1987/32 gegrond

E. M.. ROOIJAKKERS TEGEN M. KOOLHOVEN EN DE HOOFDREDACTEUR VAN DE TELEGRAAF

Bij brief van 7 augustus met drie bijlagen heeft E. M. Rooijakkers te Lisserbroek (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist Martijn Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (betrokkenen).
Bij brief van 27 augustus 1987 met één bijlage heeft Mr. J. Olde Kalter, waarnemend hoofdredacteur van De Telegraaf op de klacht geantwoord.
Bij brief van 29 september 1987 heeft klaagster op dat antwoord gereageerd .
De Raad heeft op 5 november 1987 met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

In De Telegraaf van 29 juli 1987 is onder de kop 'Vier Nederlanders spoorloos in Tirol' een artikel verschenen over de vermissing van het echtpaar Coby en Dick Rooijakkers uit Lisse met hun dochter Erica en haar verloofde Nico van Benthem. In het artikel wordt meegedeeld dat naar aanleiding van de melding van een pensionhouder in het dorpje Krimml, die de wandelaars op 24 juli terug verwacht had, een zoekactie was ingezet. Bij het artikel zijn foto's van de vier wandelaars afgedrukt. In het artikel wordt melding gemaakt van een telefoongesprek dat de in Nederland gebleven dochter Frida op 23 juli met haar moeder heeft gevoerd.
'Ze hadden een dag vertraging. Ze zouden hun tocht de volgende dag vervolgen, maar ze zei dat er wat regen was voorspeld'.
In De Telegraaf van 30 juli 1987 is, wederom op de voorpagina, melding gemaakt van het feit dat de vermisten weer terecht waren.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster is van oordeel dat betrokkenen onzorgvuldig hebben gehandeld door in het artikel geen melding te maken van het feit dat het alarm over de vermissing vermoedelijk op een misverstand berustte.
Frida Rooijakkers heeft op dinsdagavond 28 juli aan betrokkene Koolhoven het schema van de route laten zien volgens hetwelk de wandelaars op 28 juli in het pension in Krimml zouden terugkeren. Als gevolg van de op 23 juli telefonisch door haar moeder gemelde vertraging zou dat één dag later worden. De pensionhouder moest zich dus vergist hebben.
'De heer Koolhoven was het met me eens dat het inderdaad op een misverstand berustte, maar hij wilde voor alle zekerheid de foto's meenemen om ze aan Oostenrijk door te sturen naar de mensen die aan het zoeken waren. Als mij toestemming was gevraagd, en dat is niet gebeurd, om deze foto's te publiceren, had ik geweigerd op grond van familieleden die onwetend waren over het gebeurde'.
Frida Rooijakkers heeft later op die avond nog contact gehad met betrokkene Koolhoven over een telefoonnummer in Oostenrijk waar informatie over de vermissing verkregen zou kunnen worden. Volgens Koolhoven werd daar niet opgenomen. Frida Rooijakkers heeft toen zelf telefonisch contact gezocht met het pension in Krimml vanwaar haar werd meegedeeld dat er inderdaad een misverstand in het spel was geweest en dat de bergwandelaars weer gelokaliseerd waren. Klaagster is van mening dat ook betrokkenen dit hadden moeten natrekken op grond van de door Frida Rooijakkers verstrekte gegevens. De publikatie van het artikel heeft zeer veel onrust veroorzaakt onder de familie en andere relaties van de vermeende vermisten

Betrokkene heeft erop gewezen dat het artikel gebaseerd werd op officiële mededelingen van de Oostenrijkse autoriteiten. 'Ook het gezaghebbende persbureau AP heeft het bericht over de vermissing op de internationale telex gezet'. Volgens betrokkene was de veronderstelling van Frida Rooijakkers dat het om een misverstand zou gaan volledig in tegenspraak met de berichten op dat moment uit Oostenrijk.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Onder meer op grond van de brief van De Telegraaf van 10 augustus 1987 aan Frida Rooijakkers (bijlage bij het antwoord van betrokkenen) neemt de Raad aan dat Frida Rooijakkers inderdaad op dinsdagavond 28 juli aan betrokkene Koolhoven heeft meegedeeld dat er vermoedelijk een misverstand in het spel was. De Raad laat in het midden of betrokkenen op grond van deze mededeling verdere naspeuring hadden behoren te doen. Door echter in het artikel wel gebruik te maken van andere door Frida Rooijakkers verstrekte informatie en door de van haar verkregen foto's wel te publiceren maar door geen melding te maken van het cruciale gegeven, dat het volgens haar om een misverstand zou kunnen gaan, hebben betrokkenen naar het oordeel van de Raad de grenzen overschreden van hetgeen gelet op hun journalistieke verantwoordelijkheid maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht gegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 5 november 1987 door Mr. R. de Waard, voorzitter W. F. de Pagter, J. L. de Troye, T M. Lücker en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 32.