1988/18 gegrond

P.K. SEKER TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE ZWERFKEI

Bij brief van 1 februari 1988 met 10 bijlagen en aanvullende brief van 1 maart 1988 met 6 bijlagen heeft P.K. Seker te Schoonoord (klager) mede namens zijn echtgenote mevrouw E.C. SekerVorstman een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Zwerfkei (betrokkene). Bij brief van 2 mei 1988 heeft deze op de klacht gereageerd.
De Raad heeft met toestemming van partijen op 16 mei 1988 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Klager en zijn echtgenote zijn enige jaren geleden vanuit Spijkenisse verhuisd naar Schoonoord. Zij zijn daar verwikkeld geraakt in een ruzie met hun buurman Struik. Deze ruzie heeft geleid tot onrust in de gehele buurt. In de plaatselijke pers is in diverse publikaties aandacht besteed aan de moeilijkheden.
In het huis-aan-huis-blad De Zwerfkei van 31 december 1987 is onder de kop 'Angst voor oudejaarsavond' eveneens een bericht verschenen over de lopende kwestie. Dit bericht bevat onder meer de volgende passages.

'De woning van dhr. Seker is vorige week beklad met leuzen en hakenkruizen. Hiervan werd dhr. Struik beschuldigd door Seker. Struik ontkent hier iets mee te maken te hebben en beweert zelfs dat Seker de leuzen en kruizen zelf heeft aangebracht om vervolgens het hele gebeuren weer opnieuw te doen oplaaien en in de publiciteit te krijgen. Volgens Struik is Seker ook op dezelfde manier verhuisd vanuit Spijkenisse naar Schoonoord. Ook daar zou hij de buurt hebben getreiterd. Dit zou ook bekend zijn bij de officier van justitie'.
'De familie Struik woonde er eerder dan de familie Seker en toen was er met de hele buurt niets aan de hand, maar sinds de komst van het echtpaar uit Spijkenisse is er van alles loos in de buurt en gebeuren er allerlei vreemde dingen dag en nacht. Kleinere kinderen hebben het moeten ontgelden, maar ook bejaarden en 50-plussers. Volgens de buurtbewoners gebruikt Seker de joodse afkomst van zijn vrouw als dekmantel, voor zijn vorm van terreur kracht bij te zetten'.

In De Zwerfkei van 7 januari is onder de kop 'Weerwoord van Seker' een vervolgbericht geplaatst. Volgens dit weerwoord ontkent klager dat hij 'de buurt naar zijn hand heeft willen zetten' of dat hij 'bejaarden en kleinere kinderen (heeft) lastig gevallen'. Daarnaast wordt in het weerwoord vermeld dat de moeilijkheden in Spijkenisse het gevolg waren van het feit dat de buurman van klager aldaar een wasemkap op het luchtkanaal van klager had aangesloten waardoor de vuile lucht in zijn woning terecht kwam. Na tussenkomst van de rechter werd dit verholpen. 'Dit kon de buurman niet verkroppen en heeft Seker aangevallen waarvoor deze door de rechter is veroordeeld'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van oordeel dat hij voor publikatie van het stukje in De Zwerfkei in de gelegenheid gesteld had moeten worden zijn visie op de beschreven burenruzie te geven. Het nadien opgenomen weerwoord acht klager onvoldoende om deze onzorgvuldigheid recht te trekken. Het vermeldt bijvoorbeeld niet dat de politie enige personen wegens verdenking van het aanbrengen van de leuzen en hakenkruizen heeft gearresteerd en dat ook buurman Struik is gehoord.
Volgens betrokkene worden in het bericht in De Zwerfkei slechts feiten opgesomd, die in de daaraan voorafgaande weken uitvoerig in de regionale pers werden beschreven. Nieuw is slechts de toevoeging dat volgens de buurtbewoners klager de moeilijkheden aan zichzelf te wijten heeft.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het aangevallen bericht bevat een aantal ernstige beschuldigingen aan het adres van klager, onder meer: het treiteren van de buurt in zijn vroegere woonplaats Spijkenisse, terreur van de buurt in Schoonhoven met gebruik van de joodse afkomst van zijn vrouw als dekmantel. Deze beschuldigingen zijn afkomstig van klagers buurman en van 'de buurtbewoners. De visie van klager wordt niet gegeven; evenmin wordt duidelijk gemaakt dat klager om commentaar is gevraagd .
Door klager niet vooraf te horen heeft betrokkene onzorgvuldig jegens hem gehandeld. Het geplaatste weerwoord behandelt slechts een deel van de beschuldigingen en is derhalve onvoldoende om de onzorgvuldigheid op te heffen.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager door een bericht met een aantal ernstige beschuldigingen aan het adres van klager op te nemen zonder hem vooraf te horen.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Zwerfkei op te nemen.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 16 mei 1988 door Mr. P.J. Boukema, waarnemend voorzitter, J.L. de Troye, Mr. A.J. Heerma van Voss en Drs. H.W.M. van Run in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Kasten, secretaris.

RvdJ 1988, 18.