1987/12 gegrond

J.L. BURGERS CONTRA NIEUWSBLAD GAASPERDAM

Bij brief van 23 maart 1987 met één bijlage met aanvullende brief van 1 mei 1987 heeft Mr. M. Maijer namens J. L. Burgers te Amsterdam (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Nieuwsblad Gaasperdam (betrokkene). Bij brief van 2 april 1987 heeft deze zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987. Met toestemming van partijen heeft de Raad over de zaak beslist op grond van de stukken, derhalve zonder mondelinge behandeling.

DE FEITEN

Op grond van de stukken gaat de Raad uit van de volgende feiten. In het Nieuwsblad Gaasperdam van 19 maart 1987 is onder de kop 'Politie rolt bende op' een bericht verschenen over de aanhouding van vijf man, die verdacht worden van een groot aantal inbraken. Het verslag bevat de volgende passage.
'Rechercheurs besloten de volgende dag een kijkje te nemen in een woning aan de Vianenstraat in Gaasperdam. Daar trof men de 22 jarige H. H. en de 34-jarige J. B. aan'.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Het bezwaar van klager is dat hij herkenbaar is doordat zijn adres is vermeld. Hij is ook daadwerkelijk herkend o.a. op zijn werk en door mensen uit de buurt. Klager meent dat hij als verdachte aanspraak mag maken op onherkenbaarheid.
Betrokkene heeft geantwoord als volgt:
'In het bewuste artikel worden alleen initialen gebruikt en waar er melding wordt gemaakt van een bezoek van de politie aan een woning, wordt alleen de straatnaam genoemd; geen huisnummer' .
Betrokkene meent dat dus niet 'het adres' van klager is genoemd, zodat de redactie de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In de Nederlandse pers geldt als algemene regel dat een verdachte ten hoogste met initialen wordt aangeduid om herkenbaarheid te voorkomen, behoudens hier niet aan de orde zijnde bijzondere omstandigheden. Wanneer men de aanduiding met initialen aanvult met de straat waar de aangeduide persoon woont en de buurt waarin die straat ligt moet men er naar het oordeel van de Raad rekening mee houden dat de onherkenbaarheid onvoldoende gewaarborgd is, zoals in de onderhavige zaak door de ervaringen van klager is gebleken. De Raad meent dat betrokkene dit had moeten voorzien, te meer daar het bericht verschenen is in een lokaal blad, dat bestemd is voor een klein gebied en dat huis aan huis verspreid wordt.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkene niet voldoende zorgvuldig gehandeld heeft.

De Raad verzoekt betrokkene deze beslissing integraal of in samenvatting in het Nieuwsblad Gaasperdam te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, J. F. de Pagter, Drs. H. W. M. van Run en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 12.