1988/13 ongegrond

E. PEEREBOOM TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE VOLKSKRANT

Bij brief van 18 januari 1988 met zeven bijlagen heeft E. Peereboom te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen Drs. H. A. Lockefeer, hoofdredacteur van De Volkskrant (betrokkene). Bij brief van 25 februari 1988 met zeven bijlagen heeft deze op de klacht gereageerd. Hierop is nog gevolgd een repliek van klager en een schriftelijke dupliek van betrokkene.
De Raad heeft met toestemming van partijen op 19 april 1988 over de klacht beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
In De Volkskrant van 31 oktober 1987 is onder de kop 'Consumentenclubs zoeken heil in advertentiebladen' met daarboven in kleinere letters 'Stichting koopt pagina's bij Wegener voor redactionele tekst en adverteerders een bericht verschenen over de nieuwe stichting Haal Uw Recht.
Het artikel opent met de volgende passage. 'Er is een opmerkelijke belangenverstrengeling ontstaan tussen de Stichting de Ombudsman, de Stichting Haal uw Recht, het uitgeefconcern Wegener en de voornaamste medewerker van het radioprogramma NOS-Ombudsman. Het gevolg daarvan is dat de lezers van huis-aan-huisbladen van het Wegener-concern vanaf november regelmatig twee pagina's zullen aantreffen met informatie die ogenschijnlijk van de redactie afkomstig is, maar die voor een deel worden gevuld door adverteerders. Met deze pagina's wordt begonnen in een oplage van twee miljoen stuks'.
Daarnaast bevat het artikel onder meer de volgende passages. 'De stichting wil haar dienstverlening uitbreiden, maar heeft daar extra middelen voor nodig. Ons plan voorziet daarin' vertelt Fred van Caem, een ondernemer in Eindhoven die nauw betrokken is bij het project van de Stichting Haal uw Recht'.
'Het initiatief voor het project is afkomstig van Ed Peereboom, die als part-time medewerker het wekelijkse programma NOSOmbudsman maakt. Volgens Van Caem zijn er nauwe relaties tussen dat programma en de Stichting de Ombudsman.
Van Caem noemt geen bedragen, maar duideliik is dat Haal uw Recht de pagina's bij Wegener koopt tegen een sterk gereduceerd tarief. De adverteerders betalen bij de stichting wel het normale advertentietarief. Het voordelig verschil wordt deels gebruikt om de kosten van Haal uw Recht te dekken; een ander deel wordt gereserveerd voor 'nieuwe activiteiten' van de stichting en de rest ('het leeuwedeel') gaat naar de Stichting de Ombudsman

STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager tegen het artikel in De Volkskrant vat de Raad als volgt samen: naast feitelijke onjuistheden geeft het artikel ten onrechte een negatieve visie op de plannen van de Stichting Haal uw Recht. De verslaggever had zich beter moeten informeren en had ten minste contact op moeten nemen met klager. Door de negatieve berichtgeving voelt klager zich aangetast in zijn naam van onafhankelijk journalist op consumentengebied. Klager heeft de gevolgen van het negatieve artikel in de praktijk herhaalde malen ondervonden.

Betrokkene is van oordeel dat klager te lang gewacht heeft met het indienen van zijn klacht en dat hij ten onrechte heeft nagelaten direct na het verschijnen van het artikel een schriftelijk weerwoord aan te bieden. Betrokkene is daarnaast van oordeel dat het artikel steunt op meer dan voldoende bronnenonderzoek. Ter voorbereiding van het artikel waren er contacten met de voorzitter van de Stichting Haal uw Recht, de Consumentenbond, het uitgeefconcern Wegener en de Goudse Verzekeringen, opponent van de werkwijze van de nieuwe stichting.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het gewraakte artikel wordt de commerciële kant bloot gelegd van een nieuwe stichting op het terrein van consumentenvoorlichting. Klager, die bekendheid geniet als journalist op dit gebied en verbonden is aan het programma NOS-Ombudsman, is secretaris van het bestuur van de nieuwe stichting. Waar in het artikel gesproken wordt over 'belangenverstrengeling' strekt de negatieve implicatie daarvan zich ook uit tot de persoon van klager. De Raad meent echter dat betrokkene op grond van het gepleegde bronnenonderzoek tot deze kwalificatie mocht komen. Daarbij zou het wellicht beter geweest zijn indien ook klager zelf was gehoord. Door dit na te laten heeft echter de betreffende journalist nog niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Het enkele feit dat de onderhavige klacht twee maanden na de publikatie waar het om gaat is ingediend leidt nog niet tot niet-ontvankelijkheid van die klacht, aangezien aannemelijk is dat klager pas na enige tijd met de gevolgen van een publikatie als de onderhavige geconfronteerd is. Dit verweer van betrokkene wordt derhalve door de Raad gepasseerd.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 april 1988 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, W. F. de Pagter, Mr. L. van Vollenhoven, T. M. Lücker en Mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1988, 13.