1987/6 ongegrond

H. Weijenbergh contra Het Vrije Volk

Bij brief van 22 november 1986 met drie bijlagen heeft Mr. E. Meijer te Rotterdam namens mevrouw H. Weijenbergh aldaar (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Vrije Volk (betrokkene). Bij brief van 15 januari 1987 met negentien bijlagen heeft deze op de klacht geantwoord.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 februari 1987. Klaagster was in persoon aanwezig met als raadsman Mr. E. Meijer. Namens betrokkene is verschenen de heer G. J. Laan adjunct-hoofdredacteur van Het Vrije Volk.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
De vroegere echtgenoot van klaagster, met wie zij nog wel betrekkingen onderhield, heeft op 23 mei 1986 een poging gedaan om klaagster te wurgen met een stuk ijzerdraad. Hij werd in die tijd verpleegd in het Delta Ziekenhuis te Rotterdam. Klaagster heeft van dit feit aangifte gedaan. De zaak is behandeld door de rechtbank te Rotterdam op 26 augustus 1986.
In Het Vrije Volk van 27 augustus van dat jaar is onder de kop 'Met ijzerdraad de keel dichtgesnoerd' en daarboven in kleinere letters 'verdachte probeert exvrouw te wurgen' verslag gedaan van de strafzitting. In het verslag is klaagster met haar volle naam en voornaam genoemd. Het zoontje van partijen is eveneens genoemd. Hij is alleen met zijn voornaam aangeduid.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld door haar met haar volle naam in het verslag te noemen. Het gevolg hiervan is dat iedereen uit haar omgeving, zoals mensen uit haar buurt en van de school van haar zoontje, precies op de hoogte geraakt kunnen zijn van wat er gebeurd is. Zelf heeft zij juist geprobeerd iedere onnodige publiciteit te vermijden. Zij heeft het gevoel dat de houding van de mensen uit haar omgeving in negatieve zin gewijzigd is. Zij weet niet zeker of dit het gevolg is van het artikel in Het Vrije Volk. Sinds het artikel heeft zij het gevoel dat zij steeds op haar hoede moet zijn voor negatieve reacties. Zij is bij de behandeling van de rechtzaak niet aanwezig geweest omdat zij dat niet kon opbrengen. Zij was ook niet opgeroepen als getuige.

Betrokkene is van oordeel dat er geen reden is de in Nederland geldende regel om een verdachte slechts in uitzonderingsgevallen bij zijn volle naam te noemen door te trekken naar slachtoffers van misdrijven. Betrokkene meent dat ten aanzien van slachtoffers het omgekeerde geldt. Dezen worden gewoonlijk wel genoemd tenzij er een bijzondere reden is dit niet te doen, bijvoorbeeld bij slachtoffers van incest. In het algemeen geldt dat ook een rechtbankverslag zo veel mogelijk concrete gegevens, waaronder namen, dient te bevatten om de inhoud basis te geven .
In het onderhavige geval waren er geen redenen van deze gedragslijn af te wijken. Ter zitting is niet ter sprake geweest dat klaagster afwezig was wegens de door haar genoemde reden. De verslaggever heeft de naam van klaagster bewust genoemd zoals hij de achternaam van het zoontje van klaagster bewust achterwege heeft gelaten omdat deze gelijk is van die van de verdachte.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het maatschappelijk van belang is de namen van slachtoffers van misdrijven te noemen. Afwijking van deze regel is alleen nodig wanneer daarvoor gegronde redenen zijn. Het gebruik van initialen is in de praktijk gemonopoliseerd voor de aanduiding van verdachten. Het zou daarom criminaliserend kunnen werken ook slachtoffers met hun initialen aan te duiden. Dit betekent dat de journalist bij zijn afweging voor de keus staat of wel de namen van de slachtoffers voluit te noemen ofwel zijn verslag anoniem te houden. Daar dit laatste afdoet aan de publiciteitswaarde zullen daarvoor bijzondere redenen moeten zijn.
Naar het oordeel van de Raad heeft betrokkene in de onderhavige zaak niet onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar volle naam te noemen. Daargelaten de vraag of klaagster als extra kwetsbaar beschouwd moet worden waren er voor betrokkenen geen aanwijzingen dat aan klaagster bijzondere bescherming toekwam.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene niet onzorgvuldig heeft gehandeld door klaagster als slachtoffer van een misdrijf met haar volle naam te noemen daar er geen voor betrokkene kenbare redenen waren die tot afweging om anders te handelen hadden moeten leiden.

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Vrije Volk te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 19 februari 1987 door Mr. R. de Waard, voorzitter Mr. G. Dullens, J. L. de Troye, Mr. F. Kuitenbrouwer en T. M. L├╝cker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 6.