1988/19 ongegrond

H. VAN DER BERG TEGEN HELMI SLINGS EN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE GROENE AMSTERDAMMER

Bij brief van 8 januari 1988 met 4 bijlagen en aanvullende brief van 23 februari met 1 bijlage heeft H. van der Berg te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen Helmi Slings en M. van Amerongen, hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer (betrokkenen). Laatstgenoemde heeft bij brief van 1 maart 1988 schriftelijk op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 mei 1988. Partijen waren allen in persoon aanwezig. Met toestemming van partijen is over de zaak beslist door 4 leden in plaats van 5.

DE FEITEN

Klager voert onder de naam 'Van der Berg & Co' een recherchebureau voor het bedrijfsleven te Amsterdam. Betrokkene Slings heeft hem in die kwaliteit een interview afgenomen in mei 1986. Het daarbij verzamelde materiaal heeft zij gebruikt voor een artikel over (privé-)detectives in Nederland. Dit artikel is onder de kop 'De vele sluipwegen van de detective' verschenen in De Groene Amsterdammer van 9 december 1987. Als mede-auteur vermeldt het artikel de naam van Yvonne van Oorsouw.
In het artikel wordt klager op 4 plaatsen geciteerd.

'Bevreesd dat opdrachtgevers het woord detective zouden associëren met "een schietend movietype" noemde H. van der Berg zichzelf partikulier rechercheur . . .'
'Recherchebureau Van der Berg & Co neemt alleen opdrachten van bedrijven aan. 'In het bedrijfsleven rolt het meeste geld. Waarom zou ik me dan bezighouden met het emotionele leed van partikulieren? Het kommercieel belang staat bij mij met stip op één.'
'Tja, eigen rechtertje spelen is nu eenmaal better for business'.
'Officieel is samenwerking (met de politie RvdJ) verboden. Als u informele informatie wilt, moet de bandrecorder uit'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager zijn de volgende.
1. Ten tijde van het interview was Helmi Slings nog leerlinge van de School voor de Journalistiek in Tilburg. Het interview zou alleen bestemd zijn voor intern gebruik namelijk als examenproject. Dat was de voorwaarde waaronder klager bereid was tot medewerking.
2. Overeengekomen werd dat gebruikte citaten aan hem ter autorisatie zouden worden voorgelegd, alsmede dat hij het artikel in definitieve vorm toegezonden zou krijgen voor publikatie. Deze afspraak is geschonden.
3. Hij is onjuist geciteerd met als gevolg dat aan zijn opvatting over de positie van detectives geen recht wordt gedaan. Dit onderdeel van de klacht richt zich ook tegen M. van Amerongen. Klager houdt deze als hoofdredacteur verantwoordelijk voor het opnemen van een artikel met verkeerde citaten.
Betrokkene Slings ontkent de door klager gestelde afspraken. Het is juist dat het interview in de eerste plaats gebruikt zou worden voor een intern project. Volgens haar heeft zij echter direct bij de telefonische afspraak voor het interview met klager meegedeeld dat het te schrijven artikel wellicht ook elders gepubliceerd zou worden. De citaten zijn alle letterlijk overgenomen van de bandopname van het interview. Ze zijn volgens betrokkene Slings dus juist. De opname is inmiddels uitgewist.
Betrokkene ontkent dat er een autorisatie-afspraak is gemaakt. Zij meent dat zij alleen tekort geschoten is doordat zij het artikel in definitieve vorm niet aan klager heeft toegezonden. Ondanks het tijdsverloop tussen het moment van publikatie in De Groene Amsterdammer en de datum van het interview heeft zij het niet nodig geoordeeld klagers uitspraken nog eens te verifiëren omdat het naar de mening van betrokkene Slings om uitspraken ging, waarvan de geldigheid door het tijdsverloop niet verloren gegaan kon zijn. Enige andere in het interview opgevoerde detectives heeft zij nog wel opnieuw benaderd.

Betrokkene Van Amerongen heeft verwezen naar zijn brief van 8 januari 1988, die dateert van vóór de klachtprocedure bij de Raad. Daarin heeft hij klager voorgesteld zijn bezwaren in een brief uiteen te zetten ter publikatie 'op een goede, in het oog springende plaats in onze krant'. Het voorstel van klager om een tweede artikel met een klager meer welgevallige teneur te laten schrijven door een van zijn redacteuren heeft hij van de hand gewezen. Klagers verwijt, dat hij het aangeboden artikel niet zonder nadere verificatie had mogen publiceren, acht hij ongegrond, omdat het artikel een gedegen indruk maakte en geen aanleiding gaf tot die verificatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft niet kunnen vaststellen of overeengekomen werd dat het interview alleen gebruikt zou worden voor een intern project en dat citaten ter autorisatie zouden worden voorgelegd. Wel is komen vast te staan dat intern gebruik de primaire doelstelling was en dat openbare publikatie op de tweede plaats kwam. Om die reden en vanwege het tijdsverloop sinds de afname van het interview had het op de weg van betrokkene Slings gelegen het artikel voor publikatie in De Groene Amsterdammer ter inzage aan klager toe te zenden.
De Raad heeft evenmin kunnen vaststellen of klager inderdaad verkeerd is geciteerd. De Raad zal derhalve ook over dit onderdeel van de klacht geen uitspraak kunnen doen. Ten aanzien van betrokkene Van Amerongen geldt hierbij dat er des te minder reden is om tot gegrondverklaring van de klacht te komen nu enerzijds het aangeboden artikel geen aanleiding gaf om aperte onjuistheden te vermoeden en anderzijds betrokkene na kennisneming van de bezwaren van klager deze heeft aangeboden een weerwoord te plaatsen.

BESLISSING

Aan de Raad is niet gebleken dat de betrokken journalisten de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvattingte publiceren in De Groene Amsterdammer.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 16 mei 1988 door Mr. P.J. Boukema, waarnemend voorzitter, J.L. de Troye, Mr. A.J. Heerma-van Voss, Drs. H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten.

RvdJ 1988, 19.