1988/26 gegrond

M. VAN DEN BROEK TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE TELEGRAAF

Bij brief van 10 april 1988 met 2 bijlagen en aanvullende brief van 10 juni 1988 heeft Marianne van den Broek te Haarlem (klaagster) een klacht ingediend tegen H. L. de Haas, hoofdredacteur van de Telegraaf. Bij brief van 7 september 1988 met bijbehorend rapport van de verslaggeefster M. Janssen van 7 september 1988 heeft deze op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1988. Klaagster was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen. Met toestemming van partijen werd door de Raad over de zaak geoordeeld door vier leden.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Naar aanleiding van het debat van die week in de Tweede Kamer over het omgangsrecht, verscheen in de Telegraaf van zaterdag 23 januari 1988 onder de kop 'Gescheiden Richard wil zijn dochtertje zien' een artikel over de moeilijkheden rond de omgangsregeling van Richard van Dooren en zijn dochtertje Amber. Bij het artikel staat afgedrukt een foto van de vader met zijn dochtertje met het volgende bijschrift. 'De enige mogelijkheid om een foto te maken van Richard van Dooren samen met zijn dochtertje Amber: op het schoolplein'.
Behalve de hoofdkop is het artikel voorzien van de volgende tussenkop: 'Kinderbescherming en rechter staan machteloos...'
Het artikel bevat onder meer de volgende passages.

'Op de boekenkast prijken kinderfoto's... Maar Richard wil geen mooie Amber van een foto, hij wil een spelend kind om zich heen. Niet dagelijks, want dat kan nu eenmaal niet na een scheiding, maar wel wekelijks. Iedereen geeft hem gelijk. Maar Ambers moeder is tegen. En daarmee heeft ze het laatste woord'. 'Na Kerstmis '86 kwamen er problemen. Als Richard Amber thuis afhaalde, begon haar moeder te huilen, zodat ook Amber huilend meeging' .
'Richard ging begin '87 naar de RIAGG opdat met de bemiddeling van hulpverleners een gezamenlijke beslissing genomen kon worden. Ambers moeder kwam daar met een verwijt: Amber mocht niet meer naar haar vader omdat ze doktertje gespeeld had met Richard jr.: 'seksuele spelletjes'. Vader Richard: 'En wat dan nog? Richard was twaalf, Amber vijf. Er is gespeeld zoals kinderen spelen in ieder gezin. Waar gebeurt dat niet'? '
'Eind december kwam de zaak rond de bezoekregeling voor. Richard wilde Amber eens per week een dag thuis en in de vakanties wat extra tijd. Het voorstel van de moeder: Richard moest maar hulpouder worden op Ambers school, dan kon hij haar iedere maandag - als zijn kapperszaak gesloten is - zien tijdens de leesles en tijdens het zwemmen. Ook mocht hij die dag dan bij het overblijven zijn. Richard: "Wat is dat nou? Wat heb ik daaraan? Dat is toch geen contact? Dat slaat nergens op. Dat noem ik geen omgangsregeling'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Het belangrijkste bezwaar van klaagster tegen het artikel is gelegen in het feit dat dit tot stand is gekomen zonder dat zij zelf is gehoord. Haar kant van de zaak wordt daardoor in het artikel niet belicht. De publikatie in de huidige vorm acht zij schadelijk voor het kind. Bovendien bevat het artikel feitelijke onjuistheden. De Telegraaf heeft ondanks haar verzoek geweigerd een weerwoord op te nemen.

Klaagster heeft er nog op gewezen dat haar standpunt wel wordt weergegeven in het door de Raad voor de Kinderbescherming opgemaakte rapport. Als de journalist haar mening gevraagd had, had zij daarop kunnen wijzen.
Volgens de reactie van de journaliste M. Janssen heeft zij ter voorbereiding van het artikel contact gehad met zowel de vroegere echtgenoot van klaagster als met diens advocaat en de Raad voor de KinderbescherminR. Zij nam ook kennis van het rapport van de Raad. Zij heeft in deze zaak afgezien van het toepassen van wederhoor om de volgende reden.
'Amber's moeder heeft het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming vermenigvuldigd, deze op vele plaatsen voorzien van lasterlijke aantijgingen en ze zo verstuurd naar de ouders van Richard van Dooren, zijn schoonouders, zijn huidige vrouw, zijn zwager en zijn schoonzus. De heer Van Dooren is naar de politie gegaan en heeft een aanklacht wegens smaad ingediend. Deze zaak komt nog voor. Het leek mij niet zinvol in deze situatie Amber's moeder om haar verhaal te vragen'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het onderwerp van het artikel is het moeilijke verloop van een omgangsregeling. Daarbij zijn twee partijen betrokken, zodat alleen al om die reden in beginsel niet zal kunnen worden volstaan met het horen van één partij. Dit geldt te meer nu de aard van het onderwerp meebrengt dat de visie van de betrokken partijen onder druk kan staan van emoties. De journaliste had hiermee rekening moeten houden. Zij had klaagster in ieder geval moeten horen. De door betrokkene gegeven reden om van wederhoor af te zien acht de Raad niet geldig.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klaagster door zonder haar te hebben gehoord en door in hoofdzaak af te gaan op informatie van de vroegere echtgenoot van klaagster een artikel te publiceren over de omgangsregeling m.b.t. klaagsters dochtertje.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 6 oktober 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, J. de Vries, J. M. P. J. Verstegen en T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 26.