1986/17 deels gegrond onthouding oordeel

Stichting Het Residentie-Orkest contra B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij klaagschrift van 16 oktober 1986 is door Mr. H. P. Utermark, advocaat te Den Haag, namens de Stichting het Residentie-Orkest te Den Haag (klaagster) een klacht ingediend tegen de journalist B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool (betrokkenen). Bij brief van 23 oktober 1986 heeft de hoofdredacteur van Het Parool op de klacht gereageerd. De zaak is afgehandeld ter zitting van de Raad van 18 december 1986. De hoofdredacteur van Het Parool had laten weten dat namens Het Parool niemand zou verschijnen. Namens klaagster was aanwezig de heer H. B. van der Meer, directeur van het Residentie-Orkest.

DE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten. Klaagster en de Nederlandse Opera Stichting hadden de Franse dirigent Alain Lombard gecontracteerd om als gast-dirigent op te treden in het Nieuwe Muziektheater van Amsterdam op 1 en 4 oktober 1986. Naar aanleiding van dit optreden heeft betrokkene Middelburg op 29 september 1986 telefonisch contact opgenomen met de heer H. B. van der Meer. In dit gesprek is onder meer vroeger optreden van Lombard in Zuid-Afrika aan de orde geweest.
In Het Parool van 29 september 1986 is onder de kop 'Invallende dirigent in Stopera ook opgetreden in Zuid-Afrika' een publikatie gewijd aan het voorgenomen optreden van Lombard te Amsterdam en zijn vroegere optreden in Zuid-Afrika, een en ander in verband met het feit dat B & W van Amsterdam zich in maart 1986 hebben aangesloten bij uitspraken van de Verenigde Naties over onder meer een culturele boycot van Zuid-Afrika. Het artikel bevat de volgende passages.

'Volgens zakelijk directeur H. van der Meer van het Residentie Orkest heeft de leiding wel 'grote problemen' met zowel Lombards optreden in Zuid-Afrika als met diens eigen ideeën daarover, maar zijn er desondanks geen problemen geweest bij Lombards benoeming als invaller voor Vonk. Van der Meer: 'Het is juist dat Lombard niet al te lang geleden in Zuid-Afrika heeft gedirigeerd. Ik heb daarover onlangs nog een gesprek met hem gehad, waarin ik hem heb uitgelegd hoe die kwestie in Nederland ligt. 'Ben je van plan om dat te blijven doen'? heb ik hem gevraagd. Was hij dat van plan geweest, dan zou ik hebben geprobeerd hem van dat voornemen af te brengen. Maar hij gaf gelukkig te kennen niet van plan te zijn zijn contract daar te verlengen'.

Oninteressant

Lombard besloot echter niet om principiële redenen af te zien van verdere optredens in Zuid-Afrika. Van der Meer: 'Daarom is zijn standpunt ook niet het onze. Nogmaals: in Frankrijk liggen die zaken heel anders. Hij vindt het probleem volmaakt oninteressant, maar dat is voor ons geen aanleiding geweest de samenwerking met hem te verbreken'.

Op dezelfde dag heeft de directeur van het Residentie-Orkest een telex aan Het Parool gezonden met de volgende inhoud:

'Naar aanleiding van Uw publikatie op de voorpagina van Uw krant van heden: Uw artikel wekt zeer ten onrechte de indruk, dat de heer Lombard zich niet zou interesseren voor het probleem van apartheid. Ik heb het simpele feit geconstateerd, dat de heer Lombard niet het voornemen had naar Zuid-Afrika terug te keren, dat men in Frankrijk daarover misschien andere emoties heeft dan hier, en dat ik zijn motieven niet wilde analyseren, met als voorbeeld de veronderstelling dat hij het misschien wel artistiek niet interessant zou vinden. Ik betreur het, dat op grond daarvan een verkeerde interpretatie zijn weg naar Uw voorpagina heeft gevonden. Tot goed begrip: het is het standpunt van de heer Lombard geen contacten met het Zuid-Afrikaanse muziekleven te willen onderhouden. Ik wil U vragen dit te corrigeren. Van der Meer, directeur Residentie-Orkest'.

In Het Parool van 30 september 1986 is onder de kop: 'Geen bezwaar Opera tegen Franse dirigent' een vervolgartikel verschenen met onder meer de volgende passage:

'B en W van Amsterdam zouden vandaag vergaderen over de vraag of het contract met Lombard moet worden verbroken. Het Residentie-Orkest liet gisteren al weten de samenwerking met de Fransman niet te zullen verbreken. Zakelijk directeur H. van der Meer heeft met Lombard een gesprek gehad over diens omstreden nevenactiviteiten, waarin de dirigent zou hebben toegezegd niet meer in ZuidAfrika te zullen optreden. Van der Meer voegde daar echter aan toe dat het standpunt van Lombard inzake Zuid-Afrika 'niet het onze' is. 'In Frankrijk liggen die zaken heel anders. Hij vindt het probleem volmaakt oninteressant', aldus Van der Meer'.

In Het Parool van 1 oktober 1986 is onder de kop: 'Dirigent hoort thuis op zwarte lijst van de VN' een derde artikel over de zaak gepubliceerd met als opening het volgende citaat van de secretaris van het speciale comité tegen apartheid van de Verenigde Naties in New York:

'De Franse dirigent Alain Lombard valt onder onze culturele boycot. Als hij heeft toegegeven dat hij een aantal malen in ZuidAfrika is opgetreden, hoort hij thuis op onze zwarte lijst'.

Het artikel bevat verder de volgende passage.

'Lombard heeft zowel tegen het Residentie-Orkest als tegen B en W van de hoofdstad verklaard vorig jaar regelmatig in Zuid-Afrika te hebben opgetreden. Hij vindt het probleem (de apartheid - RED.) volmaakt oninteressant', aldus directeur H. van der Meer van het Residentie-Orkest. Na vragen van PvdA-gemeenteraadslid Van de Ven besloten B en W gisteren dat Lombard niet zal worden geboycot, omdat hij zou hebben toegegeven niet meer in Zuid-Afrika te zullen optreden en omdat hij ook niet op de zwarte lijst van de Verenigde Naties staat'.

Het artikel besluit met het volgende citaat van het bestuurslid W. Bennis van het Residentie Orkest:

''Hij (Lombard - RvdJ) heeft mij gevraagd bekend te maken het apartheidsregime te verafschuwen en dat hij ook nooit meer in Zuid-Afrika zal optreden''.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

De klacht betreft in de eerste plaats de weergave van het tussen Middelburg en Van der Meer gevoerde telefoongesprek. Volgens klaagster heeft Van der Meer zich in dat telefoongesprek niet uitgelaten over de ideeën van Lombard ten aanzien van de apartheidsproblematiek. Van der Meer was met die ideeën niet op de hoogte. Wel stond vast dat Lombard in het verleden in ZuidAfrika gedirigeerd heeft, alsmede dat hij besloten had dat in de toekomst niet meer te doen. Ten onrechte wordt dan ook in het artikel de indruk gewekt dat klaagster problemen zou hebben met de ideeën van Lombard over de apartheidsproblematiek.
Dit onderdeel van de klacht spitst zich toe op het door de tussenkop 'Oninteressant' geaccentueerde citaat 'Hij vindt het probleem volmaakt oninteressant...'. Volgens klaagster is het woord 'oninteressant' door Van der Meer uitsluitend gebruikt in verband met zijn suggestie dat wellicht Lombard van verder optreden in Zuid-Afrika had afgezien om redenen van artistieke aard, dus: artistiek oninteressant. Klaagster wil niet uitsluiten dat mogelijk bij de journalist Middelburg een misverstand is ontstaan over hetgeen Van der Meer heeft gezegd en bedoelde te zeggen. In de op 29 september 1986 gezonden telex wordt dit mogelijke misverstand uit de weg geruimd.

Het tweede onderdeel van de klacht is dat betrokkenen in de beide vervolgpublikaties de lezing van Middelburg herhalen zonder de lezer in kennis te stellen van het commentaar van Van der Meer op het citaat.

Volgens het derde onderdeel van de klacht heeft de journalist Middelburg zich naar het oordeel van klaagster schuldig gemaakt aan onzorgvuldig journalistiek handelen door acties te voeren ter verhindering van het optreden van Lombard en door in het artikel van 1 oktober stemming tegen het optreden te maken en te pogen twijfel te zaaien over de legitimiteit van dat optreden. Bedoelde acties bestaan volgens klaagster uit een mededeling van Middelburg aan de afdeling n Voorlichting van de gemeente Amsterdam en aan het Zuid-Afrika Komitee dat Lombard door de Verenigde Naties op de zogenaamde zwarte lijst was geplaatst of daar naar aanleiding van mededelingen van Middelburg op geplaatst zou worden.

Het standpunt van betrokkenen is in hun brief van 23 oktober vervat in de volgende zin: 'Wij achten de klacht in Het Parool zelve afdoende weerlegd'.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft niet kunnen vaststellen of betrokkene Middelburg de woorden van de heer Van der Meer juist heeft weergegeven. Indien de weergave niet juist is zoals door de heer Van der Meer is gesteld, kan dat naar het oordeel van de Raad het gevolg zijn van een misverstand tussen Van der Meer en Middelburg.
Betrokkenen hebben het gewraakte citaat in de twee vervolgpublikaties herhaald. De Raad meent dat betrokkenen dit niet hadden mogen doen zonder de lezers in kennis te stellen van de telex van klaagster waarin de juistheid van het citaat wordt aangevochten.

Indien betrokkenen in hun brief van 23 oktober bedoeld hebben te zeggen dat door het publiceren van een mededeling van het lid van het bestuur Bennis aangaande het standpunt van Lom
bard over het apartheidsregime in Zuid-Afrika voldoende tegemoet is gekomen aan de bezwaren van klaagster kan de Raad betrokkenen hierin niet volgen. Het bezwaar van klaagster is dat de heer Van der Meer geciteerd is. Dit wordt niet rechtgezet door alsnog het door Bennis verwoorde standpunt van Lombard bekend te maken. Dit laatste is nog teminder het geval, nu het citaat van Bennis in de publikatie van 1 oktober 1986 is gesteld tegenover het in diezelfde publikatie opnieuw herhaalde - inhoudelijk daarmede onverenigbare - citaat van Van der Meer.

De Raad meent dat betrokkenen onzorgvuldig hebben gehandeld jegens klaagster door de in de vervolgpublikaties van 30 september en 1 oktober wel het aangevallen citaat te herhalen maar op geen enkele wijze aandacht te besteden aan de inhoud van de telex van klaagster van 29 september 1986, terwijl het hier toch om een ernstige en gevoelige zaak gaat.

In het derde onderdeel van haar klacht verwijt klaagster betrokkene kort gezegd het voeren van acties tegen het optreden van Lombard. Deze bezwaren richten zich tegen het artikel van 1 oktober 1986. Afgezien van herhaling van het gewraakte citaat geeft deze publikatie een weergave van uitlatingen van een woordvoerder van de Verenigde Naties en van een bestuurslid van het Residentie-Orkest en wordt mededeling gedaan van het besluit van B en W van Amsterdam niet tot boycot van Lombard over te gaan. De door klaagster veronderstelde intenties van betrokkene Middelburg bij het verzamelen van deze gegevens staat niet ter beoordeling van de Raad. Over dit onderdeel van de klacht spreekt de Raad derhalve geen oordeel uit.

BESLISSING

De Raad acht het onzorgvuldig dat betrokkenen in de vervolgpublikaties van 30 september en 1 oktober het door klaagster gewraakte citaat hebben herhaald zonder melding te maken van de inhoud van de telex van klaagster van 29 september 1986 waarbij de juistheid van het citaat door klaagster is aangevochten.

Voor het overige acht de Raad de klacht ongegrond of onthoudt zij zich van een oordeel.

De Raad verzoekt betrokkenen deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld ter zitting van de Raad van 18 december 1986 door Mr. R. de Waard, voorzitter, D. F. Houwaart, O. Postma ing., Drs. H. W. M. van Run en Drs. J. M. M. van der Pluijm, leden, in tegenwoordigheid van Mr. A. C. M. Karsten, secretaris.

RvdJ 1986, 17.