1986/7 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van Stichting Organisatie Lokale Omroep Eindhoven tegen de hoofdredacteur van De Volkskrant en Hans Horsten

DE KLACHT

Bij brief van 3 april 1986 met vier bijlagen heeft de stichting Stichting Organisatie Lokale Omroep Eindhoven (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Volkskrant en de journalist Hans Horsten (betrokkenen). Bij brief van 5 mei 1986 met één bijlage van Drs. H. Lockefeer, hoofdredacteur van De Volkskrant hebben betrokkenen zich tegen de klacht verweerd. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 juni 1986. Namens klaagster waren onder meer aanwezig ing. G. F.M. C. M. van der Voort, secretaris van het (dagelijks) Bestuur van de Stichting en Drs. T. de Vries, vertegenwoordiger van de programmaleiding. Betrokkenen waren beiden in persoon aanwezig.

DE FEITEN

De Raad gaat op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten. In De Volkskrant van 22 februari 1986 is onder de kop 'Lokale omroep SOLO maakt rare sprongen' een stuk opgenomen van Hans Horsten over de ontwikkelingen binnen de organisatie van SOLO en de weerslag daarvan op de door deze omroep verzorgde uitzendingen sinds het eerste televisie-programma van SOLO in januari 1985. Het stuk omvat onder meer de volgende passages.

'Een ware uittocht van het personeel. Een programmatische verloedering waarvoor de eerste de beste etherpiraat zich zou schamen. Een voorschot op commerciële lokale televisie. En vooral: een coördinator die 'NOS-je in de provincie wil spelen' en een eenmans-guerrilla lijkt te voeren tegen iedereen die meent dat lokale televisie ook leuk en oorspronkelijk kan zijn. Kortom, de balans van SOLO, de lokale omroep in Eindhoven, ziet er amper een jaar na de eerste uitzending op de kabel niet bijster florissant uit. (...) Het vervelende van de problemen bij SOLO is dat ze ten nauwste samenhangen met één persoon: Gerard van der Voort, de secretaris van het dagelijks bestuur van de Stichting SOLO. Als geestelijk vader van de lokale omroep in Eindhoven is hij volgens zijn critici SOLO gaan beschouwen als een eenmanszaak waarvan hij de sleutel in zijn zak behoort te hebben.'

DE STANDPUNTEN VAN KLAAGSTER EN BETROKKENEN

De Raad verstaat de klacht aldus: betrokkenen hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld door hun kritiek te concentreren op de persoon van de secretaris, door zich te beperken tot het horen van eenzijdige bronnen namelijk exredactieleden en door wel negatieve feiten te noemen maar geen melding te maken van positieve punten zoals de dagelijkse kabelkrant van de SOLO. Daarnaast acht klaagster het stuk beledigend
Betrokkenen menen dat Hans Horsten voldoende bronnen heeft geraadpleegd. Behalve met drie ex-redactieleden sprak hij met één op dat moment nog zittend redactielid en met twee leden van het algemeen bestuur. Hij heeft ook Van der Voort benaderd als secretaris van het bestuur. Deze liet weten dat het bestuur niet met hem wilde spreken maar eventueel wel met een andere journalist van De Volkskrant. Toen hij ongeveer anderhalve maand nadat Van der Voort hem had toegezegd deze kwestie opnieuw in het bestuur aanhangig te maken niets hoorde, achtte Horsten zich vrij zijn stuk te schrijven zonder verder commentaar van het bestuur. Daar in de door hem verzamelde kritiek de persoon van secretaris Van der Voort een centrale plaats innam heeft Horsten dat aldus in zijn stuk weergegeven. Het bestaan van de kabelkrant achtte hij niet van zodanig gewicht dat daarvan melding gemaakt moest worden.
Betrokkenen ontkennen dat het stuk beledigend zou zijn.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad is van oordeel dat Hans Horsten voldoende bronnen geraadpleegd heeft om zijn
artikel daar op te kunnen baseren. Hij heeft voldoende moeite gedaan om ook nog nadere informatie te verkrijgen van de zijde van SOLO zelf. Na de twee pogingen, die hij heeft gedaan om met het bestuur te spreken mocht hij zich beperken tot de bij andere bronnen vergaarde informatie toen het bestuur het tegenover hem liet afweten. Door in zijn stuk de kritiek te concentreren op de persoon van secretaris Van der Voort en door zijn selectie van wel en niet vermelde feiten heeft Horsten gehandeld binnen de vrijheid, die een journalist toekomt. De Raad is van oordeel dat het artikel niet beledigend is.

BESLISSING

De Raad acht de klacht ongegrond

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in De Volkskrant te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 9 juni 1986 door Mr. M. J. P. Verburgh, voorzitter, Mr. G. Dullens, D. F. Houwaart, Mr. A. J. Heerma van Voss en T. M. Lücker, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1986, 7.