1987/24 ongegrond

W.J. Kock tegen Jos Thielen van De Gecombineerde

Bij brief van 26 maart '87 en aanvullende brieven van 3 april en 15 april '87 met in totaal 2 bijlagen heeft W.J. Kock te Den Haag (klager) een klacht ingediend tegen Jos Thielen (betrokkene). Bij brief van 15 mei met 14 bijlagen en de nagezonden transcriptie van een bijbehorende bandopname hebben J.N.A. Thielen en B. Cattel respectievelijk eindredacteur en hoofdredacteur van De Gecombineerde op de klacht gereageerd . Met toestemming van partijen is over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 20 augustus 1987.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten. In De Gecombineerde van 6 maart 1987, in de editie bestemd voor o.a. Geldermalsen, is onder de kop 'Neo-fascist zoekt steun in de Betuwe' met daarboven in kleinere letters 'Voorburger predikt fascisme en homohaat' een artikel verschenen van betrokkene over de acties van klager tegen onder meer homofielen.

Het artikel begint met de volgende zin: 'Een drieenvijftig-jarige inwoner van Voorburg doet al enige tijd verwoede pogingen om in de Betuwe aandacht en steun te krijgen voor zijn banale fascistolde visie op mensen, relaties en samenleving'.
Klager wordt in het artikel een 'extreem-rechtse man' genoemd, die 'fascistische discriminerende lectuur' verspreidt waarin hij 'genadeloos inhakt op joden, negers, gastarbeiders, werkende vrouwen en nog wat minderheidsgroepen meer'.
Over klager wordt gezegd dat hij 'geen enkele partij of groepering vertegenwoordigt en tot op heden uitgekotst is door elke gemeenschap waarin hij zich manifesteerde'. Het artikel bevat als citaat uit een brief van klager: 'homo's zijn in principe moordenaars'

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager meent dat hij ten onrechte neo-fascist wordt genoemd (hij is eerder communist) zodat hij ook geen 'banale-fascistolde visie' kan hebben. Hij is bovendien niet drieenvijftig maar tweeenvijftig en woont in Den Haag en niet in Voorburg. In het citaat uit zijn brief is ten onrechte voor het woord 'homo's' het woord 'zulke' weggelaten. Zijn uitlating had niet betrekking op alle homo's maar op bepaalde, nader omschreven homo's. Klager meent dat hij niet extreem rechts is maar eerder extreem links. Hij leeft immers op 'armoede-niveau'. Hij acht zich ten onrechte beschuldigd van het verspreiden van fascistische, discriminerende lectuur en het inhakken op bepaalde groeperingen. Hij respecteert immers alle mensen maar respecteert 'geen onmensen en dat hoef ik ook niet'. Hij stelt de partij Burgerbelang Nederland te vertegenwoordigen. Hij verneemt graag 'uit welke verenigingen ik gekotst ben'.

Betrokkene heeft het artikel gebaseerd op een groot aantal pamfletten, die klager heeft verspreid alsmede op een telefonisch interview met klager, waarvan de uitgetikte tekst zich bij het verweerschrift bevindt. Naar de mening van verweerder worden de pamfletten van klager gekenmerkt door onverdraagzaamheid jegens en onderdrukking van bepaalde groeperingen. In het interview met klager heeft hij zelf aangegeven dat zijn ideeen als fascistisch beschouwd kunnen worden. In het verlengde hiervan is de visie van klager en de door hem verspreide lectuur fascistisch genoemd.
Het verspreide materiaal geeft ook voldoende basis voor de gewraakte zinsnede over het inhakken op bepaalde groeperingen. De geciteerde zin 'homo's zijn in principe moordenaars' is letterlijk overgenomen uit een brief van klager waarbij inderdaad het woordje 'zulke' is weggelaten omdat de negatieve strekking van de brief zich in wezen uitstrekte tot alle homofielen en het door klager gemaakte onderscheid (homofielen die wel en die niet hun seksuele behoefte in de praktijk brengen) daaraan niet afdoet.
Volgens betrokkene opereert klager als éénling en treedt hij op als enige van zijn 'partij' naar buiten. Er is geen herkenbare en benoembare achterban. Het vermelden van de verkeerde leeftijd van klager moet berusten op een onduidelijkheid uit het telefonische interview. De woonplaats Voorburg is overgenomen uit pamfletten van klager waarin hij een postbus-nummer te Voorburg hanteert.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het zwaartepunt van de klacht ligt bij de vraag of het begrip (neo)-fascisme terecht is gebruikt in verband met de persoon, de visie en de pamfletten van klager.
Naar het oordeel van de Raad geven bedoelde pamfletten voldoende steun voor het gebruik van dat begrip, hetgeen temeer klemt nu klager in zijn telefonische interview met betrokkene ook zelf heeft verklaard dat dit begrip van toepassing is. De Raad verwijst in dit verband in het bijzonder naar het pamflet van klager 'De zin en onzin van rassenscheiding' waarin onder meer de volgende passages voorkomen:

'De joodse fabels zijn gemaakt om de intelligentia in een bepaalde klasse van mensen te versterken ten koste van de minder intelligente wezens'. (...) 'De bijbel is het boek waarin de grootst mogelijke leugens staan omdat de bijbel gemaakt is door het oudst bekende volk binnen die bijbel'. ( . . .)
'Volgens bepaalde bijbelvorsers zullen de joden zich allemaal vergaren in Israel. Ik zou zo zeggen: hoe eerder hoe liever. Alle negers mogen van mij in hun land blijven. Ik heb ze trouwens niet gehaald. Als ze met hun vingertjes willen wijzen dan doen ze dat maar doch dan wel graag naar de intelligentia en superkapitalisten. Ik zeg en blijf zeggen dat uitwisseling van culturele ideeen en handel met kleurlingen bijzonder goed is. Ik zeg dat we een gastvrij land moeten zijn en blijven doch dat we niet zitten te wachten op een culturele overstroming waarop kleurlingen hier komen parasiteren. Een enkeling zal hier te lande passend werk vinden zonder onze arbeidsplaats aan te tasten. Met de bijbel in de hand rechtvaardigt men een stroom van vluchtelingen, gelukszoekers en uiteindelijk parasitaire maatschappelijke onderstromingen die moeten dienen ter stabilisatie van het supergrootkapitaal. De ondermodaal betaalde arbeiders zullen zich steeds meer en meer refereren aan de steuntrekkende werklozen'.

De Raad gaat er hierbij vanuit dat in het spraakgebruik met het begrip (neo-)fascisme ondermeer bedoeld wordt onverdraagzaamheid, onderdrukking en geweld m.b.t. bepaalde rassen of (maatschappelijke) groeperingen. De overige door klager geformuleerde bezwaren tegen zijn persoon, visie en lectuur vallen naar het oordeel van de Raad alle onder de vraag of het begrip neo-fascisme terecht door betrokkene is gebruikt, zodat de Raad deze bezwaren niet afzonderlijk zal bespreken .

De Raad is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat de partij die hij zegt te vertegenwoordigen, daadwerkelijk bestaat, zodat ook het bezwaar tegen de desbetreffende zinsnede uit het artikel gepasseerd moet worden. Het vermelden van een verkeerde leeftijd van klager en verkeerde woonplaats acht de Raad van ondergeschikt belang en gezien het verweer van betrokkenen niet verwijtbaar.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvattingte publiceren in De Gecombineerde.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 20 augustus 1987 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. T. Faber-de Heer, J.L. de Troye, Drs. J.M.M. van der Pluijm en Drs. H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 24.