1987/8 niet-ontvankelijk

S.B. BISHOP CONTRA DE NIEUWE KRANT

Bij klaagschrift van 18 november 1986 en aanvullende brief van 26 november van dat jaar heeft S.B. Bishop te Tiel (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Nieuwe Krant, Dagblad voor Tiel en Neder-Betuwe (betrokkene). Bij brief van 12 januari 1987 heeft betrokkene zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 april 1987. Beide partijen waren verhinderd op die zitting te verschijnen.

DE FEITEN

In De Nieuwe Krant van 18 november 1987 is onder de kop 'Priester blijft' het volgende bericht verschenen.

'Het Zuidafrikaanse opperste gerechtshof heeft een verzoek om invrijheidstelling afgewezen van de zwarte priester Smangaliso Mkhatshwa, de algemeen-secretaris van de Zuidafrikaanse rooms-katholieke bisschoppenconferentie. Mkatshwa zit al vijf maanden zonder formele aanklacht vast. Hij heeft bij voorgaande voorgeleidingen geklaagd dat hij zich voor verhoor door de politie moest uitkleden en werd gefolterd.

De politie heeft gisteren met honden en zwepen stakers uiteengedreven die samenschoolden voor de hekken van de fabriek van General Motors in Port Elizabeth. De directie van G.M. deelde mee dat ongeveer eenderde van het aantal arbeiders gisteren weer aan het werk was gegaan. Hij waarschuwde dat wie vandaag om negen uur niet binnen was, zou worden ontslagen' .

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager ziet in het bericht een uiting van racisme omdat daarin twee onderwerpen worden behandeld, die op zichzelf niets met elkaar te maken hebben, behalve dat zij beide betrekking hebben op Zuid-Afrika. Naar het oordeel van klager spreekt hieruit een gebrek aan respect voor 'medemensen van een ander ras'. Naar de mening van klager is dit een van de kenmerken van racisme. Klager voelt zich persoonlijk aangesproken: 'Mijn betrokkenheid hierbij is: ik ben creools, dus een neger, dus zwart'.
Betrokkene heeft geantwoord dat het comoileren van uiteenlopende berichten niet alleengebeurt met betrekking tot Zuid-Afrika maar ook met andere landen. Het aangevallen bericht kan dan ook niet gezien worden als uiting van een racistische mentaliteit. Betrokkene heeft er daarnaast op gewezen dat de ingezonden brievenrubriek open staat voor reactie van lezers. Klager heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

ONTVANKELIJKHEID

De Raad moet de vraag beantwoorden of klager in zijn klacht ontvangen kon worden. Die vraag beantwoordt de Raad ontkennend. Het enkele feit dat klager een donkere huidskleur heeft maakt hem ten aanzien van klachten over vermeend racisme nog niet tot rechtstreeks belanghebbende in de zin van het Reglement voor de Werkwijze van de Raad voor de Journalistiek nu hij daarnaast geen andere feiten noemt om zijn persoonlijke betrokkenheid nader te onderbouwen .

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen omtrent klagers ontvankelijkheid komt de Raad formeel niet meer toe aan de behandeling van de klacht zelf.
Desalniettemin wil de Raad opmerken dat de Raad klager niet kan volgen in zijn stelling dat het bij elkaar brengen in één bericht van twee verschillende onderwerpen betreffende Zuid-Afrika een uiting van een racistische mentaliteit is.

BESLISSING

De Raad verklaart klager niet ontvankelijk.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in De Nieuwe Krant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 7 april 1987 door Mr. M.J.P. Verburgh, voorzitter, J.L. de Troye, Mr. G. Dullens, Mr. E. Kuitenbrouwer en Mr. D.T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris .

RvdJ 1987, 8.