1987/22 ongegrond

H. Hartogs contra R. Midavaine en het Utrechts Nieuwsblad, alsmede P. Bremerman en Huis-aan-Huis bladen Utrecht

Bij klaagschrift van 3 juni 1987 met zeven bijlagen heeft H. Hartogs te Utrecht (klager) een klacht ingediend tegen R. Midavaine en de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, alsmede P. Bremerman en de hoofdredacteur van Huis-aan-Huis bladen Utrecht, waaronder ressorteert het blad De Molenkruier (betrokkenen).
Bij brief van 15 juni 1987 heeft J. K. P. Maaswinkel, chef-redacteur van Huis-aan-Huis bladen Utrecht mede namens P. Bremerman op de klacht gereageerd. Bij brief van 17 juni 1987 met twee bijlagen heeft H. Goessens, adjunct hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad gereageerd namens zijn hoofdredacteur en R. Midavaine.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 1987. Klager is in persoon verschenen. Van de zijde van het Utrechts Nieuwsblad waren aanwezig H. Goessens en R. Midavaine. De Molenkruier had laten weten dat niemand zou verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klager is voorzitter van de afdeling Utrecht en omstreken van de Vara. Deze afdeling heeft op 9 april 1987 een ledenontmoetingsavond georganiseerd waarbij een forum gediscussieerd heeft over de wijze van berichtgeving in twee radio-uitzendingen van de Vara ter zake de huisuitzetting van het gezin Duric te Nieuwegein. In dit forum had onder meer zitting burgemeester Flik van Nieuwegein.
De oproep aan de leden tot het bijwonen van deze avond werd gedaan via een ingezonden mededeling in onder andere De Molenkruier. Tevens werd de avond aangekondigd in een oersbericht aan De Molenkruier en onder andere het Utrechts Nieuwsblad. In beide gevallen stond vermeld dat de avond uitsluitend toegankelijk was voor leden. Aan een beperkte groep leden, die rechtstreeks schriftelijk werden uitgenodigd, werd meegedeeld dat ook huisgenoten welkom waren.

In het Utrechts Nieuwsblad van 11 april 1987 is onder de kop 'Vara en zigeuners' een stukje van betrokkene Midavaine verschenen. Hierin komen de volgende passages voor.

'Wie Flik verdenkt wilde hij niet zeggen. 'Ik noem geen namen, want er zit pers in de zaal'. Vervolgens maakte voorzitter Hartogs duidelijk dat het niet de bedoeling was dat er naar aanleiding van de forumdiscussie iets zou worden gepubliceerd. De persberichten, die de Vara naar de plaatselijke media had verstuurd, waren niet bedoeld als uitnodiging aan de pers. Het was alleen de bedoeling dat er een aankondiging in de kranten kwam, zodat de leden op de hoogte waren. De avond was ook alleen voor leden bestemd. Waarvoor de inschrijfformulieren om lid te worden van de Vara op de tafeltjes lagen bleef onduidelijk. Wel wisten de aanwezigen dat de bijeenkomst zogenaamd een besloten karakter had omdat na afloop van de forumdiscussie een bingo gehouden zou worden'.

Klager heeft naar aanleiding van dit bericht op 13 april 1987 een ingezonden brief aangeboden aan het Utrechts Nieuwsblad. De opname hiervan is geweigerd.

In De Molenkruier van 14 april 1987 is onder de kop 'Vara-programma over zigeuners wekt toorn van bestuurders' een bericht verschenen van J. Bremerman over de gehouden avond. In dit stuk komen de volgende passages voor.

'En daar konden de programmamakers het mee doen. Daar ook kon de schrijvende pers het mee doen, want in feite waren die niet zo welkom op deze voor leden bedoelde avond. Voorzitter Hartogs vroeg om degenen die zaten te schrijven (dat waren naast de verslaggevers van de in Nieuwegein verschijnende kranten, ook leerlingen van de School voor de Journalistiek, die waren meegekomen met hun leraar, die bijna ook in dat forum had gezeten) niets van het opgeschrevene te willen plaatsen in welke krant dan ook, omdat de avond slechts bedoeld was als ledenbijeenkomst' .
'In elk geval is duidelijk, dat bestuurders, waar zij ook zitten en van welke kleur zij ook mogen zijn, altijd maar weer moeite hebben met de pers. Op zich vindt dit Vara-lid, dat zich toch maar even niets aantrekt van het verzoek om niet te schrijven, het toch wel verhelderend om dat op zo'n ledenbijeenkomst van de omroep van het vrije woord weer eens bevestigd te zien. Vandaar dit opiniƫrend bedoelde artikeltje' .
Ook naar aanleiding van dit stuk heeft klager een ingezonden brief geschreven, die is opgenomen in De Molenkruier van 30 april 1987. Deze brief is voorzien van het volgende naschrift.
'Door dit ingezonden stuk wordt gezien de inhoud ervan - opnieuw de aandacht gevestigd op het probleem rondom de Nieuwegeinse zigeunerfamilie en dat terwijl juist werd vastgesteld, dat de publiciteit deze zaak geen goed doet... De redactie'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klager zijn in de eerste plaats dat betrokkenen Midavaine en Bremerman zich niet bekend hebben gemaakt als journalist en dat zij over de avond gepubliceerd hebben hoewel aangekondigd was dat het een besloten avond was en na het bekend worden van hun aanwezigheid verzocht is publikatie achterwege te laten.
Ten aanzien van het Utrechts Nieuwsblad betreft de klacht daarnaast de suggestie in het artikel dat de beslotenheid van de avond alleen was ingesteld om zonder vergunning een bingo te houden en de weigering de ingezonden brief van klager, waarbij onder meer deze suggestie werd tegengesproken, op te nemen. Ten aanzien van De Molenkruier betreft de klacht eveneens de onjuistheid van suggesties in het artikel over de onwenselijkheid van publikatie, het beschuldigende naschrift bij zijn ingezonden brief en het feit dat die brief niet werd opgenomen in alle edities, waarin ook de oorspronkelijke publikatie was verschenen.
Van de zijde van het Utrechts Nieuwsblad is de reactie op de klacht als volgt.
1. Een vergadering, die bekend gemaakt wordt in een openbare oproep en een persbericht kan niet geacht worden besloten te zijn. Bovendien werd bij binnenkomst niet gecontroleerd. Het was volgens betrokkene Midavaine niet nodig zich als journalist bekend te maken, omdat dit aan een groot deel van de aanwezigen reeds bekend was.
2. Het verzoek niet tot publikatie over te gaan werd inderdaad tijdens de avond door klager gedaan. Hierop is door betrokkene niet geantwoord het verzoek te zullen inwilligen. Hem werd niet verzocht de vergadering te verlaten en hij is op duidelijk zichtbare wijze doorgegaan met het maken van aantekeningen.
3. De ingezonden reactie van klager voegde niets toe aan de oorspronkelijke publikatie, ook niet op het punt van de kwestie van de bingo-vergunning.

Van de zijde van De Molenkruier is voor het verweer volstaan met te verwijzen naar de ingezonden brief van klager, die gepubliceerd werd in De Molenkruier van 30 april 1987. Niet weersproken is dat deze brief niet werd opgenomen in alle edities waarin de oorspronkelijke publikatie was verschenen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad zal eerst de vraag beantwoorden of het betrokkenen vrijstond op de vergadering te verschijnen. Naar het oordeel van de Raad is dit het geval. Nu bij binnenkomst geen controle werd toegepast, nu de vergadering via een ook aan betrokkenen ter publikatie aangeboden persbericht openbaar was aangekondigd en nu de vergadering gewijd was aan een onderwerp van publiek belang, namelijk het functioneren van de omroepvereniging Vara, mochten de betrokken journalisten aannemen dat de vergadering voor de pers toegankelijk was en dat zij daarover mochten publiceren. Het enkele feit dat de uitnodiging het voorbehoud 'uitsluitend voor leden' bevatte doet hieraan niet af.
Op grond van de niet weersproken stelling van betrokkene Midavaine op dit punt acht de Raad het aannemelijk dat hij bij het gezelschap als journalist bekend was. Dit blijkt ook uit de woorden van het forumlid burgemeester Flik. Daargelaten of een journalist zich onder alle omstandigheden als zodanig moet voorstellen, was dit in de onderhavige situatie niet nodig.
Betrokkenen waren niet gehouden het tijdens de vergadering gedane verzoek van klager om niet te publiceren op te volgen. Niet is gebleken dat betrokkenen de indruk hebben gewekt dit wel te zullen doen.

Ook klagers bezwaar dat het Utrechts Nieuwsblad zijn ingezonden brief geweigerd heeft acht de Raad ongegrond. Deze beslissing acht de Raad begrijpelijk, daar ook naar het oordeel van de Raad die ingezonden brief niets wezenlijks aan de oorspronkelijke publikatie, waarin reeds van de bezwaren van klager tegen publiciteit melding was gemaakt, toevoegde.

De bezwaren, tenslotte, van klager tegen het naschrift bij zijn ingezonden brief in De Molenkruier en de beperkte publikatie daarvan acht de Raad eveneens ongegrond. Het plaatsen van een naschrift behoort tot de vrijheid van de redactie, zolang de grenzen van de journalistieke zorgvuldigheid niet worden overschreden. Wat betreft de beperking van de publikatie van de ingezonden brief tot de editie De Molenkruier is de Raad van oordeel dat de hoofdredacteur hiervan niet een zodanig verwijt kan worden gemaakt dat deze handelwijze als maatschappelijk onaanvaardbaar jegens klager kan worden bestempeld.

BESLISSING

De Raad acht de klacht op alle onderdelen ongegrond.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting te publiceren in het Utrechts Nieuwsblad en De Molenknlier.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 30 juni 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, D. F. Houwaart, Mr. G. Dullens, Mr. A. J. Heerma van Voss en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 22.