1988/22 ongegrond

L. F. M. KESSELS EN E. H. J. PIETERMANS TEGEN W. J. F. SCHULPEN

Bij brief van 23 april 1988 met 2 bijlagen hebben L. F. M Kessels en I. H. J. Pietermans te Herkenbosch (klagers) een klacht ingediend tegen W. J. F. Schulpen te Roermond (betrokkene), wegens een artikel van zijn hand in de Maas- en Geleenbode. Bij brief van 14 mei 1988 met 4 bijlagen heeft deze op de klacht gereageerd.
De Raad heeft met toestemming van partijen op 29 juni 1988 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Klagers behoren beiden tot het Korps Rijkspolitie van het district Limburg, groep Melick en Herkenbosch. In die hoedanigheid hebben zij de 17-jarige dochter van betrokkene bekeurd wegens het rijden zonder geldig rijbewijs. Deze overtreding werd door klagers geconstateerd toen betrokkene op een zondagmiddag op een industrieterrein te Melick autorijles gaf aan zijn dochter. De auto van betrokkene was daartoe niet ingericht.
Betrokkene verzorgt onder de schuilnaam 'Kloezenaerke' de cursief gezette rubriek 'Uit het leven gegrepen' in de Maas- en Geleenbode In de editie van 20 april 1988 van dit blad heeft betrokkene het geven van de bekeuring in zijn rubriek onder de kop 'Dienstkloppers' beschreven. Het stuk bevat de volgende passage.

'Wat uit de dienstwagen te voorschijn kwam, deed me denken aan een verjongde uitgave van het duo Laurel en Hardy, niet met bolhoed maar met pet. De dikste had een hoofd dat zijn agrarische afkomst verried en mij sterk deed denken aan een van die knoestige figuren op het schilderij 'de Aardappeleters' van Vincent van Gogh. De dunne keek als een kuiken dat pas uit het ei is gekropen en maakte de indruk dat hij was gezakt voor het eindexamen huishoudschool'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voelen zich door de inhoud van het artikel en in het bijzonder door de boven aangehaalde passage 'zeer diep gekwetst, gegriefd en beledigd, enerzijds in (hun) functie als opsporingsambtenaren van het Korps Rijkspolitie, anderzijds als privépersonen'. Klagers achten het 'onfatsoenlijk en ongehoord' dat betrokkene misbruik maakt van de macht die hij als journalist heeft door via een stuk in de krant zijn gram te halen.

Betrokkene heeft geantwoord dat hij in de rubriek 'Uit 't leven gegrepen' op satirische wijze zijn visie geeft op gebeurtenissen uit het dagelijks leven. De 'minder vleiende persoonsbeschrijvingen' zijn naar de mening van betrokkene geen beledigingen. Volgens betrokkene is er geen sprake van dat hij in het aangevallen stuk zijn gram heeft willen halen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De beschrijving van de - niet met namen of rangen aangeduide politiefunctionarissen door betrokkene is kennelijk badinerend bedoeld. Binnen het bestek van een cursiefje als het onderhavige hoeft de beschrijving van klagers naar het oordeel van de Raad niet als beledigend of onzorgvuldig jegens klagers te worden opgevat.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze beslissing integraal of in samenvatting in de Maas- en Geleenbode wordt gepubliceerd .

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 29 juni 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. G. Dullens, J. de Vries, Drs. H. W. M. van Run en Mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 22.