1987/9 ongegrond

K. VAN WIJK CONTRA MELLE WACHTMEESTER

Bij brief van 3 februari 1987 met één bijlage heeft Klaas van Wijk te Veendam (klager) een klacht ingediend tegen Melle Wachtmeester (betrokkene). Deze heeft zich tegen de klacht verweerd bij brief van 20 maart 1987 met één bijlage. Met toestemming van partijen heeft de Raad over de zaak beslist op grond van de stukken zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
In De Winschoter Courant/De Noord-Ooster van 30 januari 1987 is onder de kop 'Verkoop Reiderland: Aasgieren ruiken geld' een artikel gepubliceerd van de hand van Melle Wachtmeester. In dit artikel wordt verslag gedaan van de gang van zaken bij de executoriale verkoopvan hotel Reiderland in Bellingwolde. In het artikel komen de volgende passages voor.

'De werkelijke geinteresseerden blijven achterin de zaal hangen in de onmiddellijke nabijheid van de bar. Zij praten niet met elkaar, maar smoezen. De koppen dicht bij elkaar. Daar worden afspraken gemaakt. Het is de gebruikelijke clan, die op elke veiling in Oost-Groningen opduikt. Van Wijk, Moed, Strating zijn de namen.'
'Van Wijk zet als eerste in op 10.000 gulden. Makelaar Udema uit Winschoten vindt dat kinderachtig en verhoogt in één keer naar 50.000 gulden. Verwarring in de groep Van Wijk, waar Moed, die ook al aan De Haven in Onstwedde is blijven hangen, wordt aangezet om een tegenbod te doen'.

Het artikel eindigt met de volgende zinnen.
'De clan trekt stoeltjes bij elkaar en overlegt. De aasgieren ruiken geld' .

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager meent dat in het artikel een verkeerde voorstelling van zaken wordt gegeven met betrekking tot hemzelf en andere professionele bieders. Het gebruik van de term aasgieren acht hij onterecht. Hij voelt zich door de publikatie aangetast in zijn eer en goede naam.
Betrokkene heeft geantwoord dat klager als handelaar in onroerend goed met een aantal collega's regelmatig verschijnt bij executie-verkopen. Volgens betrokkene wordt in het artikel feitelijk verslag gedaan van het verloop van de verkoop. Het gebruik van de term aasgier is naar de mening van betrokkene op zijn plaats. Bij figuurlijk gebruik betekent het woord aasgier volgens Koenen's Verklarend Handwoordenboek: trachten voordeel te verkrijgen van de ramp die een ander treft.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad is niet aannemelijk gemaakt dat de beschrijving van de executoriale verkoop in het artikel van betrokkene onjuist is.
Het gebruik van het woord aasgier met betrekking tot klager is in een persoonlijk geschreven stemmingsstuk als het onderhavige artikel, gelet op de betekenis van dat woord in het spraakgebruik, niet maatschappelijk onaanvaardbaar nu klager regelmatig op executie-veilingen koopt.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene te bevorderen dat deze uitspraak integraal of in samenvatting wordt gepubliceerd in De Winschoter Courant/De Noord-Ooster.
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 7 april 1987 door Mr. M.J.P. Verburgh, voorzitter, J.L. de Troye, Mr. G. Dullens, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mr. D.T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 9.