1988/21 ongegrond

B. SMIT TEGEN MEPPELER COURANT

Bij brief van 9 februari 1988 met 1 bijlage heeft B. Smit te Diever (klager) een klacht ingediend tegen R A. Nieuwenhuijze, hoofdredacteur van de Meppeler Courant (betrokkene). Bij brief van 29 februari 1988 heeft deze op de klacht gereageerd. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht in brieven van resp. 19 april en 16 mei 1988. De Raad heeft met toestemming van partijen op 29 juni 1988 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

Klager is lid van de gemeenteraad van Diever. Ook is hij voorzitter van de plaatselijke voetbalvereniging.
In de Meppeler Courant van 18 december 1987 is onder de kop 'College trappen in Diever' een ingezonden brief opgenomen van H. Oost te Diever waarin deze over klager onder meer het volgende schrijft. 'Zijn vergaderingen houdt hij in het clubhuis van deze club (plaatselijke voetbalclub, R.v.d.J.) en komt daar regelmatig tot onaanvaardbare uitspraken'.
Bij navraag bij de redactie bleek de identiteit van de briefschrijver niet te achterhalen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld door een brief op te nemen zonder de identiteit van de inzender te verifiëren. Het gevolg hiervan is dat klager nu in de onmogelijkheid verkeert in rechtstreeks contact met de briefschrijver zijn bezwaren tegen de door hem gevoelde aantasting van zijn eer en goede naam te bespreken. Voor een ingezonden reactie van zijn kant voelt klager niet omdat hij geen behoefte heeft aan publiciteit.

Klager heeft geantwoord dat de identiteit van de inzender van een ingezonden brief alleen wordt gecontroleerd wanneer de redactie aanleiding heeft tot wantrouwen, of wanneer op grond van de aard van het onderwerp van de ingezonden brief nader overleg met de inzender gewenst is. In het onderhavige geval vermeldde de brief geen adres. De behandelend redacteur heeft toen in het telefoonboek geconstateerd dat te Diever ten minste vier personen met de naam 'H. Oost' woonachtig zijn. Pas toen klager om het adres van de inzender vroeg, bleek dat deze niet te achterhalen was ofwel omdat de schrijver achteraf zijn identiteit niet wilde prijsgeven, ofwel omdat iemand anders zich ten onrechte van deze naam heeft bediend, ofwel omdat er nog een, aan de redactie onbekende, H. Oost in Diever woont.

Overigens is het vast beleid bij de Meppeler Courant dat het adres van een inzender van een ingezonden brief niet wordt prijsgegeven. Wel zou de redactie in het onderhavige geval bereid zijn geweest de brief van klager door te sturen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De inhoud van de door betrokkene gepubliceerde ingezonden brief is van dien aard dat betrokkene mocht volstaan met het onderzoeken van de authenticiteit van die brief door raadpleging van de telefoongids. Betrokkene behoefde niet te voorzien dat hij in de onmogelijkheid zou geraken een aangeboden reactie op die brief door te sturen, doordat achteraf de identiteit van de briefschrijver niet vast te stellen bleek. Betrokkene heeft niet onzorgvuldig gehandeld.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Meppeler Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 29 juni 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. G. Dullens, J. de Vries, Drs. H. W. M. van Run, Mr. D. I. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 21.