1987/13 ongegrond

N.H. HEIZENBERG CONTRA F. PEETERS EN DE HOOFDREDACTEUR VAN HET PAROOL

Bij brief van 2 maart 1987 met acht bijlagen en aanvullende brief van 21 april 1987 met twee bijlagen heeft N. H. Heizenberg te Amstelveen (klager) een klacht ingediend tegen Frans Peeters en de hoofdredacteur van Het Parool (betrokkenen). Bij brief van 29 april 1987 van W. Gortzak hebben dezen op de klacht geantwoord. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987. Klager was in persoon aanwezig. Betrokkenen zijn niet verschenen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
Klager is redacteur in dienst van de Ncrv. De Ncrv heeft op 5 februari 1987 een televisieprogramma uitgezonden in de serie 'Profiel'. Deze aflevering was gewijd aan prof. mr. W. F. de Gaay Fortman met klager als gastheer/gesprekspartner.
In Het Parool van 6 februari 1987 is op de vaste plaats voor televisierecensies een bespreking gepubliceerd van betrokkene Peeters van dat programma onder de kop 'Incidentele oprispingen. Na een inleiding van enkele regels volgen twee alinea's met commentaar. Het stuk eindigt met de volgende passage.
'Het lijkt wel of de duivel er mee speelt. Als er dan al eens een verstandig man op de Nederlandse t v. wordt geïnterviewd, deugt de interviewer niet voor zijn vak.'

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voelt zich aangetast in zijn eer en goede naam omdat de in onnodig kwetsende en grievende bewoordingen gestelde conclusie van Peeters in de bespreking niet voldoende is onderbouwd. Volgens klager had Peeters zich beter op de hoogte moeten stellen van de aard van het programma. De bedoeling is een kader te scheppen waarin de gast zoveel als mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld zijn eigen 'profiel verbaal te schetsen'. De rol van de andere partij (klager) is beperkt tot het waar nodig op gang houden van het gesprek. Anders dan bij een interview is het dus niet de taak van de gesprekspartner het gesprek te leiden door het stellen van vragen. Dit alles had betrokkene Peeters in de Ncrv-gids kunnen lezen.
Het Parool heeft geweigerd te voldoen aan klagers verzoek tot het publiceren van excuses.

Bij brief van 17 februari 1987 heeft betrokkene Peeters klager laten weten dat zijn bespreking niet anders bevat dan zijn mening over de aan de orde zijnde televisie-uitzending. Op grond van het feit dat hij een aantal voor de hand liggende vragen heeft gemist is hij tot zijn negatieve conclusie gekomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De bezwaren van klager betreffen een recensie. De rubriek waartoe de bespreking behoort geeft impressies van wisselende redacteuren. Aan een recensent komt in het algemeen grote vrijheid toe m.b.t. de wijze waarop het zijn oordeel geeft. De Raad meent dat in het onderhavige geval daarbij niet de grenzen zijn overschreden die betrokkene in acht moest némen. Betrokkene mocht zijn oordeel baseren op de uitzending zelf. Hij behoefde zich niet te verdiepen in de door klager aangegeven opzet en bedoeling van de serie.

De beperkte omvang en de tot het besproken programma van 5 februari 1987 beperkte argumentatie van de recensie brengen met zich mee, dat het negatieve oordeel van de recensent zich niet verder uitstrekt dan tot het optreden van klager in de besproken uitzending. De Raad meent dat klager ten onrechte een wijdere strekking aan de in krachtige bewoordingen vervatte impressie van Peeters geeft en acht zijn bezwaren ongegrond.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond.
De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, W. F. de Pagter, Drs. H. W. M. van Run en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 14.