1987/11 gegrond

S. DE VRIES-SCHAAFSMA EN APOSTEL ANDREUSSTICHTING CONTRA ANITA MATHEY EN EINDREDACTEUR TROS AKTUA

Bij brief van 1 februari 1987 met drie bijlagen hebben Sonja de Vries-Schaafsma te De Rijp en de Apostel Andreusstichting te Leeuwarden (klaagsters) een klacht ingediend tegen Anita Mathey en de eindredacteur van Tros Aktua (betrokkenen). Bij brief van 31 maart hebben dezen zich tegen de klacht verweerd.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987. Klaagster De Vries was in persoon aanwezig. Namens de Apostel Andreusstichting zijn verschenen de voorzitter van het bestuur van de stichting, drs. G. Helder en enige andere leden van het bestuur. Betrokkenen hadden laten weten niet te zullen verschijnen.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten.
In de uitzending van Tros Aktua van 19 december 1986 is aandacht besteed aan het werk van klaagster De Vries. Dit werk bestaat uit het genezen van zieken waarbij klaagster De Vries volgens haar zeggen optreedt als werktuig van enige engelen van God, die zich daartoe aan haar bekend gemaakt hebben. De Apostel Andreusstichting heeft als doelstelling de ondersteuning van het werk van klaagster De Vries.

Ter voorbereiding van de televisie-uitzending vond op 11 december 1986 een gesprek plaats tussen klaagsters en betrokkene Mathey. Op 12 december werden opnamen gemaakt van een door klaagster De Vries gegeven lezing en werden enige interviews opgenomen met patienten van klaagster De Vries. Op 15 december 1986 werd vervolgens een interview met klaagster De Vries opgenomen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De bezwaren van klaagsters zijn de volgende.
1. De Tros heeft voor de uitzending te weinig informatie gegeven over de samenstelling van het programma en heeft het vergaarde materiaal op vooringenomen wijze geselecteerd.
Vragen over de te verwachten samenstelling van het programma werden niet of onvoldoende beantwoord. In de uitzending werd van de interviews met positieve strekking ten aanzien van het werk van Sonja de Vries slechts ongeveer 40 seconden uitgezonden, terwijl haar 'tegenstanders' gedurende vele minuten in beeld werden gebracht.
2. De Tros heeft een bij de opname van het interview met klaagster De Vries gemaakte afspraak geschonden .
Kort na het begin van het interview tussen Sonja de Vries en Anita Mathey werd dit door eerstgenoemde afgebroken. De aanleiding was een 'impertinente vraag' waardoor Sonja de Vries zich zodanig gekwetst voelde dat zij van verdere deelname wilde afzien. Tijdens haar gang naar de deur gaf zij hierover uitleg. Vervolgens is tussen partijen afgesproken dat het interview van voren af aan opnieuw zou worden begonnen en opgenomen en dat het eerdere materiaal niet zou worden gebruikt. In strijd hiermee is in de uitzending toch het afgebroken interview uitgezonden. Hierin werden twee coupures gemaakt waardoor de uitleg van Sonja de Vries over het afbreken van het interview is weggevallen. De kijkers kregen niet meer te zien dan dat zij opstond en zonder commentaar naar de deur liep.
3. De Tros toonde als illustratie bij het Interview tussen Sonja de Vries en Anita Mathey de uitgetikte tekst van een ander citaat dan waaraan in het interview gerefereerd werd.
Op de ontkenning van Sonja de Vries dat een bepaald citaat van haar afkomstig zou zijn bracht de Tros de overigens onleesbare tekst van een door de Tros opgenomen en uitgetikte lezing van Sonja de Vries. In die tekst was de passage waar het om zou gaan met lichtstift aangegeven. Maar wat getoond werd was niet het ter discussie staande citaat maar een heel andere tekst. Ten onrechte werd in de uitzending de indruk gewekt dat de Tros schriftelijk bewijsmateriaal had. Het gelijk ten deze van klaagsters kan aangetoond worden door het beeld stil te zetten waarna de tekst wel leesbaar wordt.

De Tros beroept zich voor de samenstelling van het programma op de haar toekomende redactionele vrijheid. De Tros ontkent dat 'bindende afspraken' werden gemaakt over de uitzending van het interview met Sonja de Vries, met name dat het afgebroken interview niet zou worden uitgezonden. De Tros meent dat door de daarin aangebrachte coupure geen vertekend beeld is ontstaan .
De in beeld gebrachte tekst diende ter algemene illustratie van het bij de uitzending gegeven commentaar en 'niet zo zeer ter illustratie van de uitspraak waaraan in het interview werd gerefereerd'. Doordat 'de tekst niet te lezen was, kon geen verwarring ontstaan'. Volgens de Tros werden de uitspraken juist weergegeven .

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het bezwaar van klaagsters ten aanzien van de door de Tros toegepaste selectie van het materiaal is naar het oordeel van de Raad niet gegrond. Selectie behoort, althans wanneer deze geen verdraaiende of vervalsende uitwerking heeft, tot de redactionele vrijheid van de programmamaker. De Tros was niet verplicht hierover tevoren toezeggingen te doen. Wat de gebrekkige informatie over de samenstelling van het programma betreft meent de Raad dat klaagsters door genoegen te nemen met onbevredigende antwoorden op vragen hierover hun recht om achteraf daarover te klagen hebben verspeeld.

Ten aanzien van het interview met Sonja de Vries is de Raad van oordeel dat klaagsters wel aannemelijk hebben gemaakt dat hierover een duidelijke afspraak is gemaakt. Volgens de door klaagsters overgelegde teksten is inderdaad het interview met Sonja de Vries na het afbreken daarvan van voren af aan opnieuw begonnen. Het ligt voor de hand dat klaagsters hieraan alleen hebben meegewerkt dankzij de toezegging dat het eerdere materiaal niet gebruikt zou worden. Ter zitting is deze afspraak door de aanwezige leden van het bestuur van de Apostel Andreusstichting en een andere getuige bevestigd.

Dit bezwaar van klaagsters acht de Raad derhalve gegrond. Dit geldt niet voor de kwestie van de coupure. De Raad meent dat ondanks die coupure de reden voor het afbreken van het interview heel duidelijk bleek, namelijk dat de bejegening van de interviewster klaagster De Vries niet aanstond.

Gegrond acht de Raad ook het bezwaar tegen het door de Tros in beeld brengen van een uitgetikte tekst bij de discussie over een citaat. Hierdoor werd de indruk gewekt dat dit citaat op schriftelijk bewijsmateriaal steunde. Aangezien dit niet het geval was werd aldus een onjuiste suggestie gewekt.

BESLISSING

De Raad is van oordeel dat betrokkenen de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is door in strijd met de gemaakte afspraak een opgenomen interview wel uit te zenden en door bij de discussie over een citaat een uitgetikte tekst in beeld te brengen als zou dat citaat op schriftelijk bewijsmateriaal steunen.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in een van de uitzendingen van het programma Tros Aktua bekend te maken.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 mei 1987 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. P. J. Boukema, W. F. de Pagter, Drs. H. W. M. van Run en A. G. Scherphuis, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1987, 12.