1987/28 gegrond

J. HUTKA TEGEN DE HOOFDREDACTEUR VAN ELSEVIER CARRIÈRE

Bij brief van 15 april 1987 met vijf bijlagen heeft G. D. Andeweg te Zevenhuizen namens J. Hutka te Rotterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Elsevier CARRIÈRE, P. G. I. de Wit (betrokkene).
Bij brief van 20 mei 1987 heeft betrokkene zich tegen de klacht verweerd. Klager heeft op dat verweer zelf nog gereageerd in een brief van 23 juni 1987.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 september 1987. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkene had laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten
In de aflevering van Elsevier Carrière van 14 maart 1987 is onder de kop 'Zachte wetenschap hard aangepakt een artikel gepubliceerd over bezuinigingsmaatregelen ten aanzien van de studie in de sociale wetenschappen en o.a. werkloosheid onder afgestudeerde sociologen. Bij het artikel is een foto afgedrukt van een op een openbare bank zittende man met het volgende onderschrift: 'Sociologie-hausse uit de jaren 70: wachten of aan de kant gezet' .

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is in 1978 uit Tsjechoslowakije naar Nederland gevlucht. Hij is één van de ondertekenaren van Charta '77. Hij is zanger en schrijver. Hij meent enige bekendheid te genieten omdat hij regelmatig optreedt op Nederlandse podia. Zijn literaire werk is in verschillende westerse landen gepubliceerd. In de loop der jaren hebben vrijwel alle belangrijke Nederlandse kranten wel een interview met hem gepubliceerd .
De in Elsevier Carrière afgedrukte foto is een ongeveer drie jaar geleden in opdracht van klager van hem gemaakt portret in verband met de promotie van zijn eerste langspeelplaat. De foto is uiteindelijk niet gebruikt. Hij heeft de fotograaf nimmer toestemming gegeven deze voor andere doeleinden te gebruiken.
Klager acht het principieel onjuist dat zijn foto zonder zijn toestemming is gebruikt als illustratie bij een willekeurig artikel, waarbij de selectie van de foto kennelijk geschied is op grond van veronderstelde uiterlijke kenmerken van een werkloze socioloog. Dit principiële bezwaar telt voor klager in het bijzonder omdat hij in Tsjechoslowakije heeft ondervonden hoe op vooroordelen gebaseerd gedrag kan leiden tot manipulatie van individuen.
Daarnaast heeft klager als persoonlijk bezwaar dat hij herkenbaar in verband is gebracht met een negatieve context, waarmee hij niets heeft te maken. Dat zou negatieve invloeden kunnen hebben op zijn werk als zanger.
Betrokkene heeft onder meer het volgende geantwoord. 'Het fanatisme waarmee de briefschrijver (G. D. Andeweg, namens klager RvdJ) de pen blijft voeren in combinatie met de telkens herhaalde, maar in het geheel niet ter zake doende, constatering dat de vermeende persoon een vriend is van Vaclav Havel, 'Die met de Erasmusprijs onderscheiden is', doet mij vermoeden te maken te hebben met een practical joker. Het is voor U zowel als voor mij wat lastig na te gaan hoe de vriendenkring van Vaclav Havel samengesteld is. Zelfs winnaars van de Erasmusprijs hebben immers recht op hun privacy. Het feit dat de 'gevierd zanger in Praag, ondertekenaar van Charta '77' zich niet zelf tot mij heeft gewend, versterkt het gevoel te maken te hebben met een humorist, althans met een persoon die het vermogen bezit om van een mug een papieren olifant te vouwen'. In de aan de klacht voorafgaande briefwisseling heeft betrokkene het origineel van de foto geretourneerd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Naar het oordeel van de Raad behoort het tot de verantwoordelijkheid van een hoofdredacteur de herkomst van als illustratiemateriaal gebruikte foto's te verifiëren wanneer het daarbij gaat om afbeeldingen van duidelijk herkenbare personen. De Raad acht het maatschappelijk niet aanvaardbaar dergelijke foto's in een willekeurige context te plaatsen. In het onderhavige geval geldt dit nog sterker nu het gaat om een context met negatieve implicaties.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager door een foto waarop klager duidelijk herkenbaar staat afgebeeld zonder zijn toestemming te gebruiken als illustratie bij een artikel over een onderwerp waarmee klager niets te maken heeft.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in Elsevier Carrière.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 24 september 1987, door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. L. van Vollenhoven. Mr. G. Dullens, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 28.