1987/27 ongegrond

Stichting Tegen Vrouwenhandel tegen Sjak Jansen

Bij brief van 4 juni 1987 met een later toegezonden bijlage en aanvullende brief van 6 augustus 1987 heeft de Stichting tegen Vrouwenhandel te Den Haag (klaagster) een klacht ingediend tegen Sjak Jansen (betrokkene). Bij brief van 17 augustus 1987 heeft A.I. Abram, hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, namens betrokkene op de klacht gereageerd. Klaagster heeft nog gerepliceerd bij brief van 1 september 1987.
Met toestemming van partijen is door de Raad over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 24 september 1987.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten. In het Algemeen Dagblad van 3 juni 1987 is onder de kop 'Een handel in menselijk vlees' een artikel gepubliceerd van de hand van betrokkene over gedwongen prostitutie van buitenlandse vrouwen in Nederland, die daartoe met valse beloften naar Nederland gehaald zijn. De inleiding bij het artikel eindigt met de volgende zin 'Om deze misstand te bestrijden, maar vooral om de slachtoffers hulp te bieden is in Den Haag de Stichting voor Aktie tegen Vrouwenhandel (Tel. 070-245080) opgericht'.
In het artikel wordt de stichting nog twee maal met zoveel woorden genoemd. Het bestuurslid Ite van Dijk wordt twee maal letterlijk geciteerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De klacht behelst het volgende.
1. Volgens klaagster was met het bestuurslid Van Dijk en beleidsmedewerkster Drs. M. Weyers met betrokkene afgesproken dat zij het artikel voor publikatie ter inzage zouden krijgen. De tekst van het artikel werd echter pas de avond voor de publikatie op 3 juni 1987 in de brievenbus aangetroffen .
2. Als gevolg van de schending van deze afspraak heeft de stichting geen gelegenheid gehad correcties voor te stellen, met als gevolg dat de stichting in het artikel met een verkeerde naam is aangeduid. Volgens klaagster leidt dit tot ongewenste verwarring en onduidelijkheid.

Volgens betrokkene is de eis tot lezing vooraf alleen gesteld door mevrouw Weyers en niet door het bestuurslid Van Dijk en wel omdat de eerste bang was dat haar uitspraken verminkt in het artikel zouden kunnen worden weergegeven. In het artikel is echter alleen het bestuurslid Van Dijk geciteerd. Desondanks heeft betrokkene volgens zijn mededeling de tekst 'anderhalve dag voor de publikatie per koerier bij mevrouw Weyers in de brievenbus gestopt'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Partijen verschillen van mening over de vraag of betrokkene zich verplicht heeft het artikel voor publikatie ter inzage te geven. Het staat echter vast dat klaagster de tekst nog de avond voor de publikatie heeft ontvangen. Klaagster had toen derhalve nog kunnen reageren en om correctie van de naam van de stichting kunnen vragen.
Met betrekking tot de onnauwkeurige naamsvermelding heeft klaagster alleen in het algemeen gesteld dat hier van verwarring het gevolg is, maar niet aangegeven met welke instellingen of groepen zij verward kan worden ten gevolge van het vermelden van haar naam als 'Stichting voor Aktie tegen Vrouwenhandel' in plaats van als 'Stichting tegen Vrouwenhandel'. Tegenover mogelijke verwarring als gevolg van de fout in de naam staat overigens ook dat het telefoonnummer van de stichting wel juist is vermeld. De onnauwkeurige naamsvermelding is derhalve niet als een zo ernstige fout van betrokkene te beschouwen dat het handelen van betrokkene in deze door de Raad (gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid van betrokkene) als maatschappelijk onaanvaardbaar moet worden bestempeld.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 24 september 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. L. van Vollenhoven, Mr. G. Dullens, Mr. F. Kuitenbrouwer en Mr. D. T. Dalmolen, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 27.