1987/20 onbevoegd

J.M. ROBBEMOND CONTRA DE KLINKER

Bij brief van 16 februari 1987 metzeven bijlagen heeft J. M. Robbemond te 's Gravendeel (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Klinker (betrokkene). Bij brief van 18 maart 1987 met vijftien bijlagen heeft mevrouw E. H. Rhijnsburger te Scheveningen namens de redactie van De Klinker op de klacht gereageerd. Bij aanvullende brief van 4 mei 1987 van E. H. Rhijnsburger heeft betrokkene een beroep gedaan op onbevoegdheid van de Raad. Bij brieven van 9 en 10 juni 1987 heeft klager dat beroep betwist.

DE FEITEN

Klager is uitgever van het boek 'De Scheveningse Woordenschat'. In het Scheveningse periodiek De Klinker is aandacht besteed aan deze uitgave, zowel in positieve als in negatieve zin. In verband met dit laatste heeft klager om plaatsing van een stuk van zijn hand gevraagd, hetgeen door de redactie van De Klinker is geweigerd.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Na hun inhoudelijke reactie van 18 maart 1987 hebben betrokkenen laten weten dat De Klinker een blad is, dat door de bewonersorganisatie de stichting Werkverband Opbouw Scheveningen wordt gesubsidieerd en dat de redactie bestaat uit vrijwilligers, die voor hun diensten niet betaald worden noch van de journalistiek hun (hoofd-)beroep maken. Betrokkenen menen daarom dat de Raad niet bevoegd is over de klacht te oordelen.

Klager meent dat De Klinker een periodiek is waarin journalistiek wordt bedreven, zodat de bevoegdheid van de Raad zich wel over de redactieleden uitstrekt.
'Mocht de Raad een andere mening zijn toegedaan, dan verneem ik graag welke stappen mij overblijven. Ik wil mij dan namelijk elders beklagen over de stupiditeit van De Klinker, die onze uitgave verliesgevend heeft gemaakt, en over de Raad voor Journalistiek, door wiens toedoen dergelijke ergerlijkheden worden gesanctioneerd'.

BEVOEGDHEID

De Raad voor de Journalistiek is ingesteld en wordt in stand gehouden door de 'Stichting Raad voor de Journalistiek'. De Raad is derhalve een particuliere instelling, die werkt binnen de grenzen van de statuten van voormelde stichting en het door de stichting vastgestelde reglement. Volgens bedoelde statuten heeft de R-.ad tot taak het beoordelen van journalistieke gedragingen naar aanleiding van bij de Raad ingediende klachten.
Onder journalistieke gedraging wordt verstaan 'een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud' van publiciteitsmedia, danwel van degene die hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige zijn hoofdberoep maakt van medewerking aan publiciteitsmedia.

Door betrokkene is onweersproken gesteld dat de redactieleden voor hun redactionele werkzaamheden geen betaling ontvangen en ook niet hun hoofdberoep maken van redactionele medewerking aan publiciteitsmedia. De Raad dient zich derhalve onbevoegd te verklaren.

Voor klager blijft openstaan de weg naar de gewone rechter.

BESLISSING

De Raad verklaart zich onbevoegd om over de klacht te oordelen.
Aldus vastgesteld ter zitting van de raad van 30 juni 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, D. F. Houwaart, Mr. G. Dullens, Mr. A. J. Heerma van Voss en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 20