1988/15 gegrond

D. D. GRIJPMA-VAN ETTEN TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN LIBELLE EN S. VAN LIEMT

Bij brief van 11 februari 1988 met achttien bijlagen heeft Mr. D. van Kampen te Utrecht namens D. D. Grijpma-van Etten te Utrecht (klaagster) een klacht ingediend tegen R. van Vuure, hoofdredacteur van Libelle en de journaliste Sanne van Liemt (betrokkenen). Bij brief van 29 maart 1988 met één bijlage heeft Mr. F. J. Steenbeek, medewerker juridische zaken van VNU namens betrokkenen op de klacht gereageerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 21 april 1988. Klaagster en haar raadsman waren in persoon aanwezig. Namens betrokkenen is verschenen Mr. F. l. Steenbeek.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. Klaagster is moderedactrice. In het maandblad Elegance van mei 1987 is onder de kop 'Beatrix' Blauw' een artikel verschenen van de hand van klaagster over de kleding van koningin Beatrix. Het artikel bestaat uit twee volle pagina's tekst.
In een kort nadien verschenen aflevering van het weekblad Libelle (nr. 38 van 1987) is onder de kop 'Dat droeg Koningin Beatrix' een artikel gepubliceerd waarin Libelle-moderedactrice Sanne van Liemt aan het woord komt bij een foto-overzicht van de kleding van koningin Beatrix vanaf 1955 tot in 1987. Het artikel heeft een inleiding van iets minder dan vier kolommen en bestaat voor het overige uit zesenvijftig foto's met bijschriften.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van oordeel dat door betrokkenen inbreuk is gemaakt op haar auteursrecht en dat in ieder geval plagiaat is gepleegd. Volgens klaagster zijn talrijke stukken tekst uit haar artikel in Elegance letterlijk of nagenoeg letterlijk overgenomen en dan in het bijzonder die stukken waarin klaagster oorspronkelijke gedachten weergeeft over de kleding van de Koningin. Klaagster heeft haar stelling geadstrueerd met tien voorbeelden waaronder: het gebruik van het woord 'koninginnekleren', haar gedachten over de functie van de kleding van een koningin in het algemeen, over de werking van bepaalde modellen (mantels met wijde mouwen: waardig, niet plechtstatig; de wijd poffende kopmouwen: versmallend effect), over de voorkeur voor de kleur blauw, over de hoed als vervanging van de kroon en dus als machtssymbool.
Klaagster erkent dat het onderwerp in een aantal gevallen noodzakelijkerwijs tot hetzelfde woordgebruik zal leiden. Waar het haar in het bijzonder om gaat is dat zij een aantal oorspronkelijke conclusies heeft getrokken, die zonder vermelding van haar naam door betrokkenen klakkeloos zijn overgenomen.

Betrokkenen hebben aangevoerd dat het een journalist vrij staat gebruik te maken van het werk van anderen en dat naamsvermelding daarbij niet nodig is als het niet gaat om werk beschermd door auteursrecht. Betrokkenen hebben erkend dat het artikel van klaagster wel 'op tafel heeft gelegen' bij het schrijven van het artikel in Libelle. Betrokkenen bestrijden dat oorspronkelijke gedachten zijn overgenomen. Bepaalde termen zijn in de mode algemeen gebruikelijk zodat het zelfde woordgebruik in beide artikelen voor een groot deel onvermijdelijk was. Bovendien moeten naar het oordeel van betrokkenen beide artikelen als geheel met elkaar vergeleken worden. Het artikel van Libelle is vele pagina's langer dan dat in Elegance.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het behoort niet tot de bevoegdheid van de Raad een oordeel uit te spreken over de gestelde schending van auteursrecht. Afgezien daarvan kan er sprake zijn van onzorgvuldig handelen door zonder naamsvermelding over te nemen uit het werk van anderen. De Raad meent dat dit in de voorgelegde zaak het geval is. De betrekkelijk korte inleiding in het artikel van Libelle bestaat uit observaties van de kleding van koningin Beatrix, die telkens uitmonden in min of meer oorspronkelijke conclusies, die ook voorkomen in het artikel van klaagster. De Raad meent dat er onmiskenbaar stukken uit het artikel van klaagster zijn overgenomen. Dit hadden betrokkenen niet mogen doen zonder tenminste de naam van klaagster als bron te noemen.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkenen onzorgvuldig hebben gehandeld door zonder bronvermelding een groot aantal oorspronkelijke conclusies uit een artikel van klaagster letterlijk of nagenoeg letterlijk over te nemen zodat de klacht gegrond is.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in Libelle te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 21 april 1988 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. T. Faber-de Heer, D. F. Houwaart, Mr. F. Kuitenbrouwer en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten: secretaris

RvdJ 1988, 15.