1987/23 ongegrond

Loek Elfferich tegen de hoofdredacteur van Trouw

Bij brief van 8 juni 1987 met zeven bijlagen heeft Loek Elfferich te Rotterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Trouw (betrokkene).
Bij brief van 30 juni 1987 met twee bijlagen heeft J.J. Timmers namens betrokkene op de klacht gereageerd. Hierop is nog gevolgd een brief van klager van 10 juli 1987 en één van betrokkene van 13 augustus 1987.
De Raad heeft met toestemming van partijen over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling, op 20 augustus 1987.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
In de ingezonden brievenrubriek van Trouw van 19 mei 1987 is onder de kop 'Bombardement' een brief geplaatst van Ard-Feij te Zoetermeer. Deze brief begint als volgt: 'Volgens het dokument dat de amateur-historicus L. Elfferich gevonden heeft, bestond er tijdens de meidagen van 1940 een afspraak tussen Wehrmacht en Luftwaffe om lichtsignalen te gebruiken om zo het beschieten en bombarderen van eigen troepen te voorkomen'.
De brief eindigt als volgt: 'Daarna draaide het eskader af. Waarom? Als de lichtkogels bedoeld waren om de Duitse posities aan te geven waarom heeft het eskader het bombardement dan niet doorgezet?'

Bij brief van 29 mei 1987 heeft klager de redactie van Trouw verzocht een bijgevoegde reactie van zijn hand op bedoelde brief te plaatsen. Bij brief van 2 juni 1987 heeft betrokkene laten weten aan dit verzoek niet te zullen voldoen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager is van oordeel dat wanneer aan iemand in een brievenrubriek een vraag wordt gesteld, dat voor de redactie de verplichting meebrengt de aangesprokene de gelegenheid te geven om daarop in diezelfde rubriek te antwoorden. Klager acht het dan ook onjuist dat betrokkene hem in de voorgelegde zaak die gelegenheid niet heeft willen geven. Het verweer van betrokkene verwijst naar de volgende door de redactie van Trouw gehanteerde stelregels: 1. in principe worden geen brieven op brieven gepubliceerd; 2. reacties dienen te volgen zo snel mogelijk op de aanleiding; 3. reacties dienen beknopt te zijn in verband waarmee de redactie zich het recht van bekorting voorhoudt.
Het ingezonden stuk van klager kwam niet alleen betrekkelijk laat, het was ook te lang terwijl het zich moeilijk voor bekorting leende. Het was bovendien in strijd met de regel: geen brieven op brieven. Om al deze redenen heeft betrokkene het verzoek van klager niet ingewilligd, hetgeen in de brief van 2 juni 1987 aan klager is meegedeeld.
Betrokkene is overigens van mening dat het eventueel de taak van de redactie kan zijn te antwoorden op vragen uit ingezonden brieven. In de onderhavige zaak is afgezien van een redactioneel naschrift omdat de materie waarop de zaak betrekking heeft, behandeld wordt m het boek van klager 'Eindelijk de waarheid nabij' van 1983, dat aangehaald is in het artikel in Trouw van 21 februari 1987 over boek en auteur.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het de betrokkene vrij staat bepaalde regels te hanteren met betrekking tot het plaatsen van ingezonden brieven alsmede dat het uitsluitend ter beoordeling staat van betrokkene of er reden is voor een uitzondering op die regel .
De Raad wil in het midden laten of de in de ingezonden brief 'Bombardement' uit I rouw van 19 mei 1987 besloten vraag inderdaad gericht is aan klager. Zelfs als moet worden aangenomen dat dit het geval is, heeft betrokkene door de aangeboden reactie van klager niet te plaatsen geen grenzen van journalistieke verantwoordelijkheid of maatschappelijke aanvaardbaarheid overschreden. Het besluit tot afwijzing werd behoorlijk gemotiveerd aan klager meegedeeld en viel binnen de aan betrokkene voorbehouden redactionele vrijheid.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in Trouw te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 20 augustus 1987 door Mr. R. de Waard, voorzitter, Mr. T. Faber-de Heer, J.L. de Troye, Drs. J.M. van der Pluijm en Drs. H.W.M. van Run, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A.C.M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 23.