1988/14 gegrond

A. J. M. SMITS TEGEN HET HELMONDS DAGBLAD

Bij brief van 18 februari 1988 met vier bijlagen heeft Mr. H. Griensven, advocaat te Eindhoven, namens A. J. M. Smits te Best (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Helmonds Dagblad (betrokkene). Bij brief van 15 maart 1988 heeft deze op de klacht gereageerd.
De Raad heeft met toestemming van partijen op 19 april 1988 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
In het Helmonds Dagblad van 23 januari 1988 is onder de kop 'Gemeente sluit coffeeshop op Koninginnewal' een bericht verschenen over het sluiten van de door klager geëxploiteerde coffeeshop. In het artikel wordt de reden van de sluiting meegedeeld namelijk het feit dat de exploitant geen vergunning heeft.

'Hij zal die ook nooit krijgen, omdat hij een strafblad heeft'. Klager wordt in het artikel met name genoemd in onder meer de volgende passage: 'Exploitant Smits van Koos Voos zegt desgevraagd dat hij wel degelijk een vergunning heeft. 'Die ligt bij mijn advocaat. Vraag maar aan de afdeling Bijzonder Wetten van de politie. die weet er alles van', zegt hij'.

STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft tegen betrokkenen twee bezwaren geuit.
De verslaggeefster van het artikel had aan de advocaat van klager toegezegd dat zij eerst met deze contact zou opnemen over het artikel alvorens het te plaatsen. Die toezegging is geschonden.
Klager is met zijn volle naam genoemd waardoor openlijk bekend werd dat hij een strafblad heeft.
Betrokkene heeft ontkend dat uitstel van de publikatie tot na contact met de advocaat van klager is toegezegd.
'Wat betreft de tweede grief het volgende: op onze redactie gelden regels die waar enigszins mogelijk de anonimiteit van verdachten en veroordeelden garanderen. Regels die gebaseerd zijn op het principe dat de krant de door de rechter opgelegde straf niet onnodig mag verzwaren. Wij menen dat deze regels hier niet van toepassing c.q. in praktijk te brengen zijn. De exploitant van een horecabedrijf als 'Koos Voos' is in een niet overdreven grote stad als Helmond bepaald geen anonymus. Als hij in conflict komt met de overheid, bijvoorbeeld omdat die hem een vergunning weigert, 'omdat hij een strafblad heeft', dan heeft het voor de krant geen enkele zin zijn naam te verzwijgen. Die naam wordt immers door alle geïnteresseerden moeiteloos ingevuld. Het lijkt ons onverstandig een goede en belangrijke huisregel door zinloos en zelfs hypocriet gebruik uit te hollen'.

BEOORDELING KLACHT

De Raad heeft niet kunnen vaststellen of tussen partijen een afspraak als door klager gesteld is gemaakt. Over dit onderdeel van de klacht zal de Raad zich dus van een oordeel onthouden.
Het zwaartepunt van de onderhavige klacht ligt bij het feit dat klager met zijn volle naam is genoemd. Wat dat betreft onderschrijft de Raad de regel, die betrokkene zelf noemt. De Raad meent dat er geen reden was op die regel een uitzondering te maken. Voor het vermelden van het nieuwsfeit waar het om gaat, namelijk de sluiting van een horecagelegenheid wegens het ontbreken van een vergunning als gevolg van het strafblad van de exploitant, was de naam van die exploitant geen essentieel vereiste. Aan de eis van herkenbaarheid werd al voldaan door het noemen van de naam van de horecagelegenheid en het adres. Onder die omstandigheden vormt het feit dat lezers ook bij vermelding van alleen initialen klager wellicht zullen herkennen, geen reden om van de genoemde anonimiteitsregel af te wijken.

BESLISSING

De Raad meent dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager door hem onder verwijzing naar zijn strafblad met zijn volle naam te noemen zonder dat dit voor het desbetreffende bericht noodzakelijk was.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Helmonds Dagblad te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 april 1988 door mr M. J. P. Verburgh, voorzitter, W. F. de Pagter, mr L. van Vollenhoven, T. Lücker en mr D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van mr A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 14.