1987/17 ongegrond

Drs. S. E. Pronk Czn. contra Leeuwarder Courant

Bij brief van 2 april 1987 met vijf bijlagen heeft drs. S. E. Pronk Czn. te Rijswijk (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (betrokkene). Bij brief van 21 april 1987 heeft deze op de klacht gereageerd. De Raad heeft over de zaak beslist zonder mondelinge behandeling op grond van de stukken op 13 mei 1987.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken uit van de volgende feiten.
Een werkgroep van de Drentse Historische Vereniging heeft in 1986 het rapport 'Handmerken in Drenthe' uitgebracht. Dit rapport is in de Leeuwarder Courant van 6 maart 1987 besproken door S. J. van der Molen. De recensent maakt melding van het feit dat de 'Drentse groep zich met name gebaseerd heeft op het werk van Pronk'. Hij verwijt zowel Pronk als de werkgroep gebrek aan kennis: 'Het tot verwondering aanleiding gevende gebrek aan kennis omtrent de materie niet alleen bij Pronk, maar evenzeer bij de werkgroep zelf' .
Als geheel is de bespreking negatief. ('Wat mijn kritiek op de Drentse publikatie betreft: de werkgroep blijkt niet alleen onvoldoende op de hoogte van vroege literatuur, maar slaat de plank ook mis door te menen . . .').
Klager heeft bij brief van 16 maart 1987 een artikel met als titel: "Handmerken in Drenthe': een voorbeeldige studie' aan betrokkene toegezonden met het verzoek dit stuk in de Leeuwarder Courant te publiceren. Het artikel houdt een reactie in op de recensie van S. J. van der Molen. Bij brief van 18 maart 1987 heeft betrokkene het artikel teruggestuurd met de mededeling dat het bij de Leeuwarder Courant regel is 'geen kritieken op kritieken of recensies op recensies te publiceren' .

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De klacht houdt in dat betrokkene het door klager aangeboden artikel ten onrechte heeft geweigerd, omdat klager aldus niet de gelegenheid heeft gehad zich te verweren tegen jegens hem geuite kritiek, terwijl betrokkene had kunnen begrijpen dat die kritiek onvoldoende onderbouwd was. Klager acht dit misbruik van macht en verwijt betrokkene daarnaast, dat deze in zijn brief van 18 maart 1987 een waardeoordeel gegeven zou hebben over het door klager aangeboden artikel.
Betrokkene heeft laten weten vast te houden aan het principe geen 'contra-recensies of -kritieken' te plaatsen. 'Ten overvloede zij hierbij opgemerkt dat het verhaal van de heer Pronk en door zijn lengte en door zijn inhoud in het geheel niet het karakter van een rectificatie had'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat het de redactie van een krant vrij staat als beleid te voeren geen reacties op recensies op te nemen, tenzij het gaat om correctie van feitelijke onjuistheden. Het door klager aangeboden artikel viel niet onder die noemer maar is te beschouwen als een contra-recensie. Betrokkene heeft niet gehandeld in strijd met de journalistieke zorgvuldigheid door plaatsing van dat artikel te weigeren.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 13 mei 1987 door Mr. R. de Waard, voorzitter, J. de Vries, Drs. H. W. M. van Run en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 17