onderzoeker voor het W.O.D.C. Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie- als deskundige voor klager. De Omroeporganisatie Veronica (Nieuwslijn) was afwezig met bericht van verhindering.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Op 10 maart 1988 werd het 22 jarige vrouwelijke slachtoffer in de provincie Groningen verkracht en om het leven gebracht door een man, die op grond van de maatregel van TBR ten tijde van de daad verpleegd werd in de Van Mesdagkliniek te Groningen. In de edities van de in deze klacht betrokken kranten van zaterdag 12 maart 1988 verscheen over deze gebeurtenis een bericht. Daarbij werd telkens de naam van het slachtoffer voluit genoemd. In een vervolgpublikatie in het Nieuwsblad van het Noorden van 16 maart 1988 gebeurde dit opnieuw. Het bericht in het Algemeen Dagblad was geïllustreerd met een foto van de fiets van het slachtoffer, zoals deze door de politie bij de plaats van het misdrijf zou zijn aangetroffen.
In de aflevering van het televisieprogramma Veronica's Nieuwslijn van 16 maart 1988 is onder de aankondiging 'Moord in Groningen; TBR-beleid onderzocht' een reportage uitgezonden waarin n.a.v. de gebeurtenis van 12 maart 1988 aandacht werd besteed aan het TBR-beleid van de overheid. In die reportage werden onder meer beelden vertoond van de Van Mesdagkliniek alsmede enkele bij avond genomen shots van een winkelstraat in de binnenstad van Groningen, waarbij de camera even gericht bleef op de achterzijde van een fietser. De naam van het slachtoffer werd in deze reportage niet genoemd.
In de aflevering van het televisieprogramma EO-Tijdsein van 17 maart 1988 werd onder de aankondiging 'Protest tegen proefverlof van vrouw-gevaarlijke TBR-gedetineerden' aandacht besteed aan een demonstratie die naar aanleiding van de misdaad werd gehouden. Afgezien van beelden van de demonstratie en vraaggesprekken met demonstranten, een deskundige en anderen, werd kort een stilstaand beeld vertoond van de landweg waar het misdrijf had plaats gevonden. Ook in deze reportage werd de naam van het slachtoffer niet genoemd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager richten zich niet tegen het feit dat de voor hem en andere nabestaanden zeer schokkende gebeurtenis in het nieuws is gebracht, maar uitsluitend tegen de wijze waarop dit is gebeurd. De klacht richt zich met name tegen het feit dat in de aangevallen publikaties de naam van het slachtoffer voluit is genoemd alsmede tegen het feit dat 'specifieke gegevens en omstandigheden rond genoemd misdrijf door de kranten en -vooral- de televisierubrieken' werden genoemd en getoond.
Het voluit noemen van de naam van het slachtoffer acht klager een onnodig inbreuk op de privacy van de nabestaanden. Naar zijn mening voegt het noemen van de naam niets toe aan de nieuwswaarde van de vermelde gebeurtenis, terwijl dit anderzijds voor de nabestaanden 'onnodig kwetsend en confronterend' was. Dit laatste geldt ook voor het afdrukken van de foto van de fiets van het slachtoffer. Het verwerkingsproces van de nabestaanden is door een en ander bemoeilijkt. Als bijkomend bezwaar heeft klager gewezen op het feit dat de diverse publikaties details over de misdaad bevatten die aan de nabestaanden nog niet bekend waren met als gevolg dat derden eerder op de hoogte waren van de juiste toedracht dan de nabestaanden zelf.
Ook ten aanzien van de televisiebeelden van de plaats van het misdrijf en de shots van de binnenstad van Groningen geldt naar de mening van klager dat dit een onnodige inbreuk vormde op de privacy van de nabestaanden. In de reportage van EO-Tijdsein over de demonstratie naar aanleiding van het misdrijf had volstaan kunnen worden met het vermelden van de aanleiding voor de demonstratie en was het 'onverhoeds' tonen van een beeld van de landweg waar het misdrijf had plaatsgevonden niet nodig. Hetzelfde geldt naar de mening van klager voor de uitzending van Veronica's Nieuwslijn over het TBR-beleid 'waarbij ineens zonder enige aanleiding en zonder enige grond, zulks in verband met het onderwerp en de inhoud van de reportage, beelden werden getoond van hoe het slachtoffer door de dader op de fiets is gevolgd naar de plek waar zij om het leven is gebracht'.
Deze beelden waren naar de mening van klager onnodig. Anderzijds werden de nabestaanden 'hierdoor ongevraagd en onverwacht op een bruuske manier geconfronteerd met een weergave van een gedeelte van de omstandigheden waarop hun dochter, zuster en vriendin om het leven is gebracht, waarbij de nabestaanden geen enkele keus is gelaten om op een door henzelf te verkiezen manier van deze omstandigheden kennis te nemen'. Bovendien is als gevolg van het tonen van beelden van de plaats van het misdrijf, herkenbaar o.m. door een ter plaatse staande glasbak, leed-toerisme op gang gebracht. Dit vormt een onnodige emotionele belasting voor die nabestaanden die op korte afstand van de plek wonen.

De Raad vat de standpunten van betrokkenen samen als volgt.

Algemeen Dagblad
Het Algemeen Dagblad is van oordeel dat het bericht over het misdrijf een zakelijke weergave bevat van de relevante feiten 'volgens het journalistieke ABC: wie, wat, waar, wanneer en waarom'. Met het vermelden van de naam van het slachtoffer is een algemeen belang gediend namelijk het voorkomen van ongerustheid bij derden. De vermelding van initialen, al dan niet voorzien van leeftijd, dient dit belang slechts ten dele en heeft als nadeel dat het incriminerend kan werken.
De foto geeft op zakelijke wijze de dramatiek van het gebeurde weer. Het bericht bevat geen onnodige kwetsende of grievende details over de (achtergronden van) het delict, zodat naar het oordeel van het AD de publikatie niet onzorgvuldig is jegens de nabestaanden. Het AD was niet op de hoogte van het feit dat nog niet alle familieleden van het slachtoffer waren ingelicht. Het AD merkt op dat de nabestaanden van het slachtoffer nimmer rechtstreeks met de krant contact opnamen.

Nieuwsblad van het Noorden
Bij het Nieuwsblad van het Noorden geldt de regel dat de naam van een slachtoffer wordt genoemd, tenzij kenbaar is dat dit onevenredige schade voor het slachtoffer of de nabestaanden meebrengt. Dat was in deze zaak niet het geval. Het eerste bericht over het misdrijf werd geplaatst in de middag-editie van de krant van vrijdag 11 maart.
'Pas op zaterdag 12 maart, nadat de politie ons verzekerd had dat de nabestaanden waren ingelicht, is de naam van het slachtoffer voor het eerst in het Nieuwsblad van het Noorden vermeld'. Van het gebruik van initialen kan een incriminerend effect uitgaan.
Het Nieuwsblad van het Noorden heeft erop gewezen dat de nabestaanden zelf ook in de openbaarheid kennis hebben gegeven van de gebeurtenissen. In drie achtereenvolgende edities van het Nieuwsblad van het Noorden zijn overlijdensadvertenties verschenen met een verwijzing naar de gewelddadige dood. In het Nieuwsblad van het Noorden van 7 april is een artikel gepubliceerd van de hand van een van de nabestaanden, drs. M. Smelik, met een weergave van de belangrijkste bezwaren tegen onder meer de wijze van berichtgeving in de media.

De Volkskrant
Uitgangspunt is dat een nieuwsbericht zo concreet en volledig mogelijk moet zijn. Het noemen van de naam van het slachtoffer van eenmisdrijf dient om verwarring met anderen of ongerustheid bij derden te voorkomen. Van deze regel wordt door de Volkskrant afgeweken in die gevallen waarin het gaat om slachtoffers van verkrachting. Om die reden is de naam in het tweede bericht over het misdrijf niet genoemd. Ten tijde van het eerste bericht was nog niet bekend dat aan de moord verkrachting was voorafgegaan.

Evangelische Omroep
De stelling van klager dat in de reportage volstaan had kunnen worden met het in woorden vermelden van de aanleiding voor de demonstratie miskent naar het oordeel van de EO dat het medium televisie in het bijzonder is gericht op het brengen van beelden. In het onderhavige geval was er sprake van het gedurende enkele seconden tonen van een stilstaand beeld van de plaats van het misdrijf. De EO is van oordeel dat het 'op deze zakelijke wijze vertonen van een 'foto' van de openbare weg zo ver verwijderd (is) van de gevoelens en de privacy van de nabestaanden' dat dit niet ontoelaatbaar is. De EO hoefde er niet op bedacht te zijn dat door de in het beeld opgenomen glasbak de plaats makkelijk herkenbaar zou zijn. De EO erkent dat er voorafgaand aan de uitzending contact is geweest met betrokkenen bij de demonstratie en dat deze verzocht hebben geen beeld te tonen van de plaats van het misdrijf. Dit heeft echter niet tot een afspraak geleid.

Veronica
Veronica is van oordeel dat de uitzending zich beperkt tot een zakelijke en globale weergave van de feiten 'slechts ondersteund met enkele shots van o.a. de Van Mesdagkliniek, een fietser in nachtelijk Groningen en de plaats van het misdrijf'. Het behoort bij de aard van het medium televisie om gebruik te maken van beelden. De klacht dat de nabestaanden door het tonen van de beelden 'ongevraagd en onverwacht op een bruuske manier' werden geconfronteerd met de toedracht van het misdrijf 'waarbij de nabestaanden geen enkele keus is gelaten om op een door henzelf te verkiezen manier van deze omstandigheden kennis te nemen', acht Veronica onterecht.
'De nabestaanden hebben de televisie juist aangezet om te kijken naar een reportage n.a.v. de moord op hun familielid. Die woensdag, nog maar een paar dagen na het misdrijf, zou elke confrontatie met wat er gebeurd is, pijnlijk zijn. Dat was te verwachten.'
Veronica meent dat er geen sprake is van sensationalisering van het misdrijf. De beelden hebben geen informatie bevat die voor de nabestaanden nieuw moet zijn geweest.
'We hebben er alle begrip voor dat de confrontatie met berichtgeving over het misdrijf zo vlak na het gebeurde pijnlijk kan zijn. Maar wij vinden dat dat de boodschapper Nieuwslijn niet moet worden verweten.'

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het gaat bij deze onderling samenhangende en daarom door de Raad gezamenlijk behandelde- klachten tegen de vijf betrokkenen om de volgende vraag:
is het, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid tegenover het slachtoffer, zijn nabestaanden en intieme vrienden, maatschappelijk aanvaardbaar om over een ernstig geweldsmisdrijf tegen personen zodanig te berichten
a. dat het slachtoffer, zijn nabestaanden of intieme vrienden voor het publiek herkenbaar of identificeerbaar zijn (klacht tegen AD, Volkskrant, Nv/hN);
b. dat (schrijnende) op het misdrijf betrekking hebbende details van het misdrijf vermeld of vertoond worden (klacht tegen AD, EO, Veronica).

De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk gegevens dient te bevatten opdat de lezer zich een waarheidsgetrouw en controleerbaar beeld van het nieuwsfeit kan vormen. Nieuwsfoto's kunnen daaraan bijdragen.
Dit geldt ook voor publikaties over misdrijven, temeer daar deze een signaalfunctie kunnen hebben jegens burgers en overheid.
Bij geweldsmisdrijven tegen personen kan volledigheid op het punt van de identiteit bovendien voorkomen dat verwarring met anderen optreedt als gevolg waarvan bij derden nodeloze ongerustheid kan ontstaan.

Met betrekking tot vraagonderdeel a. staat tegenover dit alles de plicht van de journalist om. zodra het slachtoffer, zijn levenspartner of zijn naaste familieleden door het bericht herkenbaar of identificeerbaar dreigen te worden, zich af te vragen of er gevaar is voor benadeling of kwetsing van deze personen.
Naar het oordeel van de Raad dient de journalist het belang van de genoemde personen te laten prevaleren en dus hun herkenbaarheid te vermijden in al die gevallen waarin redelijkerwijze te voorzien is dat die personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden wegens gevaar voor represailles of herhaling, wegens diffamerende nevenaffecten of wegens onevenredig zware leedtoevoeging.
Het in berichtgeving over geweldsmisdrijven niet onherkenbaar en onidentificeerbaar maken van slachtoffers kan op zich zelf. Los van de omstandigheden van het geval, niet reeds als een dergelijke onevenredig zware leedtoevoeging beschouwd worden. Klager en drs. Steinmetz hebben ter zitting van de Raad gesteld dat het noemen van namen van slachtoffers van geweldsmisdrijven het verwerkingsproces kan blokkeren en een negatieve invloed heeft op de volksgezondheid, overigens zonder dat met schriftelijk materiaal te ondersteunen.
De Raad acht niet aannemelijk dat de bedoelde wijze van berichtgeving als regel zware leedtoevoeging tot gevolg heeft.
In deze afweging moet ook betrokken worden de vraag of het gaat om publieke persoonlijkheden.

Met betrekking tot vraagonderdeel b. staat tegenover het door de Raad hiervoor vooropgestelde dat (schrijnende) details van het misdrijf weggelaten dienen te worden indien voorzienbaar is dat zij extra leed toevoegen aan het slachtoffer, zijn levenspartner of zijn naaste familieleden en die details niet noodzakelijk zijn om de aard van het misdrijf weer te geven.
Los van dit alles dient een journalist bij berichtgeving over geweldsmisdrijven zich er met redelijke zekerheid van te vergewissen dat de levenspartner dan wel de naaste familie van het slachtoffer op de hoogte is van de gebeurtenis.

Bij de beoordeling van de afzonderlijke klachten in de onderhavige zaak gaat de Raad van het bovenstaande uit; hij stelt daarnaast voorop dat in dit geval klager en de andere nabestaanden door de gewelddadige dood van hun familielid al bijzonder zwaar leed hebben ondergaan. Nu hier van gevaar voor represailles of herhaling en ook van diffamerende nevenaffecten geen sprake is, gaat het er derhalve bij elk van de vijf klachten om in hoeverre de in het geding zijnde publikaties aan dat leed nog -redelijkerwijs voorzienbaar- leed hebben toegevoegd dat door zijn zwaarte niet in evenredigheid is met het eerder omschreven belang dat met publikatie is gemoeid.

Algemeen Dagblad
Er was geen voor het AD kenbaar belang om de naam van het slachtoffer niet te noemen. Voor de journalist was niet voorzienbaar dat de daarmee gepaard gaande herkenbaarheid in dit geval zou kunnen leiden tot onevenredig leed wegens het intreden van een of meer van de bovengenoemde gevolgen. Voorzover volgens de subjectieve beleving van klager en andere nabestaanden hun herkenbaarheid onevenredig zwaar leed heeft toegevoegd, is dat een omstandigheid waarmee betrokkene geen rekening behoefde te houden.
Met betrekking tot de foto van de fiets is de Raad van oordeel dat dit detail weliswaar niet noodzakelijk was om de aard van het misdrijf aan te geven, maar dat niet redelijkerwijs was te voorzien dat publikatie van deze foto extra leed zou veroorzaken aan klager of andere nabestaanden van het slachtoffer.

Nieuwsblad van het Noorden
Wat de naamsvermelding door het Nieuwsblad van het Noorden betreft, geldt wat hierboven over de naamsvermelding door het Algemeen Dagblad werd overwogen. Wanneer er bij de woning van het slachtoffer extra verkeer van nieuwsgierigen -door klager 'leed-toerisme' genoemd- is geweest, was voor de betrokken journalist ten tijde van zijn publikatie niet voorzienbaar dat dergelijk verkeer op gang zou komen door de plaats van het misdrijf aan te duiden als 'Tweehonderd meter voor haar woning aan de Euvelgunnerweg. . .' Evenmin kon worden voorzien dat een van de nabestaanden vlak bij de plaats van het misdrijf zou wonen en daardoor extra leed van nieuwsgierigen-verkeer zou ondervinden.

De Volkskrant
De Volkskrant heeft de naam van het slachtoffer slechts één keer genoemd, namelijk in een kort bericht waarin de omstandigheden waaronder de moord had plaatsgevonden nog niet konden worden vermeld. In een nader bericht heeft de Volkskrant geen naam meer genoemd. Ook hier geldt dat geen sprake was van voorzienbaar zwaar leed voor de nabestaanden.

Evangelische Omroep
Het item in de actualiteitenrubriek EO-Tijdsein was hoofdzakelijk gewijd aan een protestdemonstratie tegen proefverloven van 'vrouwgevaarlijke TBR-gedetineerden'. Het in dat kader gedurende enige seconden in stilstaand beeld tonen van de landweg als plaats van het misdrijf was niet meer dan een visuele verwijzing naar het misdrijf zelf, waarbij de EO niet bedacht hoefde te zijn op extra leed-toevoeging door 'leed-toerisme'. Overigens heeft de Raad niet kunnen vaststellen of er een afspraak gemaakt is om deze verwijzing in beeld achterwege te laten.

Veronica Omroeporganisatie
Het item in de actualiteitenrubriek Nieuwslijn was in hoofdzaak gewijd aan het TBR-beleid van Justitie. De enkele beelden die daarbij getoond werden van een fietser in avondlijk Groningen, van een winkelstraat bij avond en van de omgeving van het misdrijf waren aan het televisie-medium inherente, niet sensationele uitdrukkingsmiddelen, waarvan niet voorzienbaar was dat deze extra leed voor klager of de andere nabestaanden van het slachtoffer zouden veroorzaken buiten het leed dat zij door de gewelddadige dood van hun familielid al ondergingen.

BESLISSING

Op grond van de bovenstaande overwegingen is de Raad van oordeel dat het Algemeen Dagblad, het Nieuwsblad van het Noorden en de Volkskrant, in hun berichtgeving over de gewelddadige dood van Alok Lucie Burgdorffer, jegens de nabestaanden geen grenzen hebben overschreden van maatschappelijke zorgvuldigheid. Ditzelfde geldt ten aanzien van het tonen van beelden in de televisie-actualiteitenprogramma's EO-Tijdsein en Nieuwslijn van resp. de Evangelische Omroep en Veronica Omroeporganisatie.

De Raad verzoekt betrokkenen aan deze beslissing bekendheid te geven in onderscheidenlijk het Algemeen Dagblad, het Nieuwsblad van het Noorden. de Volkskrant, EO-Tijdsein en Veronica's Nieuwslijn.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 8 november 1988 door mr. M.J.P. Verburgh, voorzitter, mr. G. Dullens, J.L. de Troye, drs. H.W.M. van Run en J.M.P.J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 28.