1987/33 gegrond

H. HES TEGEN S. BROEKEMA

Bij brief van 18 oktober met drie bijlagen en aanvullende brief van 28 oktober 1987 heeft H. Hes te Groningen (klager) een klacht ingediend tegen S. Broekema te Groningen (betrokkene). Bij brief van 20 november 1987 met twee bijlagen heeft Mr D. T. Dalmolen, adjunct-hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden namens betrokkene op de klacht gereageerd .
De Raad heeft met toestemming van partijen op 30 november 1987 over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten. Klager is de auteur van de in de nazomer van 1987 verschenen bundel 'Punkgereformeerd en andere roege verhoalen en gedichten'. Deze bundel is besproken in het Nieuwsblad van het Noorden van zaterdag 26 september 1987. In de bespreking komt de volgende passage voor.

'In enkele verhalen speelt het geloof in de 50 jaren een voorname rol. In het verhaal 'Vroug der bie' komt onder meer een 'harde' passage voor over het geloof. 'Kenst beter katholiek worden as gereformeerd, want dat binnen toch zulke huichelaors, dat kenst die nait veurstellen. Ome Geert zee ook altied, dat ze vervolgd worden moesten, dai gereformeerden. Eerst in de teertunne gooien, en dan n poale in de kont steken, en in riegen langs de stroaten zetten en dan aansteken. Dan hebben we gain lanteernpoalen meer neudig ( . . .)'.

'Dit verhaal', zegt Hes, 'gaat over een meisje dat katholiek wil worden en die geen notie heeft van het geloof. Er staat een citaat in van de mysticus Meister Eckhard. Van de verplichtingen die vastzitten aan het katholicisme wil het meisje niets weten'.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 7 oktober 1987 heeft betrokkene in zijn vaste rubriek 'Swierige Taal' eveneens aandacht besteed aan de nieuwe bundel van klager en wel in de volgende passage.
'Kortgeleden - 26/9 - werd in deze krant de verschijning van enkele boeken aangekondigd. Boeken in het stad-Gronings van Henri Hes. Dat kan op zichzelf een verheugende gebeurtenis zijn. Maar van een in die recensie opgenomen citaat ben ik geschrokken, nog erger, ik ben er dagenlang beroerd van geweest.'

'Eerst in de teertunne gooien, en dan n poale in de kont steken, en in riegen langs de stroaten zetten en dan aansteken. Dan hebben we gain lanteernpoalen meer neudig . . .' Daar is 't weer, dacht ik. De taal van dat nazi-blaadje 'Der Sturmer' en van het misschien nog walgelijker 'Nederlandse' equivalent 'De Misthoorn'. Dit is taal om misselijk van te worden, dit is verderfelijke taal, ook omdat er in wordt gedaan alsof het beschreven oordeel niet iets afschuwelijks is. Nee, het gaat ditmaal niet over joden maar over gereformeerden maar dat is natuurlijk even erg ook al wordt antichristelijke taal dan niet zo snel met afschuw gesignaleerd als antisemitische'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Het bezwaar van klager is dat betrokkene het doet voorkomen alsof het door hem overgenomen citaat uit de mond komt van klager zelf en alsof hierin derhalve een persoonlijke mening van klager gelezen moet worden. Klager verwijt betrokkene dat hij onzorgvuldig te werk is gegaan door niet de verhalenbundel zelf te raadplegen en door de bespreking niet goed te lezen. Als hij dit wel gedaan had zou hem duidelijk geworden zijn dat het in de bespreking voorkomende citaat een uitspraak is van een van de personen uit een van de verhalen. Zoals betrokkene het citaat weergeeft leidt dit naar het oordeel van klager tot een beschuldiging van moord aan zijn adres.

Betrokkene heeft geantwoord dat het nimmer zijn bedoeling is geweest de integriteit van klager in twijfel te trekken of deze te beschuldigen van moord. Zijn verontwaardiging gold uitsluitend de inhoud van het citaat. Die inhoud is van dien aard dat het er naar het oordeel van betrokkene niet toe doet in welk verband precies die woorden gesproken zijn.
'De in het verhaal van Henry Hes voorkomende, door mij gesignaleerde, uitspraken zijn naar mijn mening verderfelijk en zij behoren niet te worden neergeschreven, zeker niet wanneer ze geen ander doel dienen dan deel uit te maken van een rauw verhaal.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad wordt uit het stuk van betrokkene niet duidelijk dat deze niet de schrijver van de door hem genoemde bundel citeert (klager) maar één van de figuren uit de verhalen. De Raad acht het onzorgvuldig dat betrokkene dit niet heeft vermeld, temeer daar dit uit de eerder in de desbetreffende krant verschenen besprekingvan de bundel wél blijkt. Het gevolg van deze onzorgvuldigheid is dat aan klager ten onrechte een ernstig discriminerende mening wordt toegeschreven.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 november 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, J. de Vries, Mr. G. Dullens, Drs. H.W.M. van Runen, J. M. P. J. Verstegen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 33.